Lezersrecensie
Slavernij en humor gaan goed samen
Het bikkelharde gevecht voor de afschaffing van de slavernij in Amerika en humor, gaat dat samen? Nou en of. Het kan, over een zwaar onderwerp een historische roman schrijven die is gebaseerd op feiten en personen die werkelijk hebben bestaan en toch de lezer van de bank te laten glijden van het lachen.
Het is James McBride gelukt met Lieveheersvogel, een vertaling van The Good Lord Bird, de roman waarvoor hij vorig jaar de National Book Award won, een belangrijke prijs in de VS.
Een rol net naast het midden is voorbehouden aan John Brown (1800-1859), de beroemde blanke strijder voor de afschaffing van de slavernij. Hij geloofde dat alleen gewapend verzet uitkomst zou bieden. Zijn grote wapenfeit moest een overval worden op een wapendepot in Harper’s Ferry in 1859. Het mislukte. John Brown werd gepakt. En ondanks inspanningen van Victor Hugo nota bene werd hij geëxecuteerd, maar in de jaren daaraan voorafgaande had John Brown al zo veel in gang gezet dat de opstand niet uit kon blijven. In 1861 begon de Amerikaanse Burgeroorlog.
Leven en wandel van deze eigengereide, niets en niemand ontziende loner worden in de roman verteld door de jonge slaaf Henry Shackleford, die zich in de inner circle van Brown weet te handhaven door zich zeventien jaar voor te doen als meisje, een kleurlinge bovendien. Alleen dat gegeven al is, zeker als er belangstelling komt van de ‘andere’ sekse, goed voor hilarische scenes. En dat te midden van de historische werkelijkheid vol martelingen en slachtpartijen. Waarbij McBride herhaaldelijk vermeldt dat veel slaven helemaal niet vrij wilden zijn. Vrijheid, zo’n gedoe.
Shackleford vertelt het verhaal in zijn eigen spreektaal. Hij verhaspelt met name werkwoordsvormen of gebruikt oude, als knowed</CF> en You is, die naar mijn smaak in de vertaling net iets te vaak zijn rechtgestreken.
Doet niets af aan het heerlijke leesavontuur van James McBride, over wie de geest van Mark Twain vaardig is geworden. Ter lering en gepast vermaak.