Lezersrecensie
Van Essen laat zien hoe je een verhaal vertelt
Lodewijk heeft geen idee wat hem overkomt. Op een mooie dag in april fietst hij langs de Amstel, waar hij vier jonge meiden ziet roeien onder leiding van een coach. Het volgende moment ligt hij in het water en als hij weer boven komt, lachen de vier roeisters hem vriendelijk toe. Met zijn voorwiel is hij in een scheur in het wegdek geraakt en zo de rivier in gekatapulteerd.
Een van de vier roeisters is een buitengewoon knappe verschijning, dat ziet hij in alle consternatie wel. De vier komen hem opzoeken in het ziekenhuis en later bezoeken drie van hen de bar waar hij, een student literatuurwetenschap, zijn beurs aanvult.
Nog altijd weet Lodewijk, Lo voor vrienden, Loodje mag ook, niet wat hem overkomt. De drie meiden die een voor een naar de bar komen, willen met hem naar bed. Alleen de mooie Dominique laat zich niet zien.
De finale van dit verhaal, Dit is wat ik je beloof, in de bundel Hier wonen ook mensen van Rob van Essen (1963) is te mooi om hier te vertellen. Terwijl de neiging alles te verraden moeilijk te onderdrukken is. Ik zou willen vertellen over Lodewijks prachtige verbazing over de seksuele wensen van zijn bedpartners. Of uitvoerig citeren. 'Je kunt ze met je ogen uitkleden, dacht ik, maar dan weet je nog niets. Ik beschouwde deze gedachte als een moment van inzicht'.
Vijftien verhalen heeft Van Essen (eerder zes romans, twee verhalenbundels) hier bij elkaar gebracht. Van wisselende lengte en met hier en daar een dwarsverband. Zo duikt oom Evert een aantal malen op in familieverhalen. Zoals in het titelverhaal, dat met een droombeeld begint. De jonge verteller meent zich te herinneren dat zijn vader voor zijn ogen een meisje heeft gekidnapt. Herinnering of verzinsel, is een thema in de bundel.
Over verhalen wordt gezegd dat de lezer meteen door de eerste alinea moet worden geboeid. Dat doet Rob van Essen. Maar wat deze bundel groots maakt, is de meesterlijke manier waarop hij een aantal malen het einde aanpakt. Soms hecht hij keurig af. Dan weer breekt hij ruw af, de lezer in verwondering achterlatend. Maar hij talmt ook, stelt uit, plaagt. Is dit het einde? Nee, nog niet. Nog één zin.