Lezersrecensie
Cassiopeia als symbool van vriendschap
“....met Manja waren ze levend en kleurig geworden als een prentenboek, vol avonturen, vreugde, spanning en spel. Iets in het leven om je op te verheugen, blijdschap die sterker was dan de angst. Iets heel lichts.” (citaat)
Anne Gmeyner is in 1902 geboren in een Joodse intellectuele familie in Wenen. In 1924 emigreerde zij met haar man naar Edinburgh, maar na haar scheiding in 1929 woonde zij met haar dochtertje in Berlijn. In 1933 vluchtte zij met haar dochtertje naar Parijs waarna zij met haar tweede man, de Russisch-joods filosoof Jascha Murdoch, naar Londen verhuisde. Deze herontdekte roman “Manja” van Manja Gmeyner is geschreven tussen 1934 en 1938 in Londen.
“Nergens in de wereld was dat waarnaar zij zochten. Alleen hier in het donker, in het bij elkaar zitten. Alleen in dat waarover ze niet konden praten en niet konden zwijgen.” (citaat)
‘Manja. De vriendschap van vijf kinderen’ is een indrukwekkende roman die zich grotendeels afspeelt in de jaren vóór het Derde Rijk, tussen 1920 en 1934 in Berlijn.
Gmeyner begint het boek (voor die tijd heel gedurfd) in het voorjaar van 1920, bij de verwekking van vijf kinderen. De omstandigheden van verwekking (luxe of armoede) en manier waarop (ruw, met tegenzin of vol liefde) zijn de eerste verschillen die opvallen. De kinderen groeien bovendien alle vijf op in een heel ander gezin: Karli in klassenbewust gezin, Franz in een gezin met nazi-sympathieën, Harry in een welgesteld gezin met een Joodse geschiedenis, Heini als zoon van een arts in een liefdevol gezin en Manja, Oost-Europees en Joods, groeit op bij haar arme moeder en twee broertjes.
De vijf families vormen een dwarsdoorsnede van de samenleving in de periode die voorafging aan de jaren voor de Tweede Wereldoorlog. Tegen deze angstaanjagende achtergrond vertelt Gmeyner het verhaal van een vriendschap tussen de vijf kinderen. De jongens komen alle vier uit een heel ander gezin, maar wat ze gemeen hebben is hun liefde voor Manja. Manja laat de jongens het sterrenbeeld Cassiopeia zien - vijf sterren - dat het symbool wordt van de vriendschap tussen de kinderen.
De kinderen groeien op en de tijden veranderen. Gmeyner vertelt het verhaal vol poëzie, maar ook beeldend en indringend. Af en toe moest ik het boek even wegleggen vanwege het beklemmende gevoel dat ik kreeg.
Door deze vijf kinderen als hoofdpersonages te kiezen in dit boek, is de dreiging extra goed voelbaar. Het ene moment spelen de kinderen hun spel, maar het volgende moment weet je als lezer dat de kinderen niet voortdurend kunnen ontsnappen in hun fantasie. De wereld wordt steeds grimmiger en onschuldig spel bestaat niet meer.
Als het boek eindigt in 1934 weet ik even niks te zeggen. Als lezer weet ik bovendien dat in Duitsland toen het ergste nog moest komen.
“Voor het eerst voelt het kind de eenzaamheid, omdat het recht en onrecht niet meer gelden. Het voelt als een steen in haar mond, te hard om stuk te bijten en te groot om door te slikken en ze kan hem ook niet uitspugen.” (citaat)