Lezersrecensie
rauw, indringend debuut
Zodra je de laatste bladzijde van Halfweg hebt omgeslagen, heb je geen andere keus dan het boek een paar dagen te laten bezinken. Adem in, adem uit…
Natuurlijk weet je na het lezen van de synopsis dat je geen feelgood in handen hebt, maar naast de stevige thema’s als zelfdoding, (verstoorde) familierelaties, misbruik, schuldgevoel, schaamte en de falende geestelijke gezondheidszorg in Nederland weet Puck de Klerk (1977) je door haar bijzondere schrijfstijl diep te raken. Maar toch: in dit 190 bladzijde tellende boek -dat omschreven wordt als een op persoonlijke ervaringen gebaseerd requiem- wordt wellicht meer niet dan wel gezegd.
Halfweg is het verhaal over de tweeling Sal en Lau. Opgegroeid zowel “in” als “op” Halfweg, zoals respectievelijk het dorp en het woonwagenkamp bij de voormalige suikerfabriek tussen Amsterdam en Haarlem genoemd werden. Werelden die niet verder uit elkaar konden liggen.
Naast het feit dat hun ouders gescheiden zijn, is er nog veel meer mis binnen dit gezin. Wat dit precies is, kom je als lezer mondjesmaat te weten als Lau na de zelfmoord van haar broer op zoek gaat naar antwoorden. Antwoorden op de vragen waarom Sal zelfmoord heeft gepleegd, of ze dit had kunnen voorkomen, maar vooral ook waarom de een prima verder kan leven terwijl de ander besluit er een eind aan te maken. Want terwijl Lau haar leven stukje bij beetje op orde probeert te krijgen, zakt Sal steeds verder weg door de stemmen in zijn hoofd, de depressies en psychoses waar hij mee kampt, tot hij besluit dat het genoeg is geweest…
Dat is ook het moment waarop je als lezer het verhaal in stapt. Vanuit Lau’s perspectief worden vervolgens de dagen tot aan de crematie beschreven. Hierin springt zij afwisselend van het heden naar het verleden en lopen gesprekken, gedachten en gebeurtenissen bijna naadloos in elkaar over, waardoor je regelmatig op het verkeerde been wordt gezet.
Dit alles wordt gepresenteerd in een rauwe vertelstijl waardoor je de latent aanwezige woede en het schuldgevoel van de pagina’s voelt spatten en je je niet afvraagt óf maar vooral wanneer het zal escaleren. De emotie die echter overheerst is een immens verdriet.
Dat al deze heftige emoties je niet te veel worden komt door de speldenprikjes van humor die De Klerk subtiel door het verhaal heen verweeft:
Ik wees naar het voorverpakte brood. ‘Doet u maar twee van die croissants’
‘Die wat?’
‘Die croissants, met chocola’
‘Die heten chocoladebroodjes’
‘Neem me niet kwalijk, ik heb er niet voor doorgeleerd’
Terug in het chalet zaten mijn cd’s en lp’s weer keurig in hun dozen. Ik zette een bord voor Sal op tafel neer.
‘Wat is dat?’ Sal staarde naar het broodje alsof het iets volkomen nieuws voor hem was.
‘Dat heet een chocoladebroodje’
‘Ik eet liever een croissant’
Daarnaast weet De Klerk de omgeving van Halfweg en dan vooral het landje waar Sal is gevonden, met minimale bewoordingen maximaal neer te zetten, zodat de setting goed tot leven komt.
Ondanks het feit dat je als lezer antwoorden op heel veel vragen krijgt, blijft er één prangende vraag ogenschijnlijk onbeantwoord. Want kán de één wel prima verder leven nadat de ander er een eind aan heeft gemaakt? Of is dat misschien de enige vraag die De Klerk in dit indringende debuut met de typografie van de titel direct heel duidelijk beantwoordt?