Lezersrecensie
Een roman die je niet zomaar weglegt .......
De titel en de omslag van “Twee weken weg” geeft al aan dat dit boek gaat over een vakantie.
Het boek beschrijft de jaarlijkse vakantie van de familie Stevens in de dertiger jaren van de vorige eeuw.
De familie is een doorsnee gezin, vader Ernest, moeder Flossie, dochter Mary en de zoons Dick en Ernie.
Elk jaar, 20 keer inmiddels, gaan zij vanuit Londen naar Bognor Regis om daar twee weken vakantie te vieren en te verblijven in een armetierig pension. Toch willen ze van geen verandering weten.
De vakantie begint voor het gezin al de avond voor vertrek, als vader de marsorders bespreekt en eenieder de taken krijgt toebedeeld, het gezin vindt deze avond de fijnste avond van het jaar.
Moeder maakt gekookt rundvlees waarvan een gedeelte bestemd is voor de boterhammen die in de trein genuttigd kunnen worden.
Minutieus wordt vervolgens de treinreis beschreven; beginnend met de kruier die de hutkoffer in de trein moet plaatsen onder toeziend oog van vader. Moeder vindt de reis vreselijk en is bang voor allerlei rampen die zich zouden kunnen voordoen.
Als men uiteindelijk is aangekomen in de plaats van bestemming kan de vakantie beginnen.
De rol van vader Stevens is dominant in dit boek, hij is degene die de leiding heeft en geniet daarvan, dit in tegenstelling tot zijn normale leven waarin hij al jaren aan hetzelfde bureau zijn werkzaamheden verricht.
Ik heb genoten van het boek, het leest gemakkelijk, je hebt soms het idee dat je er zelf bij bent, waarschijnlijk komt dit door de manier waarop het boek is geschreven.