Lezersrecensie
Zomerhuis
Wie met zijn ouders breekt, wordt door de goegemeente al vlug, en zonder dat daar diep is over nagedacht, weggezet als een ondankbaar, moeilijk en gemeen sujet. 'Hoe slecht moet je niet zijn om de mensen die alles voor je gedaan hebben de rug toe te keren?'
In zomerhuis breekt auteur Vigdis Hjorth echter een lans voor kinderen die dit hebben moéten doen. Uit zelfbehoud. Uit zelfzorg. Omdat het niet anders kon. Omdat verder leven met de ouders hen anders totaal had gebroken. Hiermee werpt Hjorth een heel ander licht op dit taboethema.
Bergljot is dertig wanneer ze met haar ouders breekt. Haar oudere broer Bard en beide jongere zussen, Astrid en Asa, kiezen vrij vlug de kant van de ouders. Bijgevolg ziet ze ook hen niet meer. Bergljot leeft voortaan buiten de familie. Ze voelt zich niet gehoord en dus niet begrepen. Alleen Astrid neemt sporadisch contact op met haar, maar Bergljot voelt zich slecht bij deze gesprekken. Telkens wordt de wonde opengereten.
Wanneer drieëntwintig jaar later een erfenisregeling in het nadeel van Bard (en uiteraard ook van Bergljot) lijkt uit te draaien, komt er beweging in de patstelling. Schoorvoetend nemen Bergljot en Bard weer contact op met elkaar. Het is niet langer vijf tegen een. Toch blijft deze financiële achteruitstelling voor Bergljot van ondergeschikt belang aan het mentale onrecht dat haar door de familie al jarenlang is aangedaan.
Wanneer vader onverwacht sterft, barst de bom. Bergljot grijpt haar kans om datgene wat nooit genoemd mocht worden, wat ze totaal negeerden, wat ze maar niet wilden aanpakken, bij de notaris op tafel te gooien. Het is haar laatste kans om haar waardigheid te herwinnen. De reden waarom Bergljot met haar familie brak, blijkt niet min. Erkenning, laat staan een bekentenis, blijven nog maar eens uit. De breuk is compleet. Bergljot rest niets anders dan haar verwonde leven met nog meer littekens verder te zetten.
Hjorth beschrijft dit thema met de gepaste sereniteit. Haar inleving in het hoofdpersonage is totaal. Elke gedachte van Bergljot is waar en waarachtig. Het kan niet anders of Vigdis Hjorth heeft dit zelf meegemaakt, want dit boek overtreft de verbeelding van de sterkste auteur.
De herhaling van bepaalde zinnen werkt als een bezwerende incantatie en doet zelfs bijna Bijbels aan. Wat Bergljot doet, is zichzelf er, een leven lang, van overtuigen dat haar besluit om te breken het enige goede was. Dat datgene wat ze moest doen, ook iets is wat ze wilde doen.
Hjorths schrijfstijl is niet uitgepuurd, maar eerder een weergave van Bergljots gedachtestroom. De lezer is, soms tot het onverdraaglijke, getuige van de recalcitrante, levenslange innerlijke strijd die Bergljot voert.
En dan is er nog de ogenschijnlijke tegen-strijdigheid dat Bergljot uitgerekend de persoon die haar zoveel leed heeft berokkend, haar vader, zo graag ziet. “We willen gezien worden door onze vader”, analyseert Bergljots vriend, Lars, op p. 61. “Het is een wedstrijd die je niet winnen kan”, wist ook Bram Vermeulen al. Maar het is de moeder, de stille getuige, die het moet ontgelden. Finaal wijst Bergljot hààr aan als hoofdschuldige aan de breuk met haar familie. Zij had moeten ingrijpen en door de pijn heen werken. Doordat haar moeder dit haar leven lang heeft nagelaten, leven Bergljot, haar kinderen en kleinkinderen buiten de familie. Kan Bergljot van haar moeder houden? Als het haar niet lukt, dan misschien haar kleinkinderen. Niet voor niets wordt de laatste zin in het boek uitgesproken door Bergljots kleinkind, Emma: (over haar overgrootmoeder): “Ik wil haar graag zien”. En dit kan in beide betekenissen opgevat worden. De interpretatie laat Hjorth aan de lezer over.
Met Zomerhuis zet Hjorth zich af tegen de dubbele onrechtvaardigheid die mensen treft die breken met hun ouders. De auteur maakt duidelijk dat zij niet de boosdoeners, maar de slachtoffers zijn. Ze lijden onder een onrecht dat hen in hun kindertijd is aangedaan, nooit is erkend en hen bijgevolg hun leven lang, dag en nacht (tot in hun dromen), achtervolgt, tergt en uitput: “Waarom zou ik breken met alles wat dat met zich meebrengt aan verlies en pijn en er alleen voor staan, hoe zou ik het hebben gered om overeind te blijven tijdens die lastige, pijnlijke breuk, als het inbeelding en fantasie was, wat zou mijn motivatie zijn, wat zou ik hiermee winnen? Wie verzint zo’n verhaal, voor wat, voor wat, wat zou mijn motivatie zijn?” (p.302)
Zomerhuis voelt als een troost voor allen die hebben moeten breken met hun ouders. Vooreerst haalt het hen uit een diep isolement, want vanwege het taboe dat op dit onderwerp rust, zijn zij er vaak van overtuigd dat zij de enigen zijn die deze stap hebben moeten zetten. Zomerhuis neemt hun schaamte weg en sterkt hen in hun overtuiging dat dit de enige mogelijke uitweg was om hun leven draaglijk te maken. Maar ook is duidelijk: al breek je met je ouders, het laat je nooit los.