Lezersrecensie
Iets te traag
Met ‘Zwart Huis’ wagen Peter Straub en Stephen King zich aan een vervolg op ‘Talisman’, maar het is ook perfect losstaand te lezen. Het hoofdpersonage Jack Sawyer keert 20 jaar later terug. Hij is een 31-jarige, talentvolle politieman die noodgedwongen terugkeert uit zijn vervroegde pensioen om jacht te maken op de Visserman, een beruchte kindermoordenaar in French Landing. Hij sluit vriendschap met de opmerkelijke figuur Henry Leyden, een blinde radiopresentator die tot de verbeelding spreekt door verschillende rollen subliem te vertolken. De parallelle wereld die Jack als kind in de Talisman ontdekt, blijkt ook in dit verhaal een grote rol te spelen. De rol die het Zwart Huis hierin vertolkt, zal zeker niet onbelangrijk blijken!
Stephen King is er vaak van beschuldigd geweest aan woordendiarree te lijden. Dat komt inderdaad tot uiting in dit boek, zelfs een blinde kan dat zien (om het met de woorden van Henry Leyden te zeggen). Een pocketversie van maar liefst 636 pagina’s met ultrakleine lettertjes op iedere bladzijde, waardoor het lezen heel wat tijd in beslag nam. De blijvende groei aan personages maakte het zeker niet makkelijker. Het schrijversduo is er helaas niet in geslaagd om mijn aandacht steeds bij het verhaal te houden. Soms lijk je te verdwalen in onnodige details. Zo gaat het verhaal bijvoorbeeld van start met beschrijvingen van het landschap, wat niet echt een meerwaarde voor het verhaal betekent.
Er werd voor een opmerkelijk vertelperspectief gekozen. Als lezer zweef je letterlijk mee door het verhaal en wordt je af en toe aangesproken door de verteller, wat soms voor een bizar gevoel zorgt. Naarmate het verhaal vorderde, vervaagde deze ervaring. Wat wel leuk was, is dat de verteller vaak het lot van bepaalde personages verklapt. Hierdoor komt de aandacht weer even op scherp.
De invloed van King is duidelijk aanwezig. Verzonnen woorden zoals ‘pliezieman’ ‘abbalah’ ‘grog’, gruwelijke scènes met misselijkmakende details, en natuurlijk de vele verwijzingen naar ‘De Donkere Toren’-reeks. Dit boek lijkt wel een inleiding tot de reeks. Jammer genoeg komt het hele verhaal over als een intro, want het komt opmerkelijk traag op gang. De Visserman had gerust een grotere rol mogen vertolken. Hoewel de grote lijn van het verhaal schitterend is, zorgen de vele uitweidingen toch voor een mindere lezerservaring en daardoor ook een lagere beoordeling. Het is niet bepaald een pageturner.
Voor wie niet genoeg kan krijgen van dit boek, volgen er op het eind nuttige verwijzingen naar De Donkere Toren-reeks, enkele werken van King waar de Scharlaken Koning zijn opwachting maakt en ook boeken van Straub over seriemoorden en bovennatuurlijk kwaad. Het gerucht gaat dat er ook nog een derde deel zal volgen.