Lezersrecensie

De bijl en de slang


Sylvia ten Hove Sylvia ten Hove
17 mrt 2022

Met Vaderland sleepte Fernando Aramburu verschillende Spaanse literaire prijzen in de wacht zoals de Nationale verhalende prijs 2017, de Euskadi-prijs voor literatuur 2017 en stond het boek op de longlist van de Europese Literatuurprijs 2019.

Vaderland speelt zich voornamelijk af in Baskenland en gaat over twee families die innig bevriend zijn maar door het Baskisch nationalisme steeds verder uit elkaar getrokken worden. Het gaat om het gezin van Txato en Bittori en het gezin van Miren en Joxian. Txato heeft een goedlopend transportbedrijf, hij voelt zich een Bask: hij spreekt de taal en voelt zich verbonden met zijn geboortegrond, maar hij weigert de ‘revolutionaire belasting’ aan de ETA te betalen terwijl de Joxe Mari, zoon van Miran en Joxian, steeds meer sympathieën krijgt voor de ETA en radicaliseert. Txato komt om het leven door een aanslag van de ETA.

In het boek wordt een schrijver ten tonele gevoerd die wel eens zou kunnen verwijzen naar Aramburu zelf. De schrijver zegt: “Ik schreef tegen de misdaden die met een politiek excuus worden gepleegd, in naam van een vaderland waar een handjevol gewapende mensen, met de schandelijke steun van een deel van de samenleving, bepaalt wie tot dat vaderland behoort en wie moet vertrekken of verdwijnen. Ik schreef zonder haat tegen de taal van de haat en tegen de vergetelheid die wordt gepropageerd door degenen die een geschiedenis proberen te verzinnen waarmee ze hun project en hun totalitaire overtuigingen kunnen rechtvaardigen. (…) Ik probeerde twee fouten te vermijden die ik als ernstig beschouw in dit soort literatuur: een pathetische, sentimentele toon enerzijds en anderzijds het toegeven aan de verleiding om het verhaal te onderbreken voor een expliciete politieke stellingname.”

Aramburu laat in Vaderland zien hoe jongeren worden blootgesteld aan de propaganda voor het terrorisme en hoe het extremisme grip op hen krijgt en ze zich laten meeslepen. Het is moeilijk om niet mee te doen zoals Gorka, de jongere broer van Joxe Mari, waardoor hij buiten de groep komt te staan. Het meelopen met de groep is niet alleen kenmerkend voor ETA maar ook herkenbaar bij jongeren die voor IS geronseld worden. Toch blijft het gedachtegoed van ETA wat oppervlakkig en kon dieper worden uitgewerkt.

Het boek beschrijft een periode van ongeveer 50 jaar in korte hoofdstukken en vertelt het verhaal niet chronologisch met sprongen in de tijd. Daarbij verandert het perspectief naar verschillende personages. Sommige gebeurtenissen worden meerdere keren verteld vanuit een verschillend perspectief en op een ander moment in het boek. Soms is het voor de lezer zoeken in welke periode een hoofdstuk zich afspeelt. Er zijn momenten waar de sprongen in de tijd niet meer functioneel zijn en alleen voor verwarring zorgen. Sommige hoofdstukken lijken niet zo relevant voor het verhaal, bijvoorbeeld als een dochter van Bittori vanwege een vriendje naar Duitsland vertrekt of het moment waarop een dochter van Miren een hersenbloeding krijgt op Mallorca. Dan verdwijnt de spanning uit het verhaal.

De schrijfstijl liet te wensen over. Aramburu laat een alwetende verteller aan het woord die af ten toe betuttelende opmerkingen maakt zoals “… en dat was de laatste keer dat hij sliep.” Soms begint een paragraaf met een zin in de derde persoon, maar gaat dan ineens verder met een zin in de eerste persoon en gaat dan weer terug naar de derde persoon. Ook lijkt de auteur de lezer soms keuzes te geven door woorden door middel van schuine strepen van elkaar te scheiden zoals bijvoorbeeld: ‘hij dacht/vreesde’, ‘hij kuste/omhelsde’, ‘Op een middag was Miren bezorgd/kwaad thuisgekomen.’, ‘… toen ze de kamer van Gorka betrad/binnenstormde’ of ‘Joxian deed bedroefd/onthutst en angstig/geïntimideerd een stap naar achteren…’ Dit kwam bij mij gekunsteld over.

Het taalgebruik is soms simpel zoals: “Nerea: of ze hulp nodig had. En Bittori: nee hoor.” en bevat onzinnige zinnetjes alsof het een reactie van de lezer zou zijn zoals: “En hij vroeg hem om een gunst (…) Wat voor gunst?” of “Hoe liep het dan met hem af? Nou, hij draaide helemaal door.” En dan komt er een rare combinatie in een zin langs: “Het fokken van konijnen was een van zijn grootste hobby’s en het was tien uur ’s ochtends.”

Vaderland is een interessant boek dat laat zien hoe de hechte vriendschap tussen twee families verscheurd kan worden door het Baskisch nationalisme terwijl beide families Baskisch zijn. Het laat de lezer ook zien hoe mensen meegetrokken kunnen worden in bepaalde denkbeelden en zelfs geweld niet schuwen en zo tegenover elkaar komen te staan. Helaas sprak de schrijfstijl mij minder aan.

Reacties

Meer recensies van Sylvia ten Hove

Boeken van dezelfde auteur