Lezersrecensie

Kunst van de Goden: Jo Ha Kyu


EdwinCG EdwinCG
23 mrt 2023

Riku Onda heeft een ware ode aan de klassieke muziek geschreven. We volgen vier jonge pianisten, twee juryleden, een paar begeleiders en een pianostemmer tijdens een jaarlijks concours in de stad Yoshigae, vlakbij Tokyo. Deze stad bestaat in werkelijkheid overigens niet. Het concours derhalve ook niet.

Een concours is normaliter een wedstrijd. Met een winnaar. Een gegeven wat voor Onda volstrekt onbelangrijk lijkt te zijn. In het verhaal zelf wordt zelfs niet helder wie er nu in de finale uiteindelijk gewonnen heeft. Dat kan je uiteindelijk pas in de appendix terugvinden. Meedoen lijkt van meer belang dan winnen.

Onda ruimt een prominente plaats in voor het beschrijven van de muziek zelf. Muziek en literatuur zijn twee totaal verschillende media. In haar beschrijvingen worden heel vaak beelden uit de natuur gebruikt. In een prachtige poëtische en rijke taal. Ik heb zelf een aantal stukken uit het boek beluisterd (het boek bevat een compleet overzicht van alle muziekstukken in de appendix), en kan de beelden niet zomaar herkennen. Maar wellicht gaat het daar helemaal niet om. Onda heeft geprobeerd om ‘haar’ woorden te vinden bij prachtige muziek en moet ik ‘mijn’ woorden vinden. In die zin is het boek een uitnodiging.

Als contrast met het rijke taalgebruik bij het beschrijven van de muziek zijn de dialogen in het boek uitermate eenvoudig en sober beschreven. Hetzelfde geldt voor de innerlijke gedachten van de verschillende personen.
Dat levert een groot contrast op. Alsof er naar de hoogtepunten in de concertzaal toegewerkt wordt. Wat dan ook een explosie van woorden beelden is.

Dat is een mooi gegeven. Maar toch is het boek niet in balans. De tegenstelling in taalgebruik is wellicht te groot. De (interne) dialogen iets te eenvoudig en plat. De nadruk iets te veel op de (overigens prachtige) beschrijving van de muziek zelf. Ook wordt de finale van het concours, toch altijd een hoogtepunt nietwaar, in een relatief beperkt aantal bladzijden afgewerkt, en is het einde vrij abrupt. Dat is wel een beetje jammer.

In het boek is een bijzondere rol weggelegd voor Jin Kazama. Een onbekende leerling van een net overleden Japanse grootmeester Yuji Von Hoffmann. Deze Von Hoffmann beveelt Jin Kazama per brief bij de jury aan. De uitvoeringen van deze Jin zijn onorthodox. Afwijkend van de norm. Dat leidt tot hevige discussie bij de jury.
Zijn spel is tegelijkertijd een enorme bron van inspiratie voor de andere finalisten. Hij stuwt het spel van anderen naar grotere hoogten.
Jin heeft geen eigen instrument. Jin reist met zijn vader permanent door het land. Hij is onbekend bij zowel het publiek, jury en andere deelnemers. Hij speelt anders. Hij is in alle aspecten anders dan de anderen. En juist dat gegeven intrigeert en inspireert.

Ook de volstrekt onbegrijpelijke titel lijkt rond de persoon van deze Jin samen te komen. Honingbijen en de Donder in de Verte.
De vader van Jin is bijenhouder. Jin is zijn rechterhand. Vliegende bijenvolken maken een specifiek zoemend geluid. Een klassiek symphony orkest kan ook in een dergelijke staat van zoemende trilling komen. Een basisgeluid wat altijd wel aanwezig is. Hetzelfde zoemende geluid als een zwerm bijen.
Het Donder in de Verte is een referentie aan de volstrekt eigen onconventionele stijl van spelen van Jin. Als hij het podium op stapt, hoor je reeds de donder in de verte.

Voor Onda is muziek veel meer dan ‘leuk om naar te luisteren’. Het is een universele taal die overal verstaan wordt en verbindt. Muziek is tegelijk met de mensheid ontstaan en heeft een ongekende spirituele kracht. We kunnen middels muziek even aan de realiteit ontsnappen. Dat maakt ons anders dan dieren.
Een goed uitgevoerd muziekstuk moet jo-ha-kyu zijn. Japans voor intro-doorwerking-hoogtepunt. Muziek is de kunst van de Goden stelt Onda in het boek. Het is met deze overtuiging dat ze het boek heeft geschreven. Een mooi gegeven!

Reacties

Meer recensies van EdwinCG

Boeken van dezelfde auteur