Advertentie

Eigenlijk, ben ik nogal eenkennig in mijn boekenkeuze. Mijn comfortzone is vrij beperkt en richt zich in eerste instantie toch eerder op Franse, Spaanse, Vlaamse, Zuid-Amerikaanse literatuur. Maar door Hebban kijk ik een enkele keer wat verder dan mijn eigen taalgrenzen. Vandaar dat mijn keuze op Fallada viel die door Tea in een samenleesproject geadviseerd werd. Fallada, een naam die niet erg Duits aanvoelt wat ik een prettige bijkomstigheid vond. Fallada bleek een pseudoniem te zijn… Ik kende zijn werk niet, noch zijn moeizame verleden zoals ik dat in Wikipedia voorgeschoteld kreeg.

Heb ik me door dit samen lezen laten verrassen? Is dit een schrijver waar ik meer van zou willen lezen? Ik denk het niet. Zijn schrijfstijl vond ik erg sleets aandoen, wel bij de tijd horend die Fallada beschrijft, dat zeker wel. Maar, bijvoorbeeld de vele herhalingen vond ik steeds irritanter worden. De aandachtige lezer weet wel hoe de karakters van de twee geliefden Pinneberg en van Engeltje in elkaar steken. Onnodig om dit steeds te herhalen.
Een paar voorbeeldjes:
Op blz. 256 denkt Pinneberg dat zijn collega’s denken: “Pinneberg heeft geen ruggengraat, en is te slap. Als ze op hem drukken geeft hij te veel mee, blijft er niets van hem over en zakt hij als een zoutzak in elkaar.”
Op blz 331 denkt hij zelf: “Zo gaat dat nu elke keer (…) en elke keer draait het dan op zoiets uit. Hij is een vervloekte idioot, een onverbeterlijke stommeling, iedereen kan met hem doen wat hij wil.”
Vanuit een ander perspectief, lezen we op blz. 85: “Engeltje deelt natuurlijk helemaal de opvatting van haar man”. Eigenlijk niet, zelfs tegen beter weten in, maar elke keer weer op nieuw moet ze hem redden. Probeert ze steeds vergoelijkende redenen te verzinnen voor zijn onnadenkend gedrag. Tja, Engeltje, “What is in a name?”
Engeltje op blz. 161: “Wat kost die kaptafel dan? Maar je hoeft er niet over te praten, als je dat liever niet doet. Het is allang weer goed. Je wilde me immers een plezier doen.”
***
Hinderlijk, een beter woord is kinderlijk, vond ik, de bijnamen… Heel lang weet je niet hoe de baby heet, elke keer opnieuw wordt hij aangeduid met “het wurm” en Engeltje (eigenlijk heet ze Emma…) noemt haar man steeds: “Jongen”. Heel veel later kom je er pas achter wat zijn voornaam is. Met een dergelijke bijnaam of koosnaam is het wel meteen duidelijk hoe zij haar geliefde man ziet en wat de lezer kan verwachten…
Engeltje (Emma Mörschel) is eigenlijk altijd stralend en positief, moedig en rechtschapen. Ze heeft een sterk karakter. Intellectueel gezien is zij zeker de meerdere van de jongen (Johannes Pinneberg). Hij is pessimistisch, onzeker, gemakkelijk te beïnvloeden, kortom hij is zeer naïef. Maar ze staat wel achter hem, door haar grote liefde voor elkaar waaraan ze beiden op cruciale moeilijke momenten terugdenken.
De jongen (Pinneberg) snapt overigens niet dat hij Engeltje kan vertrouwen, zo lezen we – blz. 133. “Ik kan haar zulke dingen ook niet vertellen. Dat begrijpt ze immers toch niet. (…) Ze heeft van die eenvoudige opvattingen, bijvoorbeeld dat de meeste mensen slecht zijn omdat andere mensen hen zo maken, dat men niemand mag veroordelen omdat men zelf niet weet wat men in zo’n geval zou doen en zo voort. Dat bedenkt ze niet, maar dat voelt ze zo. Ze heeft sympathie voor de communisten.“ Een mooi citaat!
***
De economische crisis van de jaren dertig in een verdeeld Duitsland met opkomend nazisme en communisme en dus met een zeer krappe arbeidsmarkt zorgt voor veel problemen en stress voor dit jonge koppel. Door hun liefde voor elkaar en de komst van het wurm zijn ze ondanks alles gelukkig en, vreemd genoeg, wil de lezer toch wel weten hoe het afloopt. Hun situatie wordt namelijk steeds penibeler en je ziet hen verkeerde beslissingen nemen… Je ziet het a.h.w. misgaan… Als de armen in deze maatschappij worden zij vernederd en bedrogen door de mensen voor wie ze werken en door jaloerse collega’s. Werkloosheid en angst om niet meer te kunnen overleven dreigen hen tot wanhoop. Elke Mark moet omgedraaid worden. Geen tijd of geld voor wat dan ook. Steeds minder en minder. Gelukkig is er de louche “stiefvader” van de jongen, Holger Jachmann, die hen een paar keer wat geld toespeelt. Helaas en onbegrijpelijk is ook zijn moeder meedogenloos en staat erop de huur te ontvangen. Zij behoort tot de categorie graaiers, ook al heeft het “weinig om het lijf” waar zij haar geld mee verdient. Zonder enige scrupule maakt zij rijke Berlijners geld afhandig.
Deze verbeten strijd om het bestaan zorgt voor het verlies van waardigheid. Vooral voor Pinneberg. Totaal verval. Op blz. 338 kijkt Pinneberg in een blinkende spiegelruit van een winkel, ziet zichzelf en begrijpt dat hij er niet meer bij hoort. “Armoede is een schandvlek. Armoede maakt je ook verdacht.”
***
Uiteraard vormt dit gedetailleerde verhaal een prachtige historische kroniek van de moeizame jaren dertig. Het eerste salaris met een uitgavenlijstje op blz 185 zijn daarvan een mooi voorbeeld.
Het handboek “Het heilige wonder van het moederschap” wordt regelmatig als handboek geraadpleegd.
Op blz. 139 lezen we een ellenlang verslag van een gesprek tussen klant en verkoper over de aankoop van een colbertjasje. Dat was om te smullen. Een feest van herkenning.
***
Daarnaast is vanaf het begin al merkbaar een beginnende jodenhaat. En dat weinig subtiel. Pinnebergs eerste werkgever was een “kleine, lelijke jood”. Later verneemt Pinneberg van zijn vriend Heilblutt de echte redenen van zijn ontslag op staande voet bij de joodse firma Mandel. Een weerzinwekkend verhaal over nazistreken om iemand erin te luizen. Smaad.
De kleine man die nooit iets zal worden. We lezen het al op blz. 9. “Met de kleine man doen ze wat ze willen”.
En natuurlijk wordt het in dit boek pijnlijk duidelijk wat de positie van de vrouw toen was. Vooral het gesprek in de wachtkamer voor jonge vaders spreekt boekdelen. Blz. 233: “Een bevalling is voor een gezonde vrouw niets bijzonders. Zoiets doet haar alleen maar goed. Ik heb tegen mijn vrouw gezegd: natuurlijk zou ik een meisje voor je kunnen betalen, maar daar word je maar slap van. Hoe meer je te doen hebt, hoe gauwer je opknapt.”
***
Mijn sympathie in dit boek gaat uit naar Jachmann. Ondanks al zijn louche zaakjes, heeft hij het hart op de goede plaats. Hij brengt wat humor met zich mee. Hij steelt van de rijken en van de mensen die hij niet mag en ja, van vrouwen kan hij ook maar moeizaam afblijven. Engeltje heeft dat ook feilloos door.
***
Een van de mooiste citaten vond ik op blz. 230 de eerste blik op het wurm. “Toen ging ineens de deur van de aangrenzende kamer open en de zuster die hem geroepen had stond op de drempel met een wit bundeltje in haar arm en uit dat bundeltje kwam een stokoud, donkerrood, lelijk, gerimpeld gezichtje tevoorschijn met een puntige, peervormige schedel. Het blèrde schel, doordringend en jengelig. Pinneberg werd er ineens nuchter van en al zijn zonden schoten hem te binnen, vanaf zijn prilste jeugd, (…)
***
Mijn waardering: Ik heb toch lang geaarzeld over het aantal sterren. Drie of vier. Uiteindelijk toch gekozen voor drie. De schrijfstijl was daar debet aan met de alwetende schrijver die me constant voor de voeten liep. En ik heb nog wel een paar vragen en er zijn wat onduidelijkheden.
• Bijvoorbeeld: Waarom was er nooit meer contact met de ouders en broer van Engeltje? Ook niet na de geboorte van het wurm. Niet geloofwaardig.
• Het wurm wordt herhaaldelijk alleen gelaten… en veel te lang! Blz. 332. Ik was steeds bang dat daar iets mee zou gebeuren. Niet geloofwaardig.
• Hoe zag Pinneberg er eigenlijk uit? Op blz. 7 is het “een knappe, blonde jongeman”. Op blz 335 is hij: “Een klein, gedrongen manneke”

De vraag van de titel wordt niet beantwoord. Zal er altijd een kleine man blijven bestaan? Een tijdloos fenomeen? Ik denk het wel.


Zeist, november 2019

Reacties op: “Armoede is een schandvlek. Armoede maakt je ook verdacht.”

47
Wat nu, kleine man? - Hans Fallada
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 12,99 Bestel het e-book € 9,99
E-book prijsvergelijker