Lezersrecensie

De man in de maatschappij


La vida es bella La vida es bella
8 mrt 2022

Alfred Döblin wordt geboren in 1878 en begint in 1900 met zijn studie geneeskunde in Berlin. In 1905 wordt hij assistent in de psychiatrie. Van 1911 tot 1933 is hij Kassenarzt voor zenuwziekten. Op 28 februari 1933 emigreert hij via Zürich naar Parijs en wordt zijn literaire carrière abrupt afgebroken In 1940 vlucht hij naar de USA, omdat hij van Joodse afkomst is. In 1941 bekeert hij zich tot het katholieke geloof en in 1957 overlijdt hij.

Zijn roman ”Berlijn Alexanderplatz” speelt zich af eind jaren '20 van de vorige eeuw in Berlin als er grote werken in en rond het station Berlin Alexanderplatz plaatsvinden, die in het verhaal regelmatig beschreven worden. Een collage van beursberichten, reclameslogans, krantenartikels, bijbelcitaten, liedjesfragmenten, medische uiteenzettingen enz. brengen de hectische sfeer van een bruisende grootstad op ons over.

Het verhaal gaat over Frans Karl Biberkopf die symbool staat voor de maatschappij. Hij verlaat na 4 jaar de gevangenis Tegel, waar hij zijn straf uitzat voor doodslag op zijn vriendin Ida. Nu neemt hij zich voor fatsoenlijk te zijn. Eerst komen de huizen op hem af, voelt hij zich slecht en wordt hij door Joden opgevangen. Dan probeert hij eerlijk zijn geld te verdienen als krantenverkoper en als straatventer van o.a. schoenveters, maar zijn "vriend" Lüders steekt hem figuurlijk een mes in de rug en Franz vlucht in de alcohol.

Op café ontmoet hij Reinhold, op het eerste zicht een bedeesde stotteraar die iedere maand een andere vrouw wil en zijn ex via Franz wil dumpen. Hoe laat je de lezer een vreemde sympathie voelen voor iemand die zijn vriendin zodanig heeft toegetakeld dat ze aan haar verwondingen is bezweken? Door in het verhaal iemand te creëren die nog slechter is. De bal gaat pas echt aan het rollen als Franz bij de louche zaakjes van Pums betrokken wordt, terwijl hij toch fatsoenlijk wou blijven. Het is zoals de maatschappij die an sich goed is, maar waar er toch die negatieve onderstroom is.

Als Franz op het einde in het gekkenhuis wordt opgenomen en als Karl eruit komt, voel je heel goed dat Alfred Döblin een uitstekende kennis van de psychologie heeft. Het verhaal zit ook vol verwijzingen naar de bijbel zoals het verhaal van Job, de hoer van Babylon, de moeder van alle gruwelen op aarde, het slachten van het vee (= het offer dat Abraham moet brengen) en voor mij persoonlijk doet de verhouding tussen Reinhold en Franz aan de goede en slechte moordenaar denken, die naast Jezus aan het kruis hangen, alhoewel Döblin tijdens het schrijven van zijn roman Joods was en nog niet katholiek.

Het boek doet aan James Joyce denken, maar dat ontkent Alfred Döblin zelf ten stelligste: het eerste deel heeft hij zelfs geschreven, toen er van Joyce nog geen sprake was.

Ik heb het boek in het Duits gelezen en geef toe dat het geen makkelijk boek is, vooral ook omdat Döblin gretig gebruik maakt van het Berlijnse dialect om zijn personages zo goed mogelijk te schetsen. Dit is een element dat in de Nederlandse vertaling verloren gaat. Als uitsmijter geef ik een tekstfragment in het Duits, zodat jullie zelf kunnen oordelen.

"Er freut sich über den verrückten Kerl, den kleinen Postfritzen, der immer rumlooft und kooft und hat keen Geld, aber ein Vogel hat er, das ist schon kein gewöhlicher Piepmatz, das ist ein ausgewachsenes Huhn, wovon ne Familie leben kann."

"Hij verkneukelt zich over die maffe kerel, die kleine postboer die altijd maar rond rent, koopt en geen rooie cent heeft, maar wel een klap van de molen, dat is niet zomaar een tik, dat is een flinke klap, daar kun je een stevige kerel mee tegen de grond slaan."

Reacties

Meer recensies van La vida es bella

Boeken van dezelfde auteur