Lezersrecensie

Standaardwerk over Stalins staatsslavernij


TomD TomD
23 apr 2020

Sovjetunie, 1917-1986. De goelag, de staatsslavernij met Stalin en zijn regime als alfa en omega van het hele systeem, was geconcipieerd uit zijn tirannieke brein, werd voortgestuwd op de golven van zijn wreedaardige beleid en na zijn dood in leven gehouden door neo-stalinisten. Dit standaardwerk over de goelag straalt grote deskundigheid uit. Het kwam tot stand door bijzonder uitgebreid onderzoek, niet in de laatste plaats in archieven die lang gesloten zijn gebleven. Daarbovenop ging Applebaum ter plaatse kijken en voelen wat overbleef van wat eens eigen koninkrijkjes waren van machtige kampcommandanten. Ze las memoires van ex-gevangenen, nam interviews af, onderhield contact met Goelag-memorial en verdiepte zich in het uitgebreide literaire werk van o.a. Gorki, Sjalamov en Solzjenitzyn. De geschiedenis van de goelag benadert ze niet al een geïsoleerd fenomeen, maar behorend tot de geschiedenis van de Sovjetunie en zelfs tot het klimaat van continentaal Europa. Ze belicht overeenkomsten met de concentratiekampen van de nazi’s, waar eveneens mensen werden gevangen om wie ze waren, niet om wat ze gedaan hadden; ook op belangrijke verschilpunten wordt gewezen, zo was het voornaamste doel van de goelag economisch, niet vernietiging – niettegenstaande de massale sterfte.
Het boek is doordacht opgebouwd, voorzien van talrijke dagboekfragmenten en getuigenissen, met veel aandacht voor goelag-literatuur en -poëzie. De vloed aan gegevens gaat gepaard met kernachtig verwoorde inzichten en nodige syntheses.

Met de oprichting van de Sovjetstaat in 1917 ontstond een nieuw soort crimineel: de klassenvijand. Aangevuld met echte en beweerde tegenstanders van de revolutie, stuurde men deze grote groep gevangen naar noordelijk Rusland als werkkrachten. Met de komst van Stalin, zijn megalomane projecten en nood aan dwangarbeiders, verspreidden grote kampcomplexen zich woekerend in heel de Sovjetunie, aanvankelijk zo afgezonderd dat prikkeldraad onnodig en ontsnappen zinloos was. Grote honger, weinig voorzieningen, slechte organisatie en steeds extremere arbeidseisen zorgden voor een hoog sterftecijfer. Moorden en massale terechtstellingen kwamen voor. Verloren aantallen werden aangevuld door elkaar opvolgende arrestatiegolven op het ritme van Stalins willekeur. Twijfel uitspreken over de bijna hysterische industrialisatieplannen (1929) of als “koelak” (grote boer) worden beschouwd (begin jaren 30) kon de weg wijzen naar Siberië. Met de Grote Terreur van 1937-38 elimineerde de Sovjetleider wie in eigen kring in ongenade was gevallen. Dat bood hem gelegenheid om nieuwe loyale leiders te benoemen, zijn bevolking nog meer doodsangst aan te jagen en zijn kampen te vullen. Eind jaren 30 stonden de kampen in het hart van de Sovjeteconomie – waar Stalin ze wou. En dat bleef zo tot aan zijn dood.
Alles was onderworpen aan geschreven en ongeschreven regels. Om de meest absurde misdrijven kon men gearresteerd worden. Na de bewuste “nachtelijke klop op de deur”, werden verdachten meegenomen in afwachting van een treinreis dwars door Rusland. Aangekomen in een kamp, werden ze niet meer gezien als mensen maar als “vijand van het volk”. Medegevangenen konden hen steunen. Criminele bendes, verklikkers of bevoorrechten maakten het leven nog meer tot een hel. Bewakers hadden vaak zelf een strafblad. Omkoping, behoren tot een clan en collaboratie konden helpen in de struggle for life. De kloof tussen de regels op papier en de praktijk was surrealistisch.
De Tweede Wereldoorlog verergerde de toestand nog. Er ontstond een toestroom van gearresteerden uit bezette gebieden, joden op de vlucht voor Hitler, hele volksgemeenschappen zoals Wolga-Duitsers en krijgsgevangen. Die laatsten werden vanaf 1945 mondjesmaat gerepatrieerd, maar vervangen door krijgsgevangen soldaten uit het Rode Leger, die werden gezien als anti-stalinisten of collaborateurs. Begin jaren 50 bereikte de goelag zijn grootse omvang.
Toen hij in 1953 stierf, zou er verandering komen. Beria deed als eerste een gooi naar de macht en verklaarde het goelagsysteem van dwangarbeid te willen opheffen. Beria werd weggedrukt door Chroesjtsjov, maar ook hij wist heel goed dat de kampen de economie vertraagden en miljoenen gevangenen onschuldig waren. De langzame doodsstrijd van de goelag was ingezet en zou meer dan 30 jaar duren! De verdedigers van het oude systeem wilden alles terugdraaien. Chroesjtsjov werd afgezet in 1964 en vervangen door Brezjnev, de leider van de reactionairen. Toch was met de dood van Stalin de massale slavenarbied in de Sojvetunie ten einde. De kampen waren niet verdwenen, maar veranderd. Arrestaties onder Brezjnev waren geen “roulettespel” meer, maar gericht tegen wie literair of politiek verzet ondernam. Met het aantreden van Gorbatsjov in 1985 werd het echt anders. Eind 1986 kwam er een generaal pardon voor alle politieke sovjetgevangenen en werden de laatste kampen gesloten. Zijn “glasnost” (openheid) en de volledig oprechte bespreking van het Sovjetverleden zou uiteindelijk de legitimiteit van het Sovjetbewind – waarin de goelag een essentiële plaats had - ondermijnen.

Reacties

Meer recensies van TomD

Boeken van dezelfde auteur