Lezersrecensie
Einde Wereldoorlog 2 voorkwam geen verder bloedvergieten
Europa 1944-1949. De Tweede Wereldoorlog was in mei 1945 dan wel formeel beëindigd, maar maakte geen einde aan het geweld. Economisch, politiek en moreel bleef Europa nog jaren onstabiel. Wereldoorlog 2 was immers geen traditioneel conflict over grondgebied, maar tegelijk een rassenoorlog en ideologisch conflict, verstrengeld met een aantal burgeroorlogen. Gezien Duitsland slechts 1 element hierin vormde, is het logisch dat na de overgave de verdeeldheid bleef.
Op die breuklijnen zoemt Keith Lowe in. Hij doet dat op een uiterst gedetailleerde en vooral genuanceerde manier. “Want,” zo stelt hij, “in een continent als Europa dat zo groot is en zo veel verscheidenheid te zien geeft, is het niet verstandig te generaliseren.” Zijn discours brengt hij met overtuiging en in een erg doordachte opbouw. Hoofdstukken glijden naadloos in elkaar. In zijn betoog geeft hij landen als geheel, regio’s, dorpen, gemeenschappen en individuele getuigenissen een plaats. Hij geeft voorgeschiedenis bij de gebeurtenissen, maar gaat zelden verder terug dan het begin van WO II. De geloofwaardigste statistieken werden geselecteerd en bekritiseerd. De kaarten zijn overzichtelijk en staan op de juiste plaats. Veel inspanning werd geleverd om de gebeurtenissen uit het verleden, hoe gruwelijk ook, in hun historische context te plaatsen. Want “vergeten is geen optie,” meent hij. “Het zijn niet onze herinneringen aan de zonden van het verleden die haat oproepen, het is de manier waarop we ons die herinneren. Het gaat erom de waarheid boven tafel te krijgen zonder het heden te vergiftigen.” En daar is Keith Lowe volkomen in geslaagd. Om dit boek te beoordelen met sterren is voor mij maar één mogelijkheid: enkel de volle 5 volstaan.
Hij steekt van wal met een blik op “Stunde Null”, waarop men na het beëindigen van WO II met een schone lei wou beginnen. Geen sprake van! Europa werd geconfronteerd met een enorme materiële vernietiging. In sommige landen was 1000 jaar cultuur en architectuur vernietigd. Achter deze destructies ging een menselijke en morele ramp schuil. Als direct gevolg van de oorlog waren er 35 à 40 miljoen doden. Hoe verder naar het oosten, hoe groter de aantallen slachtoffers. Grote aantallen weduwen en wezen bleven achter. Het plan om oostelijke gebieden uit te hongeren was dan wel gestopt, maar de hongersnood bleef. Stelen en plunderen namen toe, de zwarte markt floreerde. Gelet op hun grote takenpakket, waren de geallieerden niet in staat de naoorlogse problemen aan te pakken in een tempo dat verder bloedvergieten voorkwam…
Dreiging van wraak was alomtegenwoordig. Bij arrestaties van nazi’s en collaborateurs, bij bevrijding van de kampen. Duitsers hoefden niet meer op sympathie te rekenen. Hun lot hing af van de mensen die hen gevangen hadden genomen, m.a.w. kwamen ze onder Amerikaans of Russisch gezag? Duitse soldaten deden er alles aan om niet in de handen van het Rode Leger te vallen. Door Sovjetpropaganda waren Duitsers herleid tot ongedierte. De “Volksdeutsche”, grote gemeenschappen van Duitssprekenden die reeds lang in o.a. Polen of Tsjechoslowakije woonden, werden het doelwit van volkswoede. In heel West-Europa was wraak op vrouwen die met een Duitser hadden geslapen algemeen. En baby’s van een Duitse vader waren er niet welkom.
Uitroeiing van joden was gestopt, maar antisemitisme bleef. Velen besloten uit te wijken naar een deel van Palestina, waar in 1948 de staat Israël werd opgericht. Nationalistisch geweld richtte zich op andere minderheden in bepaalde landen. Etnische zuiveringen vonden plaats in Oekraïne en Polen. Eveneens in Polen maar ook in Tsjechoslowakije werden Duitstalige gemeenschappen definitief verdreven. In de jaren na de oorlog was Duitsland nog de enige plek die Duitsers welkom heette. In Joegoslavië bereikte het conflict tussen de ultranationalistische ustasa en de communistische partizanen een triest hoogtepunt dat eindigde in een slachtpartij. Deze wreedheden waren niet uniek maar symbolisch voor de ontmenselijking op het hele continent. Niettemin was er meer tolerantie waar te nemen in West- dan in Oost-Europa.
Uiteindelijk ontstond er een nieuw conflict: wat een machtsstrijd was tussen nationalisten en communisten in de afzonderlijke landen, werd op Europees niveau een botsing van supermachten. De strijd tussen links en rechts leverde politiek geweld in Frankrijk en Italië, burgeroorlog in Griekenland, een communistische revolutie in Roemenië en de uiteindelijke onderwerping van zowat heel Oost-Europa. Wat die laatste landen gemeen hadden, was dat ze bijna allemaal bevrijd waren geweest door de Sovjets, die duidelijk een politieke agenda hadden. Door terreur en intolerantie schiepen ze een strategische buffer tussen de Sovjetunie en het westen. De landen werden replica’s van de USSR. De communistische machtsovername in Oost-Europa was geen vreedzaam proces, o.a. in de Baltische landen was er langdurig en intens verzet door partizanen. In Litouwen werd de laatste partizanengroep omstreeks 1956 vernietigd.
De Amerikaanse pogingen om de westerse politiek te controleren waren net zo bemoeiziek als de Russische. Maar de methoden verschilden. De VS bood hulp met het Marshallplan in ruil voor verregaande economische samenwerking, de Sovjetunie gebruikte militaire dwang.