Lezersrecensie
Frankrijk tijdens WO1
In juni 2021 heb ik dit boek voor de Hebban Debuutprijs mogen lezen.
De cover is prachtig, zowel qua kleur, als qua beeld en typografie, buitengewoon goed passend bij de sfeer van de roman. De negenjarige Gabriel, met een vervaagde oorlogssituatie op de achtergrond.
Het boek neemt ons mee naar Frankrijk, tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het verhaal wordt verteld vanuit drie perspectieven;
- Gabriel Delacroix, een 9-jarig jongetje, wonende op het Franse platteland, in een plaatsje waarin het gemeentehuis is ingenomen door de Duitse bezetter en er zijn hoofdkwartier heeft gemaakt. Zijn ouders zijn weg maar komen vast heel snel terug; hij krijgt tenslotte brieven van zijn moeder waarin zij dat belooft.
- Ralph Lawrence, de fransoos, een jonge Engelsman die met het Engelse leger maar Frankrijk is gekomen; om te vechten maar vooral om zijn vader te zoeken die in Frankrijk is geboren.
- De majoor, August Klostermann, een Duitse militair die zijn intrek heeft genomen in het stadhuis. Een man van 60, tijdens de oorlog weduwnaar geworden en vader van een zoon die slechts 9 maanden oud is geworden. Hij werpt zich op als een soort beschermheer voor de kleine Gabriel.
Wij leren de drie hoofdpersonen kennen in een oorlogsperiode van 12 dagen, terwijl er ook volop ruimte is voor flashbacks.
De drie losse verhaallijnen lopen, naarmate het boek vordert, prachtig in elkaar over. Van losse passages wordt een vloeiend verhaal gemaakt waarin we leren hoe de levens van de drie hoofdpersonen met elkaar verbonden zijn, ieder met hun eigen problemen, achtergrond en toekomst.
Wat ik jammer vind aan het boek is dat het, mede omdat er nogal wat namen voorkomen, af en toe wat warrig, rommelig en onsamenhangend wordt. Gelukkig las ik het e-book wat zoeken en terugbladeren gemakkelijker maakt dan een papieren boek.
Het boek zit op zich best goed in elkaar maar ik vond het af en toe wat traag, langdradig en gezocht. Het verhaal had gemakkelijk ingekort kunnen worden waardoor het aan kracht had kunnen winnen, het kabbelt nu te vaak te veel voort. Dat zorgt er ook voor dat je niet in het verhaal wordt gezogen; het blijft afstandelijk. Het taalgebruik is soms zo wollig dat het iets lachwekkends krijgt. Hierdoor boet het verhaal aan kracht in en dat is jammer.
Ik heb een aantal mooie zinnen genoteerd:
- 'De oorlog is eigenlijk een reusachtig spiegelglas. Wat voor ons rechts is, is voor hen links, en wat voor ons slecht is, is voor hen goed. Dat is wat de Engelsen zo gevaarlijk maakt: ze doen hetzelfde als wij, maar wij staan aan de goede en zij aan de verkeerde kant.’
- 'Misschien, zeggen zijn gedachten, heeft hij in het koninkrijk iets gevonden wat het waard is om voor te sterven. Of misschien is er aan de overkant niets meer genoeg waard om voor in leven te blijven…'
Maar ook een aantal zinnen die iets minder mooi waren, krampachtig en zelfs tenenkrommend:
- Regendruppels verstrijken als uren.
- 'Von Kreutzfeld knippert het laatste restje ontsteltenis weg uit zijn stokvisogen.'
- 'De grond golft op en neer, zodat ze nu eens met brullende motoren omhoogklimmen, en dan weer steil voorover zinken.’
- 'Er kropen vliegen over het gezicht van de korporaal, die even jong als dood was.’
- 'Nachtenlang heeft hij dit moment als witte wijn door zijn hoofd laten walsen en nu het eindelijk zover is, brandt het in zijn binnenste met een kracht die hem tegelijk zwaar en duizelig maakt'.
Het boek geef ik 2,5 ster en dat rond ik naar boven af naar 3 sterren.