Lezersrecensie

Onderbelichte periode in de geschiedenis


Sanne Sanne
4 mrt 2020

Beatrice de Graaf is hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en houdt zich als historicus en onderzoeker bezig met veiligheid en terrorisme. Zij onderzoekt hoe staten en samenlevingen een hoog veiligheidsniveau handhaven en hoe die pogingen zich verhouden tot kernwaarden en instituten (zoals democratie, vrijheid, rechtsorde, constitutionele en verantwoordelijke overheid).
Beatrice de Graaf verschijnt regelmatig op televisie voor de nodige duiding over terrorisme, radicalisering en veiligheid. Vooral bij DWDD was zij een graag geziene gast. Zij heeft, in samenwerking met het programma, een hoorcollege gegeven over terrorisme in het programma DWDD University.
Beatrice de Graaf vertelt heel bevlogen en legt duidelijk uit, waardoor ik als kijker altijd geboeid luister naar wat zij vertelt.
Toen ik zag dat “Tegen de terreur, hoe Europa veilig werd na Napoleon” uitkwam was ik dan ook erg benieuwd. Toch heeft het boek een tijdje in mijn kast gestaan omdat ik er ook een beetje tegenop zag vanwege de veelheid ervan.

Na de eerste val van Napoleon, in 1814, werd het Congres van Wenen gehouden waar de vier grote mogendheden (Rusland, Groot-Brittannië, Pruisen en Oostenrijk) een plan opstelden met als doel om de Europese vrede te regelen en te bedenken wat er met Frankrijk zou gebeuren. Opvallend hierbij is dat de vier grote mogendheden mild waren voor de Fransen. De Fransen waren immers de aanstichters van de oorlogen waar Europa twintig jaar onder geleden heeft. Napoleon werd naar Elba verbannen waar hij als soeverein vorst mocht regeren, Frankrijk behield zijn grenzen van voor 1792, mocht zijn koloniën behouden en hoefde de tijdens de oorlogen geroofde kunstschatten niet terug te geven (op de Quadriga op de Brandenburger Tor van Berlijn na).
Het Congres van Wenen was nog niet volledig afgerond, toen bleek dat Napoleon ontsnapt was van Elba en voet had gezet op Franse bodem waarna hij opnieuw honderd dagen zou heersen voordat hij in 1815 bij Waterloo definitief werd verslagen. Napoleon kon niet tegen de samenwerking van de geallieerde mogendheden en enkele andere landen op. De Brit Arthur Wellesley, hertog van Wellington, had de leiding over de geallieerde troepen vanwege zijn militaire, bestuurlijke en organisatorische talent. Zijn overwinning bij Waterloo zorgde er voor dat hij de leiding kreeg in de onderhandelingen met Frankrijk tot een definitieve vredesregeling.

In Parijs op de Britse ambassade ontstond de Geallieerde Raad. Dit waren vergaderingen bestaande uit ministers uit Groot-Brittannië, Rusland, Oostenrijk en Pruisen. Deze diplomaten bestuurden gezamenlijk Frankrijk en streefden naar Europese veiligheid. Voor Wellington was het niet eenvoudig om de verschillende landen op één lijn te krijgen én om Frankrijk niet teveel tegen het hoofd te stoten. Iedereen was het er wel over eens dat Europa nooit meer het slachtoffer mocht worden van een imperialistische mogendheid die het continent in een jarenlange oorlog zou storten. De volgende afspraken werden gemaakt:
1.de ontmanteling van het Franse leger;
2.de debonapartisering of opsporing van de aanhangers van Napoleon;
3.de stabilisering van Frankrijk;
4.een regeling van de Franse herstelbetalingen en geroofde kunst.
De Gealieerde Raad voerde paspoorten en Europese bevelschriften in, tuigde een Europese inlichtendienst op, maakte voor het eerst bewust gebruik van ‘nepnieuws’ en zette de eerste stappen tot de afschaffing van de handel in slaven.
“Tegen de terreur” vraagt concentratie van de lezer, maar af en toe passeren ook enkele interessante anekdotes de revue.
Zo had Polignac, Franse minister van Buitenlandse Zaken, in 1829 een plan voor een totale herschikking van het Osmaanse Rijk: “Het koninkrijk Nederland zou worden verplaatst naar Constantinopel, dat samen met Griekenland onder het gezag van de Oranjes zou komen. Op die manier zou het hart van het Osmaanse Rijk weer stevig in christelijke handen komen (zij het in protestantse).” Het koninkrijk der Nederlanden in Europa zou worden opgeheven: het Nederlands grondgebied zou worden verdeeld onder Frankrijk en Pruisen en de Nederlandse koloniën zouden naar Groot-Brittannië gaan.
Of het voorval dat Wellington, toen hij in 1828 premier van Groot-Brittannië werd en geconfronteerd werd met de oppositie, aanzienlijk minder gematigd reageerde dan hij in Frankrijk had gedaan: “Hoe dan ook - despotisme zus of zo – de macht rust beter in de hand van één dan in de hand van de meute!”

“Nooit meer oorlog, nooit meer revolutie en terreur – dat was na 1815 het overheersende levensgevoel.” (citaat)

“Tegen de terreur” behandelt een stuk geschiedenis die bij mij grotendeels onbekend was. Na het lezen van dit boek kan ik alleen maar verbaasd zijn over het feit dat dit stuk geschiedenis zo onderbelicht is.
Het boek is bijzonder uitgebreid en leest niet altijd vlot. Beatrice de Graaf beperkt het verhaal niet alleen tot de staatshoofden, koningen en generaals, maar ook militairen, ministers, ambtenaren, ingenieurs, bankiers, politieagenten etc. De staatshoofden konden het allemaal wel bedenken, maar ze hadden de steun en hulp nodig van de tussenfiguren.
Beatrice de Graaf heeft zoveel bronnen geraadpleegd dat ik denk dat dit een heel zorgvuldige weergave is van de periode naar vrede na de val van Napoleon. De Graaf heeft duidelijk heel compleet willen zijn, maar voor mij als lezer, die nog weinig voorkennis had over dit onderwerp, was het daardoor wel heel veel. Ik denk dat ik het boek over een poosje nog een keer ga lezen omdat ik dan deze geschiedenis nog wat beter zal begrijpen.

Reacties

Meer recensies van Sanne

Boeken van dezelfde auteur