Lezersrecensie
De laatste eilanders
Stefan Popa’s "De laatste eilanders" neemt je mee naar Ada Kaleh, een multicultureel eiland in de Donau dat verdween onder het water van een waterkrachtcentrale. Het is een pijnlijk symbool van hoe politieke beslissingen levens, culturen en herinneringen kunnen verwoesten. Popa’s roman is geen droge historische reconstructie, maar een levendig, adembenemend verhaal.
De drie hoofdpersonages, Azra, Ibrahim en Deniz, zijn niet alleen verbonden door hun liefde voor Ada Kaleh, maar ook door een ingewikkelde driehoeksverhouding die hun keuzes en strijd nog complexer maakt. Hun verhalen zijn teder, rauw en menselijk, en Popa beschrijft ze met een grote geloofwaardigheid.
Popa’s vertelstijl is adembenemend mooi. Maar achter die schoonheid schuilt de harde realiteit van politieke onderdrukking, gedwongen vertrek en het verlies van identiteit. En ook die realiteit krijgt zijn plek in het boek: onvermijdelijk, confronterend en indringend.
Een boek dat je langzaam leest, omdat elk woord telt. Een verhaal dat je raakt, schokt en ontroert. Popa’s prachtige, poëtische proza maakt deze ondergang niet alleen hartverscheurend, maar ook onvergetelijk.
Popa schrijft als buitenstaander, en dat vraagt, zoals hij zelf zegt "om voorzichtigheid, en belangrijker nog, om een verhaal dat de waarheid zoekt in schoonheid, niet in feiten". En dat is hem ongelooflijk goed gelukt.