Lezersrecensie

Wanneer alle beschavingsvernis afgepeld is


Linda Marie Linda Marie
28 mrt 2021

Primo Levi is vierentwintig wanneer hij als verzetsstrijder wordt opgepakt en naar Auschwitz gedeporteerd. Een indringend getuigenverslag over de vervolging van de joden. Zestien jaar later schrijft hij Het Respijt over de weg naar huis in de zomer en herfst van 1945. Een bizarre tocht vol ontberingen. Een precair bestand tussen leven en dood.

Er zijn al zoveel boeken geschreven over WOII en de vervolging van de joden. Waarom zou je dit boek dan nog lezen?

Omdat de mensen die de tweede wereldoorlog bewust hebben meegemaakt met steeds minder worden. Daarom wordt literatuur over die periode steeds belangrijker. Het brengt ons in persoonlijk contact met de gruwelen van die tijd. In de oorlogsliteratuur over die periode neemt de joods-Italiaanse schrijver Primo Levi ( 1919-1987) een vooraanstaande plaats in als één van de beste en beroemdste auteurs. Als ooggetuige én overlever van de Holocaustgruwelen schrijft hij van op de eerste rij. Van beroep was hij chemicus maar na de oorlog wijdde hij zijn leven in toenemende mate aan de literatuur.

In 1947 schreef hij Se questo è un uomo, Is dit een mens in het Nederlands. Wat al onmiddellijk opvalt is het ontbreken van een vraagteken op het einde van de zin. Een slordigheidje van de drukker of bewust zo bedoeld? Mijn voorkeur gaat uit naar het laatste want wat rest er nog van een mens wanneer alle lagen van beschaving systematisch worden afgepeld tot er... ja, wat blijft er dan nog over? En over welke mens heeft de schrijver het?

Het boek is niet in chronologische volgorde geschreven, eerder fragmentarisch. Het plan om een boek te schrijven ontstond al in het Lager (het kamp zoals Primo Levi het noemt). Na de oorlog was de behoefte om de 'anderen' deelgenoot te maken van hun ervaringen, de 'anderen' hun verhaal te vertellen steeds urgenter geworden. Het is dan ook geschreven uit dringende noodzaak en uit heftige impuls. De auteur schrijft vanuit zijn onmiddellijke behoefte. Schrijven vanuit de noodzaak van therapeutische bevrijding.

Fossili 1944. Twaalf goederenwagons staan klaar om zeshonderdvijftig joden te transporteren. In de wagon van Levi zijn er maar vijfenveertig mensen. Het is dan ook een kleine wagon voor een rit van twee weken.

Bestemming: Auschwitz.

'Met opluchting hadden we ons reisdoel vernomen. Auschwitz: een naam zonder betekenis op dat ogenblik en voor ons, maar die hoe dan ook bij een plek op deze aarde moest horen.'

De vrachtwagen blijft staan voor een grote poort met daarboven in fel verlichte letters: 'ARBEIT MACHT FREI'.

De herinnering aan Dantes' hel loopt als een rode draad door het boek.

De mannen waren al van de vrouwen en kinderen gescheiden. Hen werd verteld dat ze ze spoedig zouden weerzien. Later bleek dat twee dagen daarna niemand van de vrouwen en kinderen nog in leven was. Alles is hen ontnomen: hun huis, hun geliefden, hun kleding, hun naam.

En op de bodem zal hij 'leren' liggen. Zijn naam is nu 174517; hij is gedoopt, zijn leven lang zal hij het merkteken dragen op dat op zijn linkerarm is getatoeëerd.

In het boek leren we het harde kampleven kennen, de hiërarchie, de Kapo's, de honger, het voedsel, het moorden. Want te gronde gaan is het gemakkelijkst. Primo Levi wordt tewerkgesteld in de Buna, een fabriek waarin duizenden concentratiekampgevangenen en dwangarbeiders tewerkgesteld waren om synthetisch rubber te maken. Er is nooit 1 kg rubber uit de fabriek gekomen.

Ongeveer halfweg het boek klinkt de komst van de Russen steeds luider. Maanden lang horen ze het dreunen van de Russische kanonnen. De Duitsers hebben hun werk 'goed' gedaan.

'[H]un werk is gedaan, en goed gedaan (...) Een mens vernietigen is moeilijk, haast even moeilijk als er een scheppen: het is niet gemakkelijk geweest, het heeft niet weinig tijd gekost, maar het is jullie gelukt, Duitsers. Hier lopen we, gedwee onder jullie ogen. Van ons hebben jullie niets meer te vrezen: geen opstandige daden, geen uitdagende woorden, niet eens een oordelende blik.'

Nu willen ze het hele kamp ontruimen voor de Russen op de stoep staan. De gevangen worden het binnenland ingestuurd. Dit waren de beruchte 'Dodenmarsen'. Primo Levi ligt op dat moment in de ziekenboeg en kan zo aan dat transport ontsnappen.

Op 27 januari 1945 arriveren de Russen in het kamp. De Duitsers zijn weg, de wachttorens zijn leeg.

Toen Primo Levi dit boek schreef in 1946 waren veel feiten over de concentratiekampen nog niet bekend.

Door dit boek kan gevangene nummer 174517 tot de Duitsers spreken en tot ons allemaal.

Het motto dat 'elke vreemdeling een vijand is', uit het voorwoord van het boek klinkt zeer hedendaags en vertrouwd in de oren. Ook na al die tientallen jaren.

Het is gebeurd dus het kan gebeuren en het kan opnieuw gebeuren.

Het boek is ook geschreven om 'als materiaal te dienen om enkele eigenschappen van de mens eens rustig te overdenken'.

Het boek opent de ogen voor het werkelijke kampleven. Het is geen beeld van onderdrukten die eendrachtig weerstand bieden of eendrachtig hun lot ondergaan. Te gronde gaan is het gemakkelijkst. Wanneer je alle bevelen die je krijgt, opvolgt, alleen het rantsoen te eten krijgt en de voorschriften in het kamp en op het werk opvolgt, houdt je het alleen bij hoge uitzondering langer dan drie maanden vol. Het boek opent de ogen voor het werkelijke kampleven. In een staat van slavernij krijgen enkele individuen een bevoorrechte positie, het zijn de Joodse prominenten in het kamp, een zeker comfort en een behoorlijke overlevingskans in ruil voor het verraad van de natuurlijke solidariteit met hun lotgenoten. Er zullen altijd mensen zijn die die kans grijpen. Overleven ten koste van de ander. Zij komen boven de wet te staan en worden onaantastbaar. Geef zo iemand het commando over anderen en zij gedragen zich wreed en tiranniek. Omdat hij weet dat als hij dat niet zou zijn, een ander die geschikter wordt geacht die plaats zal krijgen.

Ondanks zijn nare kampervaringen blijft hij geloven in de natuurlijke solidariteit van mensen. Hij gelooft niet dat mensen van nature egoïstische schepsels zijn.

'Ik geloof niet aan de meest voor de hand liggende conclusie: dat de mens in de grond een egoïstische, domme bruut is en zich als alle beschavingsvernis van hem wordt afgepeld als zodanig gedraagt (...) Ik denk eerder dat men, wat dit betreft, niet verder kan gaan dan de constatering dat dringende nood en lichamelijke ontbering veel sociale instincten en gewoonten tot zwijgen brengen.'

Reacties

Meer recensies van Linda Marie

Boeken van dezelfde auteur