Lezersrecensie
Moeizame relatie tussen moeder en dochter
‘But this is my story. And yet it is the story of many…. But this one is my story. This one. And my name is Lucy Barton.’
Elizabeth Strout (1956) is een Amerikaanse auteur die voor ‘Olive Kitteridge’ (2008) de Pulitzer Prize voor literatuur heeft gewonnen. In 2016 verscheen ‘My name is Lucy Barton’.
Het verhaal speelt zich af in de jaren ’80 hoewel Lucy het verhaal zo’n elf jaar later vertelt. Lucy vertelt over de dagen die zij in het ziekenhuis in New York lag waar ze onverwachts, als gevolg van complicaties, langer moet blijven na een blindedarmoperatie. Haar moeder, die Lucy jarenlang niet gezien heeft, komt haar in het ziekenhuis bezoeken en blijft vijf dagen en nachten aan haar bed zitten. Ze praten over allerlei onbenulligheden, over mensen die ze beiden kennen uit het dorp waar Lucy opgegroeid is. Ook al blijft het contact oppervlakkig, toch is Lucy ontzettend blij dat ze op deze manier met haar moeder kan praten. “I was so happy. Oh, I was happy speaking with my mother this way!” Maar over échte dingen, dingen die voor Lucy belangrijk zijn, praten ze niet. Als Lucy ze aansnijdt, staart haar moeder naar buiten en zegt niets. “I wanted my mother to ask about my life. I wanted to tell her about the life I was living now.” Als Lucy haar moeder bijvoorbeeld vertelt dat er twee verhalen van haar gepubliceerd zijn, kijkt haar moeder haar raar aan, staart vervolgens uit het raam en zegt niets.
Lucy komt uit een arm gezin. Ze woonde met haar vader, moeder, broer en zus in het boerendorp Amgash, Illinois. Ze woonden eerst in een garage, later in een klein, afgelegen huis. Lucy zit na schooltijd het liefst op school haar huiswerk te doen, want daar is het tenminste warm. Lucy is eenzaam. “… I was lonely. Lonely was the first flavor I had tasted in my life, and it was always there, hidden inside the crevices of my mouth, reminding me.” Door te lezen, voelde Lucy zich minder eenzaam en dat doet haar besluiten om schrijfster te worden zodat andere mensen zich niet zo alleen hoeven te voelen: “But the books brought me things… They made me feel les alone.” “And I thought: I will write and people will not feel so alone!” Ze krijgt de kans om te gaan studeren en verlaat Amgash. Zorgt dit dat zij vervreemdt van haar familie? “… I felt I heard in their voices anger, a habitual resentment, as though they were silently saying You are not one of us, as though I had betrayed them by leaving them.” Lucy woont tegenwoordig in New York.
Pas negen jaar later ziet Lucy haar moeder opnieuw als haar moeder op haar sterfbed in een ziekenhuis in Chicago ligt. Lucy gaat naar Chicago om haar te kunnen geven wat haar moeder haar had gegeven toen zíj in het ziekenhuis lag. Maar haar moeder wil dat ze vertrekt, meteen. “I need you to leave.” “Now, please. Honey, please.”
Elizabeth Strout vertelt het verhaal in eenvoudige taal waarbij het verhaal waar het omgaat niet geschreven is, maar tussen de regels door te lezen is. Het gaat om Lucy’s wanhopige verlangen om contact te krijgen met haar moeder, over haar kwetsbaarheid door haar afkomst, over haar verlangen om gewaardeerd te worden door haar ouders. Lucy vertelt over de periode dat zij in het ziekenhuis lag, afgewisseld met herinneringen uit haar jeugd. Op het einde van het boek krijgt de lezer nog te horen hoe het haar nu vergaat, inmiddels gescheiden van haar man en succesvol schrijfster. Lucy is geen betrouwbare verteller. Als ze aan het sterfbed van haar vader zit weet ze niet meer precies wat hij haar gezegd heeft. ‘And he squeezed my hand, his eyes were so watery, his skin so thin, and he said, “Lucy you’ve always been a good girl. What a good girl you’ve always been.” I am quite certain he said that to me. I believe, though I am not sure, that my sister left the room then’. Haar moeder blijft belangrijk voor haar: ‘Mommy!” And I don’t know what it is – if I am calling my own mother, or if I am hearing Becka’s cry to me that day when she saw the second plane go into the second tower. Both I think.’