Lezersrecensie
Een mens is pas heel wanneer hij een nederlaag heeft geleden.
In een ziekenhuis wordt een zwaar verbrande man binnengebracht. Het vliegtuigje waarin hij zat crashte bij een zware storm en zijn piloot kwam om het leven. De papieren van deze comapatiënt zijn verbrand en in zijn zakken zit niets anders dan een handvol kleingeld: enkele Franse, Engelse, Amerikaanse munten en een Hollands dubbeltje. De dokters staan voor een raadsel: wie is deze man die als een meteoor uit de hemel kwam gevallen en die ze Geval X noemen? Waar komt hij vandaan? Waarom besliste hij om in dit onweer koste wat het kost te gaan vliegen? Waar wilde hij zo dringend heen?
Een verpleegster, een medepatiënt en een schrijver denken mee en proberen de dokters een antwoord te geven. De verpleegster droomt enkele nachten over Geval X waaruit een bepaald beeld over hem naar voor komt. De helderziende gooit al zijn zintuigen in de schaal en komt evenens met een –zìjn- versie van de man. Uiteindelijk is het verhaal van de auteur nog het meest beklijvend. Wellicht heeft dit te maken met de rotsvaste overtuiging van het schrijverspersonage: alleen wanneer je gelooft in het verhaal dat je zelf verzint, houdt het stand. En dat kan alleen wanneer de schrijver zich totaal in het personage inleeft: “De man die niet op zijn bestemming is aangekomen, dat ben ik” (p. 105). In het verhaal van de auteur is de man zijn memorie kwijt en werkt hij op de Antillen (Cuba) in opdracht van een grootgrondbezitter. Hoe hij daar komt of wie hij is, weet hij niet. Wel weet hij dat hij stapelgek is op Mary, de dochter van de grootgrondbezitter. Dat hij bij nacht en ontij zo gehaast het luchtruim kiest, heeft uiteindelijk alles met deze liefdesgeschiedenis te maken. En dan is er nog een variante op het verhaal van De Verloren Zoon, de bijbelfiguur die zijn thuis verliet om op zoek te gaan naar zichzelf … “Een mens is pas heel, wanneer hij een nederlaag geleden heeft.” (p. 185).
Met Meteoor stelt Karel Capek in vraag hoe goed we iemand (onszelf) überhaupt kunnen kennen. Die persoon kan in je dromen voorkomen (de verpleegster), je kunt iemand aanvoelen (de helderziende), maar in de meeste gevallen fantaseren we ons wellicht gewoon iets bij elkaar (de auteur). Het lijkt wel of Capek wil stellen dat dit best kan, zolang je je als auteur van jouw fantasie maar goed genoeg in dat personage inleeft. Niet voor niets sluit hij Meteoor af met het in het ziekenhuis pas binnengelopen telegram dat de Geval X een Cubaan zou zijn … Niet gek gefantaseerd van de auteur.