Lezersrecensie
Bouwmeester raakt verstrikt in intriges
Er is maar één echte zekerheid en dat is dat niets zeker is. Job van Emmerik heeft een prachtige baan: hij is stadsbouwmeester van Haarlem. Dan ben je niet zo maar iemand. Alleen het woord al: stadsbouwmeester.
Maar er verschijnen scheurtjes in het bouwwerk dat hij van zijn leven heeft gemaakt. Blijkbaar hebben allerhande snelle jongens achter zijn rug om dingetjes met de burgemeester bekokstoofd. Het einde van het liedje is dat Job van Emmerik stadsbouwmeester af is. En dan gaat het snel. Ook privé.
Zijn geldzorgen wuift hij weg, tot zich een vrouw aan het gezin opdringt.
Smeergeld, het vierde boek van Telegraaf-columiste Nausicaa Marbe (1963), is een net iets te vet aangezette zedenschets met thrillerkanten. Marbe bluft zich als het ware door haar eigen roman heen.
In hoog tempo jaagt ze het verhaal erdoor, maar niet zonder tal van korte zijpaadjes te bewandelen. Iets aanstippen en weer verder, dat is het, want de spanningsboog wacht niet. Geen tijd om lang ergens bij stil te staan, voort moet het. Zeer vermakelijk is met name hoe ze zonder schroom de personages in hun eigen sop laat gaarkoken. Ze typeert ze genadeloos.
Het omslag is een knipoog naar de boeken van Herman Koch. De inhoud ook.