Lezersrecensie
Non-fictieboek dat leest als spannend fictieboek
‘Papyrus’ kreeg dit jaar in Nederland, en in andere Europese landen, de nodige aandacht in de media. Inmiddels zijn de vertaalrechten aan meer dan dertig landen verkocht en heeft het boek een aantal prijzen gewonnen.
De auteur Irene Vallejo Moreu (Zaragoza, 1979) studeerde klassieke literatuur aan de universiteiten van Zaragoza en Florence. Ze heeft eerder twee romans en een aantal kinderboeken geschreven. ‘Papyrus’ is haar eerste non-fctieboek.
“Onze huid is een grote blanco pagina; ons lichaam een boek. De tijd schrijft beetje bij beetje zijn geschiedenis in het gezicht, op de armen, op de buik, in het geslacht, op de benen. Als we ter wereld komen krijgen we een grote O opgedrukt, de navel. Daarna verschijnen zachtjes aan andere letters. De lijnen van de hand. Sproeten, als punten aan het eind van een zin. De littekens die blijven nadat de arts een snede heeft gemaakt en de wond weer heeft dichtgenaaid. Met het verstrijken der jaren vormen de rimpels, ouderdomsvlekken en spataderen de lettergrepen die een levensverhaal vertellen.” (citaat)
Het is duidelijk dat aan het boek ‘Papyrus’ heel veel onderzoek vooraf is gegaan. Het is een zeer vol boek over de geschiedenis van het schrift, boeken en bibliotheken. Het boek gaat van de veldtochten van Alexander de Grote, via de bibliotheek van Alexandrië en Ptolemaeus terug naar de tijd van vóór de brieven (waar het verhaal via tekeningen werd verteld) via de Grieken en Romeinen en via Pompeï naar het boek zoals we dat nu kennen. Vallejo neemt de lezer mee terug in de tijd en leert ons over de evolutie van het boek in zijn verschillende formaten, van steen, van klei, van hout, van huid, van perkament, van papyrus, van papier en nu, in het licht (ebooks).
“De bibliotheek deed Alexanders droom grotendeels uitkomen; zijn universalisme, zijn honger naar kennis, zijn ongebruikelijke streven naar vermenging. Op de planken van Alexandrië werden grenzen afgeschaft; daar leefden de woorden van Grieken, Joden, Egyptenaren, Iraniërs en Indiërs eindelijk vreedzaam naast elkaar.”(citaat)
Naast de ontwikkeling van boeken en het schrift (van tekeningen naar letters en het gaan gebruiken van leestekens en alinea’s), neemt ook de ontwikkeling van het lezen een belangrijke plaats in in het boek. De waarde van kunnen lezen en schrijven veranderde, waardoor onderwijs een steeds grotere plek ging innemen. Tekst werd langzaamaan niet alleen gebruikt voor informatieoverdracht, voor brieven, wetten of voor documentatie, maar steeds vaker kreeg tekst een plek in het lezen ter ontspanning.
“Onderricht is het enige wat onsterfelijk en goddelijk is. Want alleen intellect verjongt met de jaren en de tijd, die alles wegrukt, voegt wijsheid toe aan de ouderdom. Zelfs de oorlog, die als een wilde storm alles meesleurt, kan niet alles wat je weet van je afpakken.” (citaat)
Vallejo vertelt het stuk geschiedenis over boeken vol filosofische reflecties en ervaringen uit haar eigen geschiedenis. Grote delen van de wereld blijven hierbij onbesproken, Vallejo beperkt zich vooral tot de geschiedenis van de oude Grieken en Romeinen.
Ik heb genoten van de stukjes geschiedenis over het perfectioneren van schrijven op perkament dat min of meer door toeval is ontstaan doordat Ptolemaeus de leverantie van papyrus stopte. En over de zeer belangrijke rol die monniken en nonnen hadden in het bewaren van en “kopiëren” van boeken. Wat de rol is van vrouwen in boeken en het vroeg-feminisme met een grote rol voor Sulpicia. En wat we kunnen leren over de rol van boeken dankzij de overblijfselen van Pompeï.....etc.
“Het schrift en het geheugen zijn geen tegenstanders. Integendeel, in de loop van de geschiedenis hebben ze elkaar gered: de letters bewaren het verleden en het geheugen bewaart de vervolgde boeken.” (citaat)
Hoezeer het boek ook heeft geleden onder censuur, vervolging, voortekenen van veroudering en verdwijning door andere mediavormen (televisie, internet, social media etc.), kan het boek door haar medium aan te passen, te veranderen en te verbeteren ( steen, klei, papyrus, perkament, papier of licht) overleven en is het boek nu levendiger dan ooit.
‘Papurus’ is een verbazingwekkend onderzoek dat uitmondt in een geweldig non-fictieboek dat leest als een spannend fictieboek. Van al die gebruiken en uitvindingen die eerder zijn gedaan blijven slechts een paar hiervan eeuwenlang bestaan.
Dat maakt het einde van het boek optimistisch: het duizendjarige verleden en bestaan van het boek is de beste garantie voor de toekomst.
“Boeken hebben bedenksels van onze voorvaderen aan ons overgeleverd die nog niet helemaal verouderd zijn: de gelijkheid tussen mensen, de mogelijkheid onze leiders te kiezen, het idee dat kinderen beter naar school kunnen gaan dan werken, de bereidheid om de schatkist te gebruiken – en aan te spreken- om te zorgen voor zieken, bejaarden en zwakkeren. Al deze inventies danken we aan de Ouden, aan wat we de klassiekers noemen, en zij zijn tot ons gekomen over een onzekere weg. Zonder boeken zouden de beste dingen van onze wereld zijn opgelost in vergetelheid.” (citaat)