Lezersrecensie
Vuurtoren Berlijn
Berlijn, 20ste eeuw. Deze stad heeft de hele 20ste eeuw in het centrum van de beroering gestaan. De Val van Berlijn (1945) schijnt als een vuurtoren om zich heen en laat licht vallen op wat ervoor en erna kwam. Einstein was er een ster en plaatste de stad ooit in het centrum van de wetenschappelijke wereld. De vooroorlogse filmindustrie kon zich meten met Hollywood. Hang naar levensgenot staat er hoog in aanzien. Bossen en meren rondom zijn onweerstaanbare oorden voor ontspanning. Toch was dit ooit de nazi-hoofdstad, die na vernietiging opnieuw in het oog van de storm terecht kwam met twee compleet tegengestelde ideologieën die tegen elkaar aan schurkten.
Sinclair McKay brengt het verhaal van de inwoners van Berlijn, van wie het overgrote deel de misdaden niet begingen maar er wel voor opdraaiden. Van de spanningen tussen links en rechts in de jaren 20 die de gemoederen verhitte tot de overvolle schuilkelders in de Tweede Wereldoorlog waar de stank te snijden was. Van wraakzuchtige plunderingen tot de alomtegenwoordige angst voor verkrachtingen. Van de legendarische luchtbrug in het westen, tot de onderdrukte opstand in het oosten. Van de verziekte paranoia die de bouw van de Muur voorafging, tot ongekende vreugde bij de afbraak… De 20ste eeuw is niet te verstaan, zonder Berlijn te begrijpen.
Het boek nam me niet onmiddellijk voor zich in. Aan de kaarten had ik niet zo veel. Het taalgebruik is erg genuanceerd, de zinnen doorgaans lang. Ik kon er omzeggens moeilijk de vinger op leggen of het mij wel zou blijven boeien, maar besliste om door te lezen. En wat een geluk! Gaandeweg vond ik het steeds fascinerender… Sinclair McKay voorziet het wel en wee van “de inwoners” van Berlijn uitvoerig van contextgegevens, reikt tal van nieuwe inzichten aan en voorziet zijn betoog van pittige, soms hilarische anekdotes. Waar Anthony Beevor (1) vooral de militaire invalshoek kiest, beperkt McKay deze tot het minimum. Hij legt een warme empathie voor de Berlijners aan de dag, die werden meegetrokken in de maalstroom van wat de machthebbers beslisten. Hij rekent scherp af met alle vormen van totalitarisme, zet verschillen tussen nazisme en stalinisme in de verf en toont evenzeer hun verfoeilijke overeenkomsten. Hoewel de 20ste eeuw de Berlijners veel onaangenaams heeft bezorgd, wijst de auteur telkens opnieuw op hun veerkracht, op hun liefde voor kunst en op het intrinsiek dissidente dat in de bewoners lijkt te zitten. Want middenin alle aanpassingen die de 20ste eeuw hen heeft opgedrongen ziet hij een koppige onwankelbare wil om er steeds weer bovenop te komen. En bovenal iets wat hij hun “met toewijding georganiseerd hedonisme” noemt.
Een boek dat de vele facetten van het hartversnellende ritme van deze hoofdstad kleurrijk in beeld brengt.
(1) Anthony Beevor (2002). Berlijn: de ondergang 1945.