Advertentie

“Het moet gaan over Europa, de Europese identiteit, die verstrikt is in het verleden, en over de uitverkoop van dat verleden op een geglobaliseerde markt bij gebrek aan geloofwaardige alternatieven. Het moet een liefdesverklaring worden aan Europa vanwege wat het ooit was… Het wordt een triest boek over het einde van een cultuur.”

Deze roman gaat over een schrijver die over zijn verloren liefde schrijft en die nadenkt over thema’s zoals massatoerisme, immigratie, kunst en de Europese identiteit; thema’s die hij wil gebruiken voor zijn nieuwe boek. Pfeijffer heeft het personage van de schrijver in zijn boek de naam Ilja Leonard Pfeijffer gegeven. Daarmee beweegt hij zich op het grensvlak tussen feit en fictie en maakt hij zijn boek persoonlijk. Grappig is dat de lezer het geschreven boek van de ik-figuur in handen lijkt te hebben.

De schrijver bevindt zich in Grand Hotel Europa om orde te scheppen in zijn eigen recente verleden en schrijft over zijn verloren liefde: Clio. Clio is kunsthistorica met wie hij naar Venetië is verhuisd. De passie die hij voor haar voelt, is voelbaar voor de lezer. Hij heeft haar beloofd pas over haar te schrijven als hun relatie niet goed mocht aflopen.

“’Mooie verhalen lopen nooit goed af,’ zei ik. ‘Dus we zitten altijd goed. Ofwel we maken een mooi verhaal, ofwel we leven nog lang en gelukkig.’ ‘In het eerste geval wil ik dat jij het opschrijft, en niemand anders.’ ‘Ik beloof je dat ik pas over je zal schrijven wanneer ik je tragisch betreur.’ Dat zei ik en daaraan heb ik mij gehouden.”

Clio heeft de naam van één van de muzen gekregen. Haar naam betekent niet voor niets ‘herinnering’. Ze is gepromoveerd op het werk van de schilder Caravaggio en leeft in de geschiedenis van de oude meesters. De gelukkigste periode die de schrijver met haar heeft, is wanneer zij samen op zoek gaan naar het laatste, verdwenen schilderij van Maria Magdalena van Caravaggio tijdens een Dan Brown-achtige speurtocht.

Het hotel is afgebladderd en in verval geraakt. Het is een dramatisch, nostalgisch beeld van vergane glorie, waar je de schimmen van het verleden doorheen ziet schemeren: ooit bevolkte de elite Grand Hotel Europa. Het hotel is een metafoor voor Europa dat de wereld alleen nog zijn verleden te bieden heeft.

“De liefde van mijn leven leeft in mijn verleden.” (…) “Ik wil niet net als het hotel waar ik verblijf en het continent waarnaar het is vernoemd tot de conclusie komen dat de beste tijd achter mij ligt en dat ik van de toekomst weinig meer te verwachten heb dan teren op mijn verleden.”

Het hotel heeft een aantal vaste gasten waar Pfeijffer bijzondere personages van heeft gemaakt. Abdul, de piccolo, is als vluchteling naar Europa gekomen en wil als enige niet blijven hangen in het verleden. Hij wil zich richten op de toekomst. Abdul vertelt wat hij heeft meegemaakt in de mooie woorden van Vergilius in de Aeneas. Hiermee maakt hij duidelijk dat zijn verhaal een verhaal van alle tijden is. Pfeijffer denkt dat immigratie wel eens de redding van het vergrijsde Europa zou kunnen zijn.

De globalisering heeft een grote toeristenstroom op gang gebracht. Een stad als Venetië wordt overspoeld door toeristen. Clio geeft de ik-figuur het idee om een boek over massatoerisme te schrijven. Het toerisme heeft van Venetië een onleefbare stad gemaakt. De stad heeft niet anders meer te bieden dan zijn verleden. De schilder Boldini liet aan het einde van de negentiende eeuw al zien hoe hij de toekomst van Venetië zag door het stadsgezicht bijna onzichtbaar te maken door een grote zwarte wolk uit een schoorsteen van een schip te laten komen waardoor het idyllische stadsgezicht onzichtbaar werd.

“Hier in Venetië zag Boldini al meer dan honderd jaar geleden de tragiek van de fragiele stad die drijft op haar historie en die de confrontatie met de moderne tijd niet aan kan. De stad zal het verliezen van de tijd die komt. Dat schildert Boldini.”

Tegelijkertijd is het toerisme het enige dat Europa nog te bieden heeft. Europa is een recreatiegebied voor de rest van de wereld geworden.

Pfeijffer beschrijft op een koddige wijze de verschillende typen toeristen die zichzelf liever reizigers noemen en vaak op zoek zijn naar de ultieme authentieke ervaringen. Zij beschouwen de lokale misère als een exotische attractie.

“Toeristen zijn altijd de anderen. Wij reizen. Wij kiezen onze bestemmingen met zorg uit op het ontbreken van toeristen en omdat die plekken niet bestaan en toeristen onmogelijk te vermijden zijn, laten we een groot deel van onze vakantie verpesten door onze ergernis aan hun gedrag.”

“Toeristen doen alles om buiten het bereik te geraken van andere toeristen, omdat de aanwezigheid van andere hunkeraars naar authenticiteit elke illusie van authenticiteit doen spatten als een zeepbel.”

Pfeijffer heeft het schrijven tot kunst verheven. Elke zin is raak, bevat bloemrijke taal en de humor ontbreekt niet. Het boek bevat grootse thema’s maar is gemakkelijk te lezen. Pfeijffer zet de lezer aan het denken. De auteur voelt zich na zijn verhuizing naar Genua meer Europeaan dan Nederlander of Italiaan en mede daardoor heeft hij dit boek over Europa kunnen schrijven. Grand Hotel Europa is een meesterwerk en ik durf nu al te zeggen: één van mijn mooiste gelezen boeken in 2019.

Reacties op: Meesterwerk!

1997
Grand Hotel Europa - Ilja Leonard Pfeijffer
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners