Lezersrecensie

Het geheugen is geen archief


TomD TomD
10 apr 2021

Polen, herfst 1944. Hannes Meissner uit Nedersaksen (D), 22 jaar, was in 1940 door de Wehrmacht ingelijfd. Hij hielp bij de invasie van de Sovjetunie en was jaren actief aan het oostfront. “Eet”, “slaap”, “marcheer”, “volg je leider”... het discours dat hij steeds had gevolgd, leidde recht naar de afgrond. Met het terugtrekkende Duitse leger belandde hij in Polen, op een zucht van de Duitse grens. De discipline was verslapt, het afgedwongen respect voor de generale staf omgeslagen in rancune. Honger heerste in zijn compagnie. Niettemin deden geruchten de ronde dat een rijk gevuld voedseldepot van de generale staf zich in de buurt bevond. Met 4 kompanen – even eendrachtig als divers - ging Hannes op zoek…

Heidelberg, begin 21ste eeuw. Op hoge leeftijd besluit Hannes een lange brief te schrijven aan zijn kleinzoon Callum, die hem al eerder naar zijn oorlogsverleden vroeg. Hannes gaf toen niet meer dan een geïrriteerde reactie. Aan het papier vertrouwt hij zijn verhaal toe. Hij neemt zich voor niet over gruweldaden te vertellen. Maar deze hebben een eigen aantrekkingskracht en buigen zijn gedachtegang automatisch daar naartoe. Hoe meer hij opschrijft, hoe meer er terugkeert. Zijn verslag wordt een pijnlijk zelfonderzoek. Het grootste deel van zijn leven heeft hij gepiekerd, resulterend in drie vragen. Kun je echt kwaad doen als dat niet de bedoeling is? Moet je misdaden niet beoordelen naar de maatstaven van de tijd waarin ze zijn gepleegd? Hadden we andere keuzes kunnen maken? Hierop tracht hij antwoorden te vinden. Zonder de schuld weg te rationaliseren, zonder een vraag te ontwijken. Maar getekend met schaamte. De brief werd pas na zijn overlijden gevonden...

Alexander Starritt is het alter-ego van Callum, de kleinzoon van Hannes. Op basis van de brief ontstond het boek. Geen chronologisch verslag, eerder puzzelstukjes die zich samenvoegen en waaruit Hannes’ volledige levensverhaal duidelijk wordt. Hannes zorgt zelf voor uitweidingen, mijmeringen en kanttekeningen. Callum komt op zijn beurt tussen met aanvullingen en verduidelijkingen.
Het boek getuigt van de grote complexiteit aan morele kwesties waarmee je als Duits oud-oostfrontstrijder geconfronteerd werd als je er begon over na te denken. Dat wordt meteen zichtbaar in het tijdsperspectief, doordat Hannes de gebeurtenissen van 1940-45 beschrijft in het begin van deze eeuw en kijkt met een hedendaagse bril. De gedachten van soldaat Hannes in 1940-45 waren niet dezelfde als van briefschrijver Hannes begin 21ste eeuw. De tijdsgeest was veranderd. En wat er in 1940-45 gebeurd was, heeft ook onder de hersenpan van de ondertussen bejaard geworden man een hele evolutie doorgemaakt. Immers, zo schrijft hij, het geheugen is geen archief, alles wordt steeds weer door het heden herschikt.
Starritt laat de lezer delen in wat zich afspeelde tijdens de aftocht van het verslagen Duitse leger, toen de oorlog nog aan de gang was maar iedereen al wel wist hoe het ging aflopen. Toen knepen alle Duitsers de billen toe als ze dachten aan het oprukkende Rode Leger. Toen zeiden de soldaten onderling: “Geniet nog maar van de oorlog, de vrede zal veel erger zijn.” Dat gold in het bijzonder aan het oostfront, waar de oorlog zo veel rauwer, meedogenlozer en meer gericht was op haat en vernietiging dan aan het westfront. Het verhaal brengt de verdeeldheid tussen de Duitsers onderling in het vizier. Zeker in de laatste fase (1944-45), toen het groepsdenken afkalfde. Sommigen bleven hardnekkige nazi’s, anderen hadden communistische sympathieën, velen stonden er tussenin. En er was een bitse rancune tegen elite-figuren binnen het leger, in dit verhaal verpersoonlijkt door de generale staf, die baadden in luxe, de plaatselijke bevolking teisterden, hun afkeer opwekten en latere represailles van het Rode Leger in de hand werkten.
Een boek dat beslist de vergelijking met andere literatuur in dit genre aankan. Maar springt het er bovenuit? Nee, dat nu ook weer niet.

Reacties

Meer recensies van TomD

Boeken van dezelfde auteur