Lezersrecensie
Van pulken naar parels
Adriaan van Dis heeft met deze vijf vrolijke verhalen weer een paar facetten aan zijn levensverhaal toegevoegd, maar ze zijn ook zonder nadere kennis van hem uitstekend te lezen. De verhalen zijn vermakelijk, maar stemmen ook tot nadenken.
Het eerste verhaal is een hilarische beschrijving over een gepensioneerd echtpaar dat vanuit de stad naar het platteland verhuist en daar liefdadigheidswerk gaat doen, zoals geld inzamelen voor slachtoffers van oorlogen, natuurrampen, hongersnood en wat al niet meer. Ook zijn ze fanatiek voorstander van de komst van een AZC in hun nieuwe woonplaats, wat hun niet in dank wordt afgenomen door de medebewoners. Dat de praktijk uiteindelijk anders uitpakt, is de spiegel die Adriaan van Dis ons voor wil houden.
Het tweede is al even amusant en diepzinnig; daarin gaat een jongetje op bezoek bij zijn vader in het gesticht, die daar niet zit omdat hij gek is, maar omdat hij moet bijslapen. Als hij door de inrichting dwaalt, ontmoet hij de keukenhulp die hem wat levenslessen aanbiedt. Ook in dit verhaal zit een diepere laag, het laat de impact zien van het koloniale verleden, niet alleen op de direct betrokkenen, maar tevens op de volgende generatie.
Het derde verhaal speelt zich af in Afrika, waarin de schrijver aan de hand van een oud notitieboekje terugblikt en weer zijn vader tegenkomt. “Al jaren probeerde ik hem uit mijn leven te schrijven, maar in benarde situaties wist hij mij nog altijd te vinden. Hij nam me bij de hand. Ik voelde zijn schaduw.” Prachtig.
‘Vlagduin’ is het vierde en zoals Adriaan van Dis zelf achterin het boek schrijft is het “…een evocatie, geen beschrijving van het dorp uit mijn jeugd. Ik heb met het licht gespeeld, als in een prisma, en daarmee de mensen en de tijd veranderd.” Het resultaat daarvan is uitermate vermakelijk, een zomer in een dorpje aan de kust, bevolkt door allerhande opmerkelijke figuren gezien door de ogen van een jong jochie.
De afsluiting van het boek is ‘De rat van Arras’, het langste verhaal van de vijf en al eerder, in een iets andere versie, verschenen als het Boekenweekgeschenk van de Bijenkorf in 1986. Hierin speelt Maria la Tour de hoofdrol, maar het is eigenlijk het verhaal van de moeder van Adriaan van Dis. Zij wilde het nooit over haar tijd in het Japanse interneringskamp hebben, maar via zijn halfzussen krijgt hij wel een indruk.“Als ik haar confronteerde met de verhalen van haar dochters, ontkende ze alles doodleuk en verplaatste zij haar oorlog naar een andere tijd, in een eerder leven. (…) Toch kon ik het pulken niet laten - al was het maar om háár oorlog uit míjn leven te schrijven.”
Gelukkig maar dat hij het niet kon laten, want Adriaan van Dis heeft in dit boekje de dingen die schuren omgevormd tot parels, het door de gelaagdheid een mooie luster gegeven en ze ons aangereikt om volop van te genieten.