Lezersrecensie

Het Rampjaar 1672 als meeslepende familieroman


Swen Zuiderwijk Swen Zuiderwijk
30 apr 2024

Als in 1672 de Franse koning Lodewijk XIV het in zijn bol krijgt en besluit dat je pas écht kan zeggen dat je koning bent als je oorlog hebt gevoerd, moeten de bestaande staten ten noorden van Frankrijk op hun tellen gaan passen. Lodewijk valt eerst de Spaanse Nederlanden aan. Op zich is dat minder moeilijk dan het lijkt: het Spaanse koningshuis ligt door inteelt op apegapen, en er is door verschillende eerdere oorlogen niet makkelijk een verdedigend leger te organiseren.

Tot zover lijkt er voor de kleine Republiek der Verenigde Nederlanden niet zo veel aan de hand, maar dat verandert als de diplomatiek van raadspensionaris Johan de Witt ervoor zorgt dat de Franse troepen stoppen voor er enige echte glorie is te beleven voor Lodewijk XIV. Naast glorie voor zijn persoon wordt wraak een motief voor de zonnekoning; de weg is vrij voor het Rampjaar 1672.

Luc Panhuysen gebruikt voor zijn boek een grote schat: de briefwisseling van de verschillende leden van de familie Van Reede, die - als regentenfamilie - het rampjaar vanaf het begin ten volle meemaken. Vader Godard Adriaan dient als ambassadeur van de Staten-Generaal, zoon Godard probeert carrière te maken in het leger. Als vader op diplomatiek pad is, voert moeder Margaretha bevel over het huishouden op kasteel Amerongen.

Panhuysen heeft de vele brieven van de familie gebruikt om een uitgebreid ooggetuigenverslag te maken van de gebeurtenissen in die tijd. Daarbij wordt hij geholpen door het feit dat met name moeder Margaretha al schrijvend van haar hart geen moordkuil maakt en ook constant in de weer is om nieuws te vergaren. Met name in Amsterdam en Den Haag, waarnaar ze moest vluchten toen het in Amerongen te gevaarlijk werd, maakt ze gebruik van haar kennissen aan het hof van Willem III en van het feit dat postbezorgers in die tijd zelden het briefgeheim in acht hielden en uit de school klapten over dat wat zij lazen in de brieven die ze bezorgden.

Het Rampjaar 1672 is daardoor een uniek document geworden. Het verhaalt over de passiviteit van de regenten voorafgaand aan de oorlog, aan de volksopstand die vervolgens ontstaat als de lagere standen daar lucht van krijgen, en van de gevolgen die loyaliteit met zich meebrengen, met name ook voor de gezinsband van de Van Reedes.

Niet alleen in de ontstane volksopstand, maar ook in andere beschrijvingen in het boek herkennen we de vaste patronen die ook vandaag de dag nog bij crises boven komen drijven: een informatie-oorlog rond gehouden veldslagen, waar iedereen zichzelf voor de buitenwacht tot winnaar uitroept, en achterkamertjespolitiek rond benoemingen, aan het pluche plakkende regenten. Op pakkende wijze verhaalt de auteur over het aanleggen van de waterlinie, een plan dat in de jaren '50 van de zeventiende eeuw op papier was ontstaan, maar nu - nog nooit uitgevoerd - de enige kans was voor de Republiek om te overleven. Een opstand onder boeren was het logische gevolg.

Een van de - in mijn ogen - meest intrigerende feiten in het boek is de omschrijving hoe Lodewijk XIV wacht met het belegeren van Doesburg tot zijn broer Philippe Zutphen heeft belegerd, zodat die daarmee zijn eigen mediamomentje (mijn woorden) kan genereren. Het is 350 jaar later nog niet echt anders.

Het Rampjaar 1672 geeft een meeslepende inkijk in de zeventien moeilijkste maanden van de Republiek tijdens de Gouden eeuw. Door de verhalen van de familie Van Reede te vermengen met de historische werkelijkheid en die ook nog eens heel duidelijk uit de doeken te doen, heeft Panhuysen een boek afgeleverd dat je tijdens het lezen niet weg kan leggen. Een absolute aanrader dus!

Reacties

Meer recensies van Swen Zuiderwijk

Boeken van dezelfde auteur