Lezersrecensie

Raspaardjes zijn weer van stal gehaald.


Patrice van Trigt Patrice van Trigt
21 mrt 2015

‘Ons kent ons’ is een gezegde dat voor het dorpje Zemst zeker opgaat. Wanneer er in het nabijgelegen bos een lichaam is gevonden wordt er vanuit het hoofdkantoor van politie in Mechelen direct een delegatie naar de plaats delict gestuurd. Dirk Deleu en zijn collega –en partner- Nadia Mendonck zijn de twee inspecteurs die op de zaak zijn gezet en vooral Dirk is er van overtuigd dat de hechte gemeenschap een voordeel kan zijn voor het onderzoek naar de dood van Gizzy, de vrouw die is gevonden. De twee lokale agenten Demeulenaere en Smekens komen hem goed van pas en hij betrekt deze twee dan ook bij het onderzoek, eigenlijk zonder er goed over na te denken. Deleu wil gebruik maken van het vertrouwen dat deze twee genieten in Zemst. Demeulenaere ziet daarmee een jongensdroom in vervulling gaan en gaat vol het onderzoek in, gedraagt zich als een ware speurneus en doet zijn stinkende best. Al vrij snel is er dan ook iemand verdacht, de vriend van Gizzy, Ben Duchalet. Echter hij beweert niet schuldig te zijn. Toch zullen ze verder moeten zoeken naar antwoorden want er gaat iets gruwelijk fout tijdens een huisbezoek aan Duchalet en Nadia lijkt hiervan de oorzaak te zijn. Het onderzoek wordt nu flink bemoeilijkt en dan is er ook ineens iets veranderd in het onderling gedrag naar elkaar toe. Wat weet Smekens niet wat Demeulenaere wel weet en wat heeft Deleu daar op zijn beurt weer mee te maken? Intuïtief weet dat ze dat er iets niet klopt en Nadia probeert de puzzelstukjes op hun plek te krijgen. Tegelijkertijd gaat het onderzoek in volle gang door en ze moeten de dader zien te vinden die verantwoordelijk is voor de dood van Gizzy. Maar de aandacht lijkt vooralsnog naar heel andere zaken uit te gaan.

Het is een algemeen bekend gegeven dat in kleinere woonplaatsen de inwoners elkaar goed kennen óf menen te kennen. In Zemst doen ze dat elkaar door en door, de gewoontes en de –publieke-geheimen; ze worden besproken en verzwegen. Iets waarvan het team samen met de betrokken, lokale, agenten profijt kan hebben tijdens het politieonderzoek. Men laat tenslotte eerder informatie los aan een bekende dan aan een vreemde. Het zou een voorsprong kunnen zijn, ware het niet dat deze agenten zelf ook zo hun issues hebben en deze graag voor zichzelf willen houden en niet aan de spreekwoordelijke waslijn willen hangen. De twee, Demeulenaere en Smekens kennen elkaar ook door en door, al heel lang. Deflo weet dat heel goed neer te zetten en uit te spitten. Er moet haast wel iets met hen aan de hand zijn maar daarop kun je lang wachten.
Zoals vaker in zijn boeken is hij subliem in het opwerpen van verdachte personages en situaties. Je denkt als lezer te weten hoe de vork aan de steel zit om er vervolgens glashard naast te zitten. Dit keer was het echter niet zo onvoorspelbaar maar desondanks bleef die ene vraag wel sluimerend doorlopen; wie is de dader en waarom die geheimzinnigheid? Vrij vroeg in het boek leveren passages van 'de teek' een bijdrage aan die sluimering. Je weet heel lang niet om wie het gaat, meerdere personages komen daarvoor in aanmerking. Zoals gezegd denk je het te weten, maar de vraag is dan natuurlijk of je goed zit met je gevoel.

Deflo heeft met Deleu en Mendonck twee van zijn raspaarden van stal gehaald. In vele eerdere verhalen hebben deze twee het e.e.a. meegemaakt, samen met onderzoeksrechter Jos Bosmans. Behalve dat het een sterk ontwikkeld team is speelt er meer tussen deze personen. Ze kennen elkaar door en door en dat merk je tijdens het lezen ook. Het zijn real life personages die zo van het blad afstappen en hun verhaal met je delen. Alsof het oude bekenden van je zijn, iets dat ook wel klopt na zoveel boeken met hen te hebben gelezen. Maar ook als je niet eerder een verhaal met deze hoofdpersonages hebt gelezen kun je met Deleu en Mendonck meer dan prima uit de voeten. Ze zijn menselijk en innemend, maken fouten en proberen daarbij ook een persoonlijke relatie te onderhouden. Zoals vaak is het moeilijk om zowel zakelijk als privé met elkaar door een deur te gaan en dat loopt in 'Teek' mooi door elkaar heen. Het laat zien dat het haast onmogelijk is de twee te scheiden en dus gaat het werk mee naar huis, speelt daar een grote rol en kan voor problemen zorgen. Dat ze op elkaar ingespeeld zijn en elkaar van haver tot gort kennen mag dan duidelijk zijn, maar ook hier is sprake van misplaatst vertrouwen, teleurstellingen en vriendschap.

'De teek’ drukt zijn stempel in het verhaal en is een enge, akelige persoonlijkheid die het bloed echt onder je nagels haalt. De mindgames, het afwijkende gedrag -vanaf jongs af aan al aanwezig- en de rare psychopathische trekjes maken het plaatje compleet. De passages uit o.a. de jeugdige jaren bevestigen dit allemaal, bouwen een subtiele spanning op en zorgen voor een gevoel van onrust tijdens het lezen. Het is gewoon een akelig figuur, klaar.

Wat wel is opgevallen is het veelvuldig (voor)naamgebruik van de personages. Iets wat niet eerder zo nadrukkelijk aanwezig was. Niet dat hierdoor het leesplezier werd beïnvloed maar het viel wel op. Deflo heeft wederom een boeiend, snel te lezen boek geschreven zonder overdreven bloedvergieten of gruwelijke details te omschrijven. Hij moet het vooral hebben van sfeerschetsen en de suggesties. De lezer wordt uitgedaagd mee te denken en dat gaat haast vanzelf.

Reacties

Meer recensies van Patrice van Trigt

Boeken van dezelfde auteur