Lezersrecensie
Overleven tussen noten en prikkeldraad
Het meisjesorkest van Auschwitz van Anne Sebba is een non-fictieboek dat op indringende en zorgvuldig gedocumenteerde wijze het verhaal vertelt van een groep vrouwen die de vernietigingskampen overleefden doordat ze muziek speelden voor de nazi’s. Sebba, journalist, historicus en biograaf, koos voor een chronologische opbouw, wat de lezer stap voor stap meeneemt doorheen het ontstaan van het orkest, het dagelijkse kampbestaan en de nasleep na de bevrijding.
Het boek telt een groot aantal personages, wat het lezen soms minder evident maakt. Regelmatig moest ik moeite doen om te onthouden wie wie precies was en vond ik het moeilijk te volgen. Gelukkig bevat het boek achteraan een lijst met de hoofdpersonages en de belangrijkste leden van het orkest. Die lijst is zonder twijfel nuttig, al heb ik ze tijdens het lezen zelf niet geraadpleegd, omdat dat mijn leestempo telkens zou onderbreken. Toch is het een waardevolle toevoeging voor wie later wil terugblikken of details wil opzoeken.
De inleiding en het eerste hoofdstuk vond ik bijzonder sterk en interessant om te lezen. Ze plaatsen het verhaal meteen in zijn historische en menselijke context en maken duidelijk dat dit geen gewoon oorlogsverhaal is, maar dat muziek hier een cruciale, zij het wrange, rol speelt.
Binnen het orkest zelf waren er voortdurend spanningen. De groep bestond uit zowel joodse als niet-joodse vrouwen, professionele muzikanten en amateurs, wat onder de extreme omstandigheden tot conflicten en wantrouwen leidde. Daarbovenop vormden de verschillende talen een bijkomende barrière. Sebba beschrijft deze dynamiek genuanceerd en zonder te veroordelen, wat het verhaal des te menselijker maakt: zelfs in een situatie van gedeelde onderdrukking blijven verschillen en emoties bestaan.
Ik heb al veel boeken gelezen over de Tweede Wereldoorlog en over holocaustervaringen. Telkens opnieuw blijf ik me afvragen: hoe overleeft een mens zulke gruwel, en hoe ga je daarna verder met je leven? Is dat eigenlijk wel mogelijk? Ook dit boek roept die vragen op. Het confronteert de lezer met het morele grijs waarin deze vrouwen moesten functioneren: overleven dankzij muziek, terwijl diezelfde muziek door de nazi’s werd ingezet als een instrument van onderdrukking en ontmenselijking. Muziek, die normaal gezien troost biedt en verbindt, kreeg hier een pervers doel.
Zowel voor de orkestleden als voor de andere gevangenen beheerste angst het dagelijkse leven. Binnen het orkest leefde voortdurend de vrees om eruit gezet te worden of dat het orkest zou worden opgeheven omdat de muzikale prestaties niet goed genoeg waren. Die dreiging werd nog aangescherpt door de tweede dirigent, Alma, die de druk hoog hield. Tegelijkertijd genoten de orkestleden bepaalde privileges, waardoor hun overlevingskansen aanzienlijk groter waren. Zoals Alma het zelf vaak zei: ‘Het is spelen of het gas.’
Die extra privileges leidden echter tot spanningen en frustraties bij de andere gevangenen. Voor hen leek het alsof de orkestleden meewerkten met de nazi’s. De marsmuziek klonk wanneer uitgeputte gevangenen ’s ochtends naar hun werk werden opgejaagd en ’s avonds terugkeerden, hun dode kameraden met zich binnenbrachten, om het tempo erin te houden. Ook wanneer nieuwe transporten aankwamen en mensen als vee uit de wagons het kamp binnen werden gedreven, werd er muziek gespeeld. Bij sommigen wekte dat zelfs de gedachte: 'zo erg kan het hier toch niet zijn, er wordt hier immers muziek gespeeld'. Waarna al snel de wrange, gruwelijke werkelijkheid doordrong.
Zelfs op momenten waarop gevangenen naar de gaskamers werden gebracht, klonk er muziek. Er blijft verschil van mening of dit repetities waren of daadwerkelijke optredens, maar voor de duizenden andere gevangenen overheerste over het algemeen een gevoel: ze haatten de muziek.
Het onderzoek dat Anne Sebba voor dit boek verrichtte, is ronduit indrukwekkend. Dat blijkt uit de vele eindnoten en bronverwijzingen achteraan. Ze baseerde zich op uitgebreid archiefmateriaal, gesprekken met overlevende orkestleden en nagelaten documentatie. Dit alles maakt van het boek een uniek historisch document dat voor het eerst de persoonlijke verhalen van deze vrouwen samenbrengt en tot leven wekt.
Bijzonder aangrijpend is de epiloog, waarin staat: ‘Ter nagedachtenis aan degenen die hun verhaal niet kunnen vertellen.’ En dat zijn er velen. Miljoenen mensen hebben de de gruwel niet overleefd.
In de Holocaust werden ongeveer 6 miljoen Joodse mannen, vrouwen en kinderen door nazi-Duitsland en zijn collaborateurs systematisch vermoord tussen 1941 en 1945.
Ook van de tweeënveertig kernleden van het orkest overleefden drie vrouwen Auschwitz niet. Dit waren Alma Rosé, de tweede dirigent van het orkest. Het boek is ook een ode aan haar. En (Irma) Charlotte Croner en Dora Wilamowski, alle drie joods.
Naast de Joodse slachtoffers vermoordde het naziregime miljoenen andere mensen, om raciale, politieke, ideologische of sociale redenen. De geschatte aantallen (afrondingen) zijn:
Roma en Sinti: ca. 250.000 – 500.000
Mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking (zgn. “euthanasieprogramma”): ca. 250.000
Sovjet-krijgsgevangenen: ca. 3 miljoen
Poolse en andere Slavische burgers: 1,5 – 2 miljoen
Jehovah’s getuigen, politieke tegenstanders, homoseksuelen: tienduizenden tot >100.000
Bron: https://www.britannica.com/topic/The-Holocaust-Facts-and-Figures
Samen gaat het om enkele miljoenen niet‑Joodse slachtoffers van doelgerichte nazimisdaden.
Juist daarom is het zo essentieel dat zulke verhalen worden vastgelegd en doorgegeven. De overlevenden die nog in leven zijn, worden steeds minder, en met hen dreigt ook hun directe getuigenis te verdwijnen.
Ook de latere hoofdstukken over de bevrijding vond ik bijzonder interessant. De term ‘bevrijding’, zoals we die vaak op school hebben geleerd, blijkt in de praktijk een politieke en haast abstracte benaming die geen recht doet aan de grauwe realiteit van de overlevenden. Want wat betekent bevrijd zijn, wanneer je lichamelijk uitgeput en ziek bent, je familie is uitgeroeid en alles wat ooit ‘thuis’ was, verdwenen blijkt?
Die existentiële leegte wordt in dit boek scherp voelbaar gemaakt. Anne Sebba beschrijft uitvoerig hoe de vrouwen na de bevrijding weliswaar iets meer voedsel kregen en langzaam konden aansterken, maar tegelijk volledig aan hun lot werden overgelaten. Velen wisten niet waarheen ze moesten gaan, of of er überhaupt nog iets of iemand op hen wachtte. De tocht naar een nieuw bestaan was vaak letterlijk en figuurlijk een lange, moeizame reis van maanden en soms zelfs jaren.
Deze thematiek deed mij sterk denken aan Primo Levi’s Het respijt, waarin hij eveneens beschrijft hoe de bevrijding geen eindpunt is, maar eerder het begin van een onzeker en pijnlijk tussengebied. Ook in Het meisjesorkest van Auschwitz wordt duidelijk dat overleven na de kampen een nieuwe strijd betekende: het zoeken naar een plaats in een wereld die onherkenbaar veranderd was, en waarin velen geen thuis meer hadden om naar terug te keren.
Voor degenen die na de oorlog naar Palestina wilden trekken in de hoop daar eindelijk veilig te kunnen leven, bleek ook dat allesbehalve eenvoudig. De weg ernaartoe was lang en onzeker. De Britse mandaatautoriteiten hanteerden strenge immigratiequota en uitgebreide procedures, waardoor veel Joodse overlevenden niet legaal het land binnen mochten. Illegale immigratie werd streng gecontroleerd en vaak tegengehouden. Velen belandden onderweg in tussentijdse opvangkampen of werden opnieuw geïnterneerd, dit keer door geallieerde machten.
Daarbovenop kwamen nieuwe spanningen in het gebied zelf. Het vooruitzicht van een veilig thuis ging gepaard met conflicten over land en bestaansrecht met de Palestijnen die daar al lang woonden, waardoor ook daar geen onmiddellijke rust of zekerheid geboden werd. Voor veel overlevenden betekende Palestina niet meteen veiligheid, maar opnieuw wachten, vechten en leven in onzekerheid. Het boek maakt duidelijk hoe ingewikkeld en ontmoedigend de weg naar een zogenaamd ‘nieuw begin’ was, zelfs na alles wat deze vrouwen al hadden doorstaan.
In hun latere leven reageerden de vrouwen heel verschillend op muziek. Sommigen zwoeren haar voor altijd af, omdat muziek onlosmakelijk verbonden bleef met angst, dwang en vernedering. Voor anderen bleef muziek een levenslijn: zij bleven spelen en probeerden zo iets terug te winnen van wat hun was afgenomen.
Het meisjesorkest van Auschwitz is geen gemakkelijk boek, maar wel een noodzakelijk en waardevol werk. In mijn ogen is dit een uniek historisch document, dat als eerste in het Nederlands verslag uitbrengt van dit verhaal en daardoor bijzonder waardevol is. Het toont hoe complex overleven kan zijn, en hoe belangrijk het is om te blijven herinneren – ook wanneer dat confronterend en pijnlijk is.
Het boek ontving ik door een winactie op Hebban waarvoor mijn oprechte dank aan Hebban en de Uitgeverij Mozaïek in Utrecht.