Advertentie

In de (non-)alcoholische roman ‘Tonic’ leert de lezer Arthur Poolman kennen; een gemiddelde man van begin 30, populair docent op de middelbare school en verslaafd aan alcohol. Het alcoholisme is voor de buitenwereld niet nadrukkelijk aanwezig, maar op sluipende wijze richt hij desastreuze gevolgen aan in het leven van Arthur. De alcohol krijgt hem steeds meer in z’n greep en is op den duur nog het enige dat telt. Drank voor alles en alles voor drank.

De roman vertelt in niet-chronologische volgorde over Arthurs verslaving. Het is een wirwar aan verhalen uit het verleden en het heden; het pad richting de afgrond van zijn verslaving tot aan het afkickproces. De schichtige manier van vertellen en de van de hak-op-de-tak springende zijsporen, maken het soms lastig om Arthur in zijn proces goed te kunnen blijven volgen. Tegelijk geeft dat juist een pure, rauwe indruk van een man met een ernstige verslaving. Er zit geen structuur in het leven van de verslaafde Arthur en dus ook niet in zijn epistel.

Met ‘Tonic’ wordt het alcoholistische verhaal van een ‘gewone man’ bijzonder intiem blootgesteld aan de buitenwereld. Dat brengt het boek angstaanjagend dichtbij je eigen referentiekaders. De auteur legt zijn hoofdpersoon onder de microscoop en toont geen mededogen op de zwakste momenten. Arthur wordt voor de ogen van de lezer compleet door het slijk gehaald. Gaandeweg het proces krijgt Arthur meer zelfinzicht over het hoe en waarom en langzaamaan leert ook de lezer zijn keuzes – of beter gezegd: zijn desastreuze onmacht – beter te bevatten. Het biedt geen openbaring die je anders doet kijken naar de flessen wijn in de schappen van de supermarkt, maar je leert wel op rauwe wijze te begrijpen dat alcohol een sluipschieter is die elk moment kan toeslaan, bij wie dan ook.

Reacties op: Tonic: het pad richting de afgrond van een verslaving tot aan het afkickproces