Lezersrecensie

Veel volk in de titel, afwezige personages in het verhaal


iBoek iBoek
27 mrt 2018

Brusselmans lezen blijft een aparte ervaring. Literatuurminnaars worstelen vanaf pagina 1 gewis met de vraag of een boek van Herman Brusselmans nu al dan niet tot de literatuur kan gerekend worden. Brusselmanskenner Rick Honings slaat op vrt.be (20 september 2017) wellicht de nagel op de kop door het als anti-literatuur te bestempelen. Brusselmans zet zich in zijn werk inderdaad af tegen coryfeeën uit de bellettrie. Terwijl hij eigen werk vult hij met absurd gebazel, dicht hij zijn schrijverschap (bv. in Poppy en Eddie en Manon en Roy Harper) tegelijk goddelijke kwaliteiten toe. Daarnaast is Brusselmans de ongekroonde koning van seksistische en racistische uitspraken. Deze aparte, en voor velen ongepaste, humor is volgens Rick Honings wellicht een van de redenen waarom Brusselmans met zijn omvangrijke oeuvre (75 titels!) nog geen enkele literaire prijs in de wacht mocht slepen. Wie Poppy en Eddie en Manon en Roy Harperheeft gelezen, mag dit terecht betreuren. Hoe het ook zij, Brusselmans is al ruim drie decennia een constante in de schrijversscene en hoe veelbesproken zijn humor ook is, hij komt er blijkbaar mee weg.

Honings maakt in Brusselmans werk een onderscheid tussen fictieve en semi-autobiografische boeken. Poppy en Eddie en Manon en Roy Harper behoort als derde deel van een trilogie tot deze laatste categorie. Poppy, Brusselmans ex, en Eddie (hondje van) zijn ondanks hun prominente plaats in de titel niet aanwezig in het verhaal. Toch houdt Brusselmans niet op het over hen te hebben. Manon (Brusselmans ex-vriendin) is evenmin lijfelijk aanwezig als romanpersonage en ook over haar kan de auteur niet zwijgen. Hij krijgt het nog moeilijker wanneer ze hem uitdrukkelijk vraagt om haar niet langer als romanpersonage op te voeren. Hij belooft haar stellig om zich hier aan te houden, maar door het voortdurend over haar te hebben, zij het via koosnaampjes en pseudoniemen, blijft Manon willens nillens een van de hoofdpersonages.
Brusselmans werkt in dit verhaal aan een boek waarvan de titel zeker Poppy en Eddie en Manon en (…)zal zijn, maar die (…)krijgt hij maar niet ingevuld. Al schrijvende gaat hij op zoek naar een waardige invulling voor (…). Dat zal blijkbaar ‘Roy Harper’ worden (zie titel), maar welke rol die in het boek speelt (er wordt het hele verhaal lang niet over hem gerept), blijft voor de lezer tot op de laatste pagina (zoals door Brusselmans voorspeld) een gissen, ook al kan de onoplettende lezer de verklaring alsnog missen.
Dan is er nog Jerry Nüttbaum, Brussel-mans denkbeeldige bodyguard, die op de keeper beschouwd - omdat hij denkbeeldig is - evenmin aanwezig is in het verhaal.

In deel 1 verschijnt Brusselmans, geflankeerd door Nüttbaum, om de haverklap op de afspraak voor interviews. Telkens weer blijkt de journalist toevallig net voor het interview te zijn gestorven en wordt de wachtende Brusselmans daarvan door de uitgever telefonisch op de hoogte gebracht waardoor hij en de denkbeeldige Nüttbaum onverrichter zake huiswaarst keren. Zo wordt deel 1 bevolkt door heel wat non-personages en staat Brusselmans er eigenlijk helemaal alleen voor. Als een god in het diepst van zijn gedachten: ook al voelt hij zich moderziel alleen, het hoofdpersonage (Brusselmans himself) is in deel 1 niet vies van schaamteloze zelfver-goddelijking.
Zie daar het leven van de gevierde auteur (hij werd 60 in 2017): een ex-vrouw en een ex-vriendin van wie hij maar geen afscheid kan nemen en de hond, Eddie, die hij mist. Het thema is gezet: eenzaamheid.

Waar Brusselmans in deel 1 probeert tot rust te komen na de breuk met Manon (ook de breuk met Poppy heeft hij overigens amper verwerkt), wil hij in deel 2 ‘ontwarren’ én een nieuwe liefde vinden. Dat laatste verloopt alleszins weinig succesvol. Naast een paar schaarse babbels met enkele meisjes in zijn stamcafé, ziet hij nu nagenoeg niemand (Nüttbaum heeft hij ‘afgeschaft’). En je leven ontwarren, doe je nu eenmaal alleen. Brusselmans doet dat al schrijvende, ’s nachts. In eenzaamheid. Nu ja, schrijven … veel verhaal steekt er ondertussen niet meer, of beter: nog steeds niet in Poppy en Eddie en Manon en (…). Brusselmans blijft vooral bezig met de invulling van die (…)(waarbij hij vooral een hoop onzin verkoopt) en het dromen van een nieuwe levenspartner.

Ook in deel 3 blijft zowel (…)als het vinden van een nieuwe vriendin oningevuld. Ondertussen vindt Brusselmans zichzelf allang geen superieure auteur meer; hij bekent zelfs een loser te zijn en stelt zich kandidaat voor de verkiezing van de Grootste Idioot van Vlaanderen (p. 246). Nu zit zijn leven pas helemaal in het slop. Rust vindt hij sinds hoofdstuk 1 al niet en ook van de ontwarring uit hoofdstuk 2 komt weinig tot niets in huis. Tragisch. Brusselmans bedenkt deel 3 dan ook met de titel ‘Tragisme’. Maar Brusselmans’ devies aan de lezer luidt: ”Houd het tragisme in het verborgene waarin jij alleen licht kunt laten schijnen. Zorg er voldoende voor dat het tragisme alleen maar een wòòrd is.”(p. 196). Daar maakt hij meteen werk van en raaskalt hoofdstuk 3 dan ook vol met nonsens van de bovenste plank. Voor het gemak (en om pagina’s te vullen) haalt hij zelfs Nüttbaum weer van stal. “Laat me maar bazelen,”schrijft Brusselmans op p. 226, “ik ben te eenzaam om nièt te bazelen. Ik moet mijn geestelijke abberaties kwijt aan mezelf, omdat er niemand anders in de buurt is.”Dit zou dus zo maar eens de sleutelzin van deze roman kunnen zijn.

In de epiloog lijkt Brusselmans erin te slagen de demonen van zijn eenzaamheid in te tomen en er vrede mee te nemen dat Manon uit zijn leven is verdwenen. Na een ultiem eenzame nacht tussen winter en lente, die hem op het randje van de dood brengt, raapt Brusselmans zijn levensmoed weer bij elkaar, vindt hij zijn ziel terug en besluit de toekomst helder tegemoet te treden. Na een boek vol gezwets, eindigt Brusselmans toch met een uiterst existentieel gegeven en geeft hij zijn kijk op het universele thema van de fundamentele eenzaamheid.
Uiteindelijk vermeldt hij niet expliciet waarom ‘Roy Harper’ de invulling van (…)in de titel is geworden, maar wie zich de moeite getroost om Spotify aan het werk te zetten, ontdekt dat Brusselmans op de laatste bladzijde luistert naar het wondermooie Cherishing the lonesomevan jawel, Roy Harper. Even aandachtig luisteren naar de tekst verklaart meteen ook waarom dit lied hem in zijn tragisme uiteindelijk de rust, ontwarring en troost brengt waarnaar hij zocht.

“You stand in the doorway with tears in your sorrow
Saying there must be some way to tomorrow
And just for a few hours I think I can borrow
A girl who won't fight me but quietly follow”
Sherishing the lonesome, Roy Harper (1977)

Poppy en Eddie en Manon en Roy Harper (en de 74 vorige publicaties van Brusselmans) blijft een zalig boek om je hoofd eens leeg te maken, om eens àndere literatuur te lezen. Jawel, wat mij betreft dus toch literatuur. Brusselmans heeft niet alleen een ongebreidelde woordenschat (zelfs wat niet-schuttingtaal betreft), maar construeert een verhaal (eigenlijk een non-verhaal) door zaken nièt te laten gebeuren en personages nièt te laten aanwezig zijn. Tussen het geraaskal door laat Brusselmans zowaar zelfs in zijn ziel kijken. Zijn humor is te nemen of te laten. Of ik nu ook de 73 andere werken zal lezen (Ex-drummerlas ik al), wil ik niet meteen gezegd hebben, maar zo af en toe een Brusselmansje sorteert toch helende effecten.

Reacties

Meer recensies van iBoek

Boeken van dezelfde auteur