Lezersrecensie
Eerste gedichten van een toekomstige Nobelprijswinnares
Wil je een dichter begrijpen, begin dan bij het begin. Dus ben ik begonnen bij het begin: Zwart lied van Wislawa Szymborska. Het had haar debuut moeten worden, maar werd nooit uitgebracht. Zeventig jaar later wordt de bundel alsnog gepubliceerd, met een voorwoord van haar biografe Joanna Szczesna.
Ik had nog nooit van deze Poolse schrijfster gehoord. In 1996 kreeg ze de Nobelprijs voor Literatuur. Reden genoeg om deze dichter beter te leren kennen.
Een zeer verzorgde uitgave met harde kaft en kwaliteitsvol dik papier. Een vogel in het zwart getekend tegen een felblauwe achtergrond. Sober en stijlvol. Een zwarte vogel: dat belooft geen vrolijke bundel te worden. Maar eerder over rouw, verdriet, dood. Denk maar aan de zwarte kraai als symbool van de dood. Ik ben onzeker over welke vogel het precies is. Een merel? Wat opvalt is, dat de vogel neerzit. Hij vliegt niet. Zit hij gevangen? Dient hij opnieuw te leren vliegen?
Over de reden waarom de bundel niet werd gepubliceerd doen verschillende verhalen de ronde: was het vanwege censuur of had de jonge Szeymborska nog niet genoeg vertrouwen in haar werk?
SEPTEMBER 1939, dag twee van de Tweede Wereldoorlog.
Wislawa Szymborska is dan zestien jaar en kijkt uit het raam van het familiehuis in de Radziwillowstraat in Krakau. Wat ze ziet doet in haar een raar gevoel ontwaken: alsof ze als een vreemde het tafereel al vele malen had gezien: boerenkarren die door de straat trekken, gewonde soldaten op de karren, karren beladen met stro en met bloed doordrenkte verbanden. De connectie van het tragische met het universele.
Het komt terug in het gedicht 'Herinnering aan september' waarin Polen (de wereld) een grote, gigantische bloeding is, niet te stelpen, geen enkel verband dat redding biedt. En het bloed stroomt - de hele wereld is in beweging - over de bossen van Polen, de rivieren van Polen. Het hart klopt trager, is verkrampt, de wegen verspert, de grenzen verkrampt. De hele wereld is een broeierige stroom bloed geworden.
Haar gedichten zijn helder en gaan tegelijk diep. 'Om nog iets' gaat over het verlangen naar vrijheid, te leven zonder angst, om een boek te kunnen lezen zonder angst om het tevoorschijn te halen. Daarvoor strijden mensen, daarvoor vechten ze.
'Ik zoek het woord gaat' over de zoektocht naar woorden om alles te beschrijven wat er plaatsvond en het onvermogen om de juiste woorden te vinden, de onmacht van onze taal. Juist in die onmacht, die zoektocht, wordt het glashelder.
Wanneer je haar gedichten leest lijkt het alsof er heel goed over is nagedacht. Woorden worden onderzocht en overwogen. Tegelijk leest het heel spontaan en vloeiend. Wanneer ik haar gedichten herlees en nog eens lezer, worden ze nog mooier en rijker.
Tegelijk is het niet alleen zwaarte en droefheid.
In het gedicht 'Het thema van de glimlach' zit ook een kracht, om terugkeren vanuit de donkerte naar de zonnige dag, naar de ruimte, naar de vrijheid om te vliegen als een vogel in de blauwe lucht. Zo komen we weer bij de cover van het begin.
Voor iedereen die houdt van toegankelijke gedichten en het thema oorlog niet schuwt: een sterke aanrader om te lezen.