Lezersrecensie
Mein Konradchen
Duitsland, eind 20ste eeuw. Paul Pokriefe (geb. 1945) is gescheiden, vader van Konrad (17) en journalist. Pauls moeder Ursula had de hoop op hem gevestigd om dé gebeurtenis van haar leven uit te schrijven, het verhaal van die nacht waarin zij als hoogzwangere meid de scheepsramp in de Oostzee met de Wilhelm Gustloff overleefde. Dit trotse schip – vernoemd naar een vermoorde NSDAP’er - was de laatste steun en toeverlaat voor vluchtende Oost-Pruisen die de verschrikkingen van de Sovjets vreesden en westwaarts over zee wilden, toen de oprukkende Russen begin 1945 het Groot-Duitse Rijk binnentrokken (1). Het vaartuig met bestemming Flensburg werd getorpedeerd, zonk en sleurde meer slachtoffers mee het ijskoude water in dan de Titanic. Maar het schip werd vergeten en bleef onderbelicht (2).
Paul is nooit ingegaan op zijn moeders vraag. Meer nog, hij heeft die omstandigheden steeds uit zijn leven gebannen. Maar aan de vooravond van de 21ste eeuw zijn er zo veel gebeurtenissen die hem met verstomming slaan, dat hij erover moét reflecteren. Zijsprongen in de tijd, in de levenslopen van wie hem omringen en van wie ogenschijnlijk ver van hem af staan, brengen hem tot meer dan een eeuw terug. Zijwaarts stappend - zoals krabben, die doen alsof ze achteruitlopen maar tamelijk snel vooruitkomen – brengt hij zijn verhaal. Heeft zijn moeder haar kleinzoon Konrad (“mein Konradchen”) voor haar kar gespannen en hem de opdracht toevertrouwd die hij weigerde? Hoe valt het te rijmen dat zijn moeder, die aspecten van het nationaal-socialistische gedachtegoed vereert, een foto van Stalin koestert? En welke rol speelt de verweerde, onzorgvuldig opgeruimde gedenksteen van Wilhelm Gustloff, daar ergens aan een meer in het Oost-Duitse Mecklenburg?
“In krabbengang” van Gunter Grass is een indrukwekkend gebald verhaal. Wat slaagt deze auteur er met verve in, om in een relatief korte roman zo veel te zeggen! Alles lijkt wel met elkaar te zijn verweven. Hij trekt verbazende parallellen. Data linkt hij op ingenieuze wijze aan elkaar, persoonlijkheden en mentaliteiten laat hij verbluffend samenvallen. Daarnaast zorgt hij voor verrassende plots. Het geheel is ruim voorzien van contextgegevens.
“In krabbengang” speelt zich af op het snijvlak van ideologische breuklijnen die deel uitmaken van het maatschappelijk leven, die zich manifesteren tussen generaties maar eveneens in het hele wereldgebeuren.
(1) In “Alles voor niets” belicht Walter Kempowski de situatie van Duitse families in Oost-Pruisen op het einde van de Tweede Wereldoorlog.
(2) In “Inges oorlog” brengt Svenja O’Donnell deze scheepsramp eveneens ter sprake;