Lezersrecensie
Waar schrijverschap
Alle verhalen van Truman Capote gebundeld in één publicatie, een primeur voor het Nederlandse taalgebied. Dit verdienstelijke initiatief van uitgeverij Podium brengt de auteur, gekend van klassiekers als Breakfast at Tiffany’s (novelle) en In Cold Blood (non-fictieroman), op een andere manier voor het voetlicht: in eenentwintig kortverhalen – chronologisch afgedrukt van 1943 tot 1982 - etaleert Capote zijn ware schrijverschap. “Het verhaal is de moeilijkste en strengst disciplinerende vorm van proza”, zo verklaarde de auteur in 1957 in een interview met The Paris Review. Waarmee gezegd is dat Capote het kortverhaal allerminst als een vingeroefening voor schrijvers zag, maar tot de lakmoesproef voor onderscheidend schrijftalent verhief.
In zijn kortverhalen neemt Capote de lezer mee naar heel uiteenlopende settings: van appartementen in New York (Je eigen Nerts, Miriam, Een Havik zonder Kop, …), over dorpjes in het diepe zuiden (De Legende van Preacher, Kinderen op hun Verjaardag …) tot de hut van Ottilie in Port-au-Prince (Een huis van bloemen).
Allermooist zijn echter de verhalen waarin Capote teruggaat naar zijn jeugd op het platteland van Alabama (Een Kerstherinnering, Bezoek op Thanksgiving Day, Kerst in New Orleans). De weemoedige en tedere herinneringen aan zijn (bejaarde) jeugdvriendin Miss Sook legt Truman Capote vast als een ode aan misschien wel de enige volwassene die warmte bracht in zijn jeugd.
Heel apart is ook het schalkse Tussen de Paden naar het Paradijs waarin Ivor Belli bij een bezoek aan het graf van zijn overleden echtgenote ei zo na een nieuwe vrouw leert kennen.
Buitenbeentjes vormen Miriam (over een mysterieus meisje dat het leven van Mrs. H.T. Miller binnendringt) en Meneer Malheur (over een vrouw die haar dromen verkoopt). Beide verhalen, het eerste door Capote afgedaan als een stunt en het tweede door de auteur met stip tot favoriet verklaard (bron: nrc.nl, 10/02/17), bevatten magisch-realistische elementen die in de andere verhalen ontbreken.
Zijn scherpe observatievermogen en gevoel voor stijl vormen de spil van Truman Capote’s werk, zeker in zijn kortverhalen. Wat mij betreft lijken de verhalen vanaf pakweg 1945 nog gestileerder en ademen zij nog sterker Capote’s persoonlijkheid uit. Annelies Verbeke, die deze publicatie van een sterk nawoord voorzag, heeft een punt wanneer ze stelt dat ‘Capote’s verhalen nu eens beklemmend en onheilspellend, dan weer grappig en luchtig zijn’. Truman Capote weet immers als geen ander sfeer te scheppen ‘met een grote zin voor ritme en klank, voor het schrijven van dialogen, het typeren van mensen en het hypnotiseren van zijn lezer’. Met Alle Verhalen slaagt Truman Capote met brio voor de lakmoesproef verhalen schrijven.