Advertentie
    Anne Oerlemans Hebban Recensent

Bregje Hofstede studeerde in 2012 af als kunsthistorica. Haar debuutroman De hemel boven Parijs, verschenen bij Uitgeverij Cossee, bewijst dat ze naast kunstkenner ook een bekwame schrijfster is. Het verhaal van Hofstede draait om een professor op de universiteit, Olivier. Hij raakt van slag wanneer hij van een collega de opdracht krijgt zich over de Nederlandse studente Fie te ontfermen. Fie lijkt namelijk verdacht veel op Oliviers eerste grote liefde, Mathilde. Een diep weggestopt verleden verschijnt zo langzaam weer aan de oppervlakte van zijn leven.

Een typisch clichéverhaal dus: professor en studente krijgen een bijzondere relatie. Nee, Hofstede weet haar verhaal op een originele manier te brengen. Verrassend treffend geeft ze inzicht in de wereld vol herinneringen die Olivier in zijn greep houdt. Toch krijgt de lezer verder verrassend weinig hoogte van dit hoofdpersonage. Zijn twijfels over het verleden zijn duidelijk, maar van de sterke, nuchtere man blijft aan het einde maar weinig over. De man die naast zijn studente op de bank in snotteren uitbarst, zonder zich te kunnen beheersen, blijft wonderlijk.

Fie is eigenlijk een leeg personage, we zien haar alleen als de schaduw van Mathilde die ze voor haar professor is. Dit werkt vervreemdend, ook voor Fie zelf. De parallellen in de levens van Mathilde en Fie verwoordt de auteur wel treffend en geloofwaardig. De scheiding tussen waarheid en herinnering, tussen toen en nu blijft flinterdun. Deze passages getuigen van een helder inzicht in de menselijke psychologie. “Fie kon zich dat herinneren alsof zijzelf die zomer hier had meegemaakt.”

De hemel boven Parijs is diepgaand. Psychologische, filosofische en kunstanalytische beschouwingen zijn in de tekst verweven. De roman is echter op geen enkel moment ontoegankelijk. De korte zinnen en hoofdstukken lezen vlot en de auteur probeert de lezer niet te imponeren door het gebruik van ingewikkelde woorden of onmogelijke zinsconstructies. De kunsthistorische inzichten komen vooral naar voren in de essays die Fie tijdens haar studie schrijft. Deze essays en verschillende gesprekken die Hofstede als een soort filmscript weergeeft zorgen voor een afwisseling in stijl die niet kunstmatig aandoet, maar de snelheid van de roman juist vergroot. Op de juiste momenten in het verhaal voert de schrijfster de spanning op, waardoor de roman niet langdradig wordt. Door de plotwendingen leest het verhaal als een trein.

De verbeelding van de kunsthistorica is levendig. De beeldspraak in haar boek bewijst dit keer op keer. De vergelijkingen die Hofstede maakt zijn treffend en origineel en getuigen van een grote betrokkenheid bij de wereld om haar heen. “Die grote, vreemde man, in wiens korrelige Kodak-jeugd ze als verstekeling beland was.” Keer op keer zet het observatievermogen van deze jonge schrijfster de lezer aan het denken, zonder dat de nadruk in dit boek verschuift van het inhoudelijke verhaal naar de stijl waarin het is geschreven. De beeldspraak staat in dienst van het verhaal en geeft dit de heldere energie die van elke pagina afspat.

De originele invulling van het verhaal en de vlotte schrijfstijl wegen meer dan op tegen de af en toe twijfelachtige personages. Met De hemel boven Parijs levert Bregje Hofstede dan ook een intelligente, doortastende en toegankelijke debuutroman.

Reacties op: Cliché, maar net een beetje anders

169
De hemel boven Parijs - Bregje Hofstede
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners