Lezersrecensie
…de duivenvrouw heeft heimwee naar de duiven…
Plaats en tijd: Barcelona, eind jaren 30 ( vóór, tijdens en na de Spaanse Burgeroorlog 1936-1939).
Het is feest op de Plaça del Diamant (de oorspronkelijke titel). Er wordt gedanst.
Natália wordt ten dans gevraagd door een knappe jongeman, Quimet. Ze is verloofd met Pere, kok bij Hotel Colón, maar ze besluit toch met hem te dansen…. De hele dag…! Quimet noemt haar vanaf het begin Colometa = mijn kleine duif". En hij belooft haar dat zij over een jaar zijn vrouw, zijn koningin zal zijn. Het begin van de overgave.
Colometa, een jong en naïef meisje vertelt haar levensverhaal in haar eigen eenvoudige woorden, korte zinnen. Maar oh zo, indringend! Het meisje staat er alleen voor, moeder is dood, vader hertrouwd en alleen een buurvrouw, mevrouw Enriqueta geeft haar af en toe raad en staat haar bij in moeilijke tijden, zoveel als ze zelf kan.
Colometa gaat op het huwelijksaanzoek in, verbreekt de verloving en bereidt zich voor op het krijgen van een gezinnetje met Quimet. Maar Quimet, meubelmaker, blijkt onberekenbaar te zijn, ziekelijk jaloers, heel egoïstisch, impulsief en wispelturig. Hij is het tegengestelde van Pere. En Colometa is niet meer dan zijn sloofje.
Colometa schikt zich in haar lot, zoals elk braaf meisje in die tijd zou hebben gedaan. Maar regelmatig wordt het haar te veel en stort zij haar hart uit bij mevrouw Enriqueta. Er komen met heel veel moeite twee kinderen, Antoni en Rita.
Quimet heeft intussen een andere grote hobby, het fokken van duiven, sierduiven … om te verkopen. Maar hij geeft ze meestal weg.Het hele appartement, inclusief dakterras wordt een grote duiventil. Overal zitten duiven te broeden. De kinderen spelen er tussendoor. Colometa ziet het niet meer zitten en probeert het broeden te saboteren…
De lezer volgt haar in haar dromen, nachtmerries en zelfs hallucinaties. Prachtige beelden van groot verdriet.
Quimet en zijn vrienden worden steeds militanter met de Spaanse Burgeroorlog die nu aanstaande is. Zij gaan bij het front en Quimet sneuvelt. Als een echte man, wordt er gezegd. Colometa krijgt zijn horloge, dat wat alles wat over was van hem. Tegelijk met dit bericht, ligt ook de laatste duif op zijn rug. Colometa heeft honger, er is niets meer.
Antoni gaat, ondanks hevig verzet toch naar een kinderkolonie, Rita blijft bij haar en Colometa probeert werk te krijgen…. Kommer en kwel. Het gaat steeds slechter met haar. Ze heeft al alles verkocht om eten te kunnen kopen.
Uit een onverwachte hoek komt er hulp. Colometa stemt toe maar wat als Quimet toch niet dood is en ineens weer voor de deur staat? En wie is Maria waar hij het vaak over had? Ze wandelt wezenloos door de parken van Barcelona.
Een mooi verhaal, weliswaar gedateerd, maar toch is de tragiek nog steeds voelbaar. En dit ondanks het eenvoudige, bijna kinderlijke taalgebruik. Hoewel… tegen het eind van het boek, worden woordkeuze en gedachten wel wat volwassener. Een pareltje van weleer.
Nadat ze Antoni naar de kolonie hebben gebracht, lezen we: “… ik vertelde hem het hele verhaal en tijdens de rit naar Barcelona zeiden we geen woord alsof we met zijn allen een smerige streek hadden uitgehaald. Onderweg begon het te regenen en de ruitenwisser ging heen en weer en veegde het glas schoon, als een rivier van tranen gleed het water over de voorruit”. Blz. 154
VIER STERREN.