Lezersrecensie
In gesprek met de senatoren en het volk van Rome (SPQR)
‘In gesprek’. Dat is het doel van Mary Beard. Het Romeinse rijk, haar senatoren en haar bevolking. Een belangrijke bron van onze Westerse geschiedenis en maatschappij.
Beard gelooft dat wij veel kunnen leren van dat gesprek met onze bron.
Haar boek begint met het mythische verhaal van Remus en Romulus en eindigt wanneer keizer Caracella iedereen het Romeinse burgerschap geeft. Het einde van een groot inburgeringsproces.
Beard slaagt er bijzonder goed in om het gesprek met de senatoren en het volk van Rome met onze huidige tijd te voeren. Haar levendige schrijfstijl (die echter niet overal even goed vertaald lijkt, wat jammer genoeg afbreuk doet aan deze helderheid), zet je voortdurend aan het denken over onze eigen tijd. Zij maakt haar belofte van een zinvolle dialoog meer dan waar!
Samenvatting (bevat spoilers):
Rome was ooit een onbetekenend dorp in Italië wat zich weinig onderscheidde van andere dorpen. En toch werd het de bron van een wereldrijk wat vele eeuwen lang ons deel van de wereld domineerde. Waarom? Beard geeft een paar belangrijke redenen. Ten eerste ontstond er een groep burgers die de macht van de adel doorbrak. De macht werd daardoor niet alleen meer erfelijk verkregen of onderling verdeeld maar was voor meerdere partijen toegankelijk.
Ten tweede had Rome het vermogen om zeer snel legers te mobiliseren. Sneller dan zijn rivalen. Volkeren die overwonnen werden, werden bondgenoten van de Romeinen en leverden soldaten voor het leger en deelden zo mee in de winst van wat in feite een oorlogseconomie was. Dit wordt als derde reden aangevoerd.
En de laatste reden is het Romeins burgerschap als samenbindend element. Mensen konden er twee nationaliteiten op nahouden. Hun oorspronkelijke nationaliteit en de Romeinse nationaliteit. Een soort Europees paspoort. En dat bracht onderlinge binding.
Het Romeinse rijk begon ooit met koningen. Die werden aan de kant gezet toen Lucretia door de zonen van een koning bruut verkracht werd.
Het werd daarna een republiek waar de rang van consul de belangrijkste gezagsdrager werd. Consuls, soms meerdere, werden door de senaat benoemd voor een periode van 4 jaar.
Augustus greep de macht en transformeerde stap voor stap de republiek naar een keizerrijk. Feitelijk werd het een dictatuur. Waarbij de senaat wel een heel instituut bleef. Het werd een dictatuur om de macht te centraliseren en meer focus en consistentie aan te brengen in beleid. Het concept van gekozen consuls, met verdeelde sentimenten in de senaat leidde onvoldoende tot slagvaardige besluiten en consistentie die nodig was om het rijk verder uit te bouwen.
Keizers werden in dat nieuwe model alleenheerser en ‘god-gelijk’, wat door sommige keizers verward werd met ‘goddelijk’.
Maar ook in dat model bleef een keizer afhankelijk van zijn netwerk van medestanders. In werkelijkheid was de macht van een keizer ‘ingebed’ in een systeem waar de elite en de senaat een prominente rol speelden. Keizers waren veel minder autonoom dan wij denken.
Er was een elite die samen met de keizer zorgde voor stabiliteit. Waaronder de senatoren. De gewenste staat van zijn van de mensheid was, volgens deze elite, ‘otium’; niet zo zeer ‘vrije tijd’ zoals het gewoonlijk wordt vertaald, maar meer ‘de baas zijn over je eigen tijd.’ Dit in tegenstelling tot het ongewenste tegendeel negotium (niet otium). Otium was een soort vrijheidsideaal.
Augustus, de eerste keizer, had een paar dingen bij zijn dood niet helemaal opgelost. De opvolging van de keizer, en de (nieuwe) rol van de senaat. Dat leidde na de dood van een keizer altijd tot gedoe. Tot moord en burgeroorlogen aan toe. Het uitmoorden van troonpretendenten speelde ook reeds een belangrijke rol in het stichtingsverhaal van Rome wanneer Romulus zijn broer Remus vermoord. Toch heeft het model wel vele eeuwen succesvol gewerkt.
De bestuurlijke elite heeft nooit uit meer dan 200 bestuurders bestaan. Deze zeer kleine groep werd samengesteld uit de Romeinse elite plus paar 1000 slaven. Zij regeerden samen met de keizer een rijk van 50 miljoen inwoners… hoe was dat in vredesnaam mogelijk? Beard geeft drie verklaringen. Het leger in grenssteden werd ook ingezet voor administratieve taken en het managen van het rijk.
Aan de grens, waar dit leger lag, ontstonden steden. Een nieuw concept in grote delen van het rijk. Met name in onze streken. Dat netwerk van steden werd de basis voor bestuur. Er ontstond een lokale elite die taken voor Romeinse bestuur deed zoals belasting innen. Deze lokale elite werkte voor Romeinen en had het Romeins burgerschap.
Als laatste element verstonden de Romeinen de kunst van het assimileren. Lokale gebruiken, goden en culturen werden naadloos ingepast in het Romeinse systeem. Er ontstonden vele lokale varianten. Buitenlandse Romeinse burgers uit alle hoeken van het rijk konden ook senator of zelfs keizer worden.
Beard eindigt het boek wanneer iedereen in het Romeinse rijk automatisch het Romeins staatsburgerschap krijgt. Het gesprek tussen senatoren en volk is daarmee klaar. Men is allemaal gelijk(gesteld) onder keizer Caracella!