Lezersrecensie
Student wiskunde slaagt als experimenteel schrijver
Een man rolt een grasmaaier naar voren en achteren, meerdere keren over hetzelfde stuk. Het gesneden gras maakt een kleine val van de messen naar de grond. Er komt een geur los. Binnen, achter een gevierendeelde ruit, kijkt vanuit een stoel een vrouw toe; ze vraagt zich af wat het betekent, die man van het ene glas naar het andere. […] Ook als een gezicht dag na dag hetzelfde blijft, denkt ze, kan het langzaam iets anders gaan betekenen.
In Constellaties wordt veel gedacht, over hoe de dingen zich tot elkaar verhouden, een kersenboom tot een sterrenstelsel bijvoorbeeld, over hoe mensen elkaar beïnvloeden en hoe herinneringen werken en veranderen. Die constellaties, de verbindingen, het onderzoeken ervan, zijn de boog van deze experimentele verhalenbundel, het debuut van Roelof ten Napel (1993).
Wat hij schrijft zijn bijna prozagedichten, impressionistische intimiteiten. Tussen de verhalen door citeert Ten Napel schrijvers (Lucebert, Virginia Woolf), Bijbelteksten, muzikant James Blake en gebruikt hij hier en daar een bladzijde om met enkele stippen een sterrenbeeld te schetsen. Allemaal om zijn eigen universum te maken en een bepaalde intimiteit te creëren. In een van zijn verhalen schrijft Ten Napel om beurten de monologue intérieur van drie personages, en waan je je een alwetende lezer, in een ander vertellen twee personages elkaar het verhaal. Het werkt allemaal even goed.
Prachtige beelden gebruikt hij, zoals deze: ‘Mist is eigenlijk het spook onder de landschappen. Het is er, maar ook weer niet echt, en het laat fragmenten zien van wat er eerder te zien was.’ Natuur is in de hele bundel belangrijk, er zijn veel bomen, Ten Napel gebruikt bovendien de termen ‘ent’, ‘grond’, ‘wildgroei’ en ‘constellatie’ om de verschillende niveaus van verhalen of citaten te duiden.
Hij studeert wiskunde. Dat verwacht je niet bij een aspirant-schrijver, maar dat is natuurlijk te makkelijk. Ten Napel slaagt met lof voor zijn literair experiment.