Lezersrecensie
Thriller vol humor
Een moeder weet intuïtief dat er iets mis is met haar dochter als zij een gerucht opvangt van een gevonden dode vrouw in het bos. Haar gruwelijke wonden lijken door een hond te zijn aangebracht. In Wees niet bang van de Engelse schrijver Alex Smith is dat het begin van een complexe zaak. Als er een tweede slachtoffer wordt gevonden met dezelfde wonden, lopen de gemoederen hoog en doet een legende de ronde over een spookhond. Rechercheur Robert Kett opent een verbeten jacht op een seriemoordenaar.
Alex Smith schreef zijn eerste verhaal op zijn zesde. Hij begon zijn schrijverscarrière met horror‑ en jeugdboeken, onder de naam Alexander Gordon Smith, zijn echte naam. Wees niet bang speelt zich af een paar weken na Doe niet open, het eerste deel in de Robert Kett-serie. Het is aan te raden de boeken op volgorde te lezen, vanwege de ontwikkeling die Kett doormaakt.
Verdwenen vrouw
Kett is nog herstellende van verwondingen, maar gaat weer aan het werk als de vermoorde vrouw gevonden wordt. De zaak raakt aan zijn trauma over zijn verdwenen vrouw. Zijn depressie probeert hij af te schudden door zich volop in de strijd te gooien. Hij hoeft maar een spoor te ruiken en hij volgt het, soms met gevaar voor eigen leven.
“De zwarte hond die zijn depressie was zat nog steeds in hem te grommen, en in deze koude en vochtige omgeving bonsde de pijn als een hamer op een aambeeld door zijn schouder.”
Destructief
Het is genieten met dit soort frases, die goed de stemming weergeven van de destructieve Kett, die zich soms geen raad weet met zijn drie kleine kinderen. Collega’s die bijspringen zorgen voor een lichtpuntje in alle duisternis. Zijn collega Savage is meerdere malen zijn reddende engel in gevaarlijke situaties.
Teen in zijn neus
In deze geruchtmakende zaak loopt hij opnieuw verwondingen op, maar die houden hem niet tegen. Geloofwaardig is anders, maar de spanning, de herkenbaarheid en de humor maken veel goed. Bijvoorbeeld als Ketts drukke kinderen hem wakker maken door een teen in zijn neus te steken.
Wees niet bang is vergeven van de humor en grappige metaforen. Het wemelt van de plagerijtjes tussen de collega’s, zoals het Ketts verwijten over slechte thee die zijn collega’s hem voorzetten. Een goede tegenhanger voor de duistere kant van het verhaal.
Het plot is goed opgebouwd, vol emotionele diepgang. Lang blijft in het ongewisse wie de dader is van de bestiale moorden. Onverwachte plotwendingen verhogen de spanning, met tegen het einde een tandje extra voor een bijzondere, sterke ontknoping. Een vreemde zaak, waarin het antwoord vlak voor Ketts neus ligt terwijl iedereen op zijn tandvlees loopt.
Graag gelezen voor de Boekenkrant.
Alex Smith schreef zijn eerste verhaal op zijn zesde. Hij begon zijn schrijverscarrière met horror‑ en jeugdboeken, onder de naam Alexander Gordon Smith, zijn echte naam. Wees niet bang speelt zich af een paar weken na Doe niet open, het eerste deel in de Robert Kett-serie. Het is aan te raden de boeken op volgorde te lezen, vanwege de ontwikkeling die Kett doormaakt.
Verdwenen vrouw
Kett is nog herstellende van verwondingen, maar gaat weer aan het werk als de vermoorde vrouw gevonden wordt. De zaak raakt aan zijn trauma over zijn verdwenen vrouw. Zijn depressie probeert hij af te schudden door zich volop in de strijd te gooien. Hij hoeft maar een spoor te ruiken en hij volgt het, soms met gevaar voor eigen leven.
“De zwarte hond die zijn depressie was zat nog steeds in hem te grommen, en in deze koude en vochtige omgeving bonsde de pijn als een hamer op een aambeeld door zijn schouder.”
Destructief
Het is genieten met dit soort frases, die goed de stemming weergeven van de destructieve Kett, die zich soms geen raad weet met zijn drie kleine kinderen. Collega’s die bijspringen zorgen voor een lichtpuntje in alle duisternis. Zijn collega Savage is meerdere malen zijn reddende engel in gevaarlijke situaties.
Teen in zijn neus
In deze geruchtmakende zaak loopt hij opnieuw verwondingen op, maar die houden hem niet tegen. Geloofwaardig is anders, maar de spanning, de herkenbaarheid en de humor maken veel goed. Bijvoorbeeld als Ketts drukke kinderen hem wakker maken door een teen in zijn neus te steken.
Wees niet bang is vergeven van de humor en grappige metaforen. Het wemelt van de plagerijtjes tussen de collega’s, zoals het Ketts verwijten over slechte thee die zijn collega’s hem voorzetten. Een goede tegenhanger voor de duistere kant van het verhaal.
Het plot is goed opgebouwd, vol emotionele diepgang. Lang blijft in het ongewisse wie de dader is van de bestiale moorden. Onverwachte plotwendingen verhogen de spanning, met tegen het einde een tandje extra voor een bijzondere, sterke ontknoping. Een vreemde zaak, waarin het antwoord vlak voor Ketts neus ligt terwijl iedereen op zijn tandvlees loopt.
Graag gelezen voor de Boekenkrant.
1
Reageer op deze recensie
