Lezersrecensie
Een verborgen Indische oorlog
Over de Tweede Wereldoorlog in “ons Indië” zijn we toch inmiddels wel goed geïnformeerd? De gevechten op Java en Sumatra, de Slag op de Javazee, we weten het nu wel. Niet dus, en daar maakt David Meijer ons van bewust in dit boek dat is gebaseerd op de belevenissen van zijn oma als verpleegster op Borneo. Zij meldt zich in 1941 vrijwillig aan bij het Rode Kruis, hoewel zij eigenlijk geen verpleegster is, maar onderwijzeres. Ze heeft wel enige medische kennis, en voor de meeste vrouwen van haar groep geldt eigenlijk hetzelfde.
Zij vertrekken met onbekende bestemming naar “een oorlogsgebied”. Het blijkt dat rondom de gebieden van oliewinning van de Bataafsche Petroleum Maatschappij op Noord-Borneo, en dan met name op het eilandje Tarakan, wordt verwacht dat de Japanners zullen proberen om dit in handen te krijgen. Men verwacht dan ook dat hier extra medische hulp noodzakelijk is.
De groep wordt ter plaatse bepaald niet met open armen ontvangen door de al aanwezige professionele staf. Geleidelijk aan verandert bij veel van de professionals deze houding wel, maar een aantal blijft halsstarrig de vrijwilligsters als minderwaardig zien.
Wanneer de Japanners in januari 1942 daadwerkelijk het eiland bezetten, ontstaat een situatie waarin de hele medische staf, professioneel of vrijwilliger, zwaar op de proef wordt gesteld. Het blijkt dat een aantal van de “professionals” het niet kan bolwerken, terwijl juist onder de vrijwillige staf een aantal “leiders” opstaat.
Uiteindelijk belanden de overlevenden in kampen op verschillende plaatsen op Borneo en komt er van medische ondersteuning niet zo veel terecht als men zich had voorgesteld, maar men maakt er het beste van.
David Meijer weet de sfeer en de onderlinge verhoudingen heel goed weer te geven, waarbij hij niet schuwt om de gruwelijke werkelijkheid te beschrijven. Ook geeft hij duidelijk aan, zonder daarbij in platitudes te vervallen, hoe achteloos en minachtend er over de plaatselijke bevolking werd gedacht.
Door dit verhaal te vertellen, aangevuld met een verbijsterend nawoord (officieel werden alle vrijwilligers door het Rode Kruis dood verklaard en het kostte de grootste moeite om dit recht te breien), ontrukt Meijer een verborgen stuk geschiedenis aan de vergetelheid. Daarbij valt hij niet in de verleiding om het verhaal te larderen met een liefdesgeschiedenis; het blijft feitelijk zonder saai te zijn.