Lezersrecensie
Persoonlijk en recht vanuit het hart
Lily’s belofte - Lily Ebert
Een autobiografie, geschreven door de 96-jarige Lily Ebert, met hulp van haar 16-jarige achterkleinzoon Dov Forman.
Lily Ebert-Engelman werd in december 1923 geboren in Bonyhád, een marktstadje in het zuid-westen van Hongarije. Lilly is de oudste van 6 kinderen en, zoals zoals zij zelf zegt, een geboren leider.
Het Joodse gezin waarin zij opgroeit is warm, beschermend, liefdevol en harmonieus. De kinderen krijgen alle ruimte om echt kind zijn; ze spelen, ravotten, worden gestimuleerd hun best te doen op school, mogen fouten maken en krijgen weinig verantwoordelijkheden in de huishouding. Alle feestdagen worden uitgebreid gezamenlijk gevierd, vaak in bijzijn van vrienden en familie. Bij de nieuwjaarsviering werd er steevast een kop van een karper op tafel gezet om de kinderen eraan te herinneren ‘dat we hoofden moesten worden, geen staarten. Leiders, geen volgers.’
Lily neemt ons mee in haar zorgeloze leventje in de jaren 20 en 30; zij vertelt over haar ‘uitermate gelukkige jeugd’. Aan dit geluk komt in 1942 een abrupt einde als naar vader onverwacht komt te overlijden aan een longontsteking.
Van de oorlog hebben ze in Hongarije nog niet veel last; dat verandert echter in maart 1944 als Boedapest door de Duitsers wordt ingenomen en ze binnen een paar weken hun vrijheid voelen wegglijden. In mei 1944 wordt de familie Engelman, samen met alle andere joden, overgebracht naar het ‘lagere getto’. Gelukkig blijft het gezin bij elkaar en kunnen ze een kamer delen. Lily en haar broer Imi worden echter de volgende dag weggestuurd; Imi wordt overgedragen aan de plaatselijke paramilitaire commandant en Lily wordt overgebracht naar een boerderij, om er op het land te werken.
Na zes weken worden Lily en de andere jonge vrouwen teruggebracht naar het getto waar een gelukkige hereniging met de rest van het gezin plaatsvindt. Alleen Imi is er nog niet bij. Helaas is de hereniging van korte duur want nog dezelfde avond wordt het gezin naar de synagoge gebracht en vervolgens per trein naar een doorgangskamp in Lakics. De familie verkeert nog steeds in grote onwetendheid van de verschrikkingen en worden nergens van op de hoogte gebracht; de nazi’s, met hulp van Hongaren, leiden iedereen om de tuin. Ze hebben er geen weet van dat al zeker driekwart van de Joden in Hongarije is uitgeroeid.
Begin juli 1944 begint de nachtmerrie pas echt; het gezin wordt naar het station van Pécs geleid waar goederentreinen klaar staan. Met teveel bange, verschrikte, ongewassen mensen in te kleine ruimten, bedwelmd door penetrante geuren, en vluchten was geen optie. Lily heeft de dagen en nachten in de trein verdrongen, weet niet hoe ze dit transport heeft overleefd. Na vijf dagen komen ze aan in Auschwitz-Birkenau waar de ‘verdeling’ plaatsvindt. Moeder, broertje Bela en zusje Berta linksaf; Lily en haar zusjes René en Prifi rechtsaf. Het ging zo snel dat ze geen woord konden wisselen. Moeder, Bela en Berta hebben ze nooit meer gezien…
Het kamp is extreem zwaar en Lily vertelt er uitvoerig en tot in detail over. Dit deel is zó heftig, zo verschrikkelijk, het is werkelijk niet voor te stellen wat een verschrikkingen de zusjes hebben doorstaan.
In oktober 1944 worden de drie zusjes verplaatst, wederom naar een interneringskamp, Altenburg, een buiten kamp van Buchenwald in Duitsland. De slaap- en sanitaire voorzieningen zijn iets beter en de meisjes worden als dwangarbeider aan het werk gezet in een munitiefabriek. Gelukkig breken er er betere tijden aan als de zusjes naar Zwitserland worden gebracht.
Hier kunnen ze op krachten komen en een begin maken met een leven na de oorlog. In juni 1946 verhuizen de zusjes naar Israël en het geluk lacht de zusjes weer enigszins toe als ze alledrie een lieve man trouwen, een gezin stichten en een eigen dak boven het hoofd hebben. Lily en haar man Schmuel krijgen drie kinderen, tien kleinkinderen en vierendertig achterkleinkinderen en met allen heeft ze een liefdevolle band.
Lily neemt ons mee voor een reis door haar veelbewogen leven; vanaf haar prille jeugd tot het hier en nu. Achterkleinzoon Dov speelt een grote rol in het verhaal, hij helpt Lily met de zoektocht naar een soldaat die haar een persoonlijk en hartverwarmend geschenk gaf na de bevrijding.
Het is een zeer persoonlijk verhaal, vanuit het hart geschreven. Er wordt niets verbloemd, er wordt niets mooier gemaakt dan het is. Het is een verhaal dat Lily moest schrijven. Indrukwekkend.