Lezersrecensie
Onwaarschijnlijk maar waargebeurd
“In families zoals Brederode was het schaken met bezit, posities en privileges tot levenskunst verheven.”
Als je meer wil weten over het leven van met name de adel eind 14e begin 15e eeuw dan is dit boek zeker een aanrader. Een reconstructie van het onwaarschijnlijke maar waargebeurde verhaal van Jan van Brederode (ca. 1372 tot 25 oktober 1415). De 7e heer van Brederode. Je moet wel eerst door 40 pagina’s voorgeschiedenis met veel namen voordat Jan ter wereld komt in kasteel Santpoort. Het boek is niet altijd even makkelijk te lezen mede doordat het soms wel erg academisch en feitelijk is. Van Oostrom is zich daarvan bewust:
“[…] wat wij wel het meeste missen, bij alle feitenkennis over onze personages: hun beleving. Hun levensloop laat zich betrouwbaar achterhalen, maar naar hun innerlijke leven blijft het gissen. Wie zoiets onverteerbaar vindt, kan overigens de Middeleeuwen beter mijden. Dit is nu eenmaal de wolk van niet-weten die haar schaduw werpt over vrijwel alle mediëvistiek: de intieme dimensie komt nagenoeg altijd te kort.”
Aan het eind van het boek, in het hoofdstuk Feit en Fictie, geeft hij een in een pagina een voorzet voor een non-fictie roman over Jan van Brederode. Erg aardig gedaan. Per Olov Enquist (of Hella Haase zoals hij zelf in een interview suggereerde) had er wel wat moois van kunnen maken!
Het nawoord is verdeeld over 2 hoofdstukken, Feit en Fictie en Nageschiedenis, en beslaan zo’n 100 pagina’s! Leuk misschien voor vakgenoten en studenten. Maar wat mij betreft had dat wel wat korter gekund. Bijvoorbeeld die 6 pagina’s over de vijfjaarlijkse maskerade in Leiden in 1900 kunnen er zo uit.
Nog een opmerkelijk citaat dat gaat over Willem, de broer van Jan:
“Het huwelijk tussen Willem en Margriet, gesloten in gemeenschap van goederen, betekende voor Brederode dringend gewenste uitbreiding van bezit en allerhande nieuwe inkomsten […]. En natuurlijk zag men van weerskanten uit naar vitaal nakomelingschap. Op perkament zag het huwelijk er met dit alles evenwichtig uit. Met dien verstande dat Margriet in de oorkonde zoals gebruikelijk jonckfrouwe heet, maar dat uit andere bronnen vaststaat dat zij ten tijde van de huwelijkssluiting hoogstens drie jaar oud kan zijn geweest. Haar echtgenoot was omstreeks drieëntwintig: het moest zelfs voor middeleeuwse begrippen een ongemakkelijke ceremonie zijn geweest voor het altaar. Dat dit huwelijk nog vele jaren kinderloos zou blijven, werd blijkbaar ingecalculeerd.”
Vooruit nog een, omdat deze net zo bizar is. Over Walraven, een andere broer van Jan:
“[…] Walraven ontpopte zich tot steunpilaar van zowel Willem VI als Jacoba van Beieren. Hij was eervol getuige toen op 1 augustus 1417 te Biervliet in Zeeuws-Vlaanderen de huwelijkse voorwaarden werden bezegeld tussen Jacoba van Beieren, gravin van Henegouwen, Holland en Zeeland (en nog veel meer), en Jan IV, hertog van Brabant en Limburg (en nog veel meer). Jacoba was zestien, en reeds weduwe van Jan van Touraine, Jan IV was veertien. De dispensatie van de paus stond weliswaar nog uit - de verloofden waren volle neef en nicht - maar die zou stellig komen. Dat was tenslotte ook gelukt bij Jacoba en Jan van Touraine, eveneens haar volle neef.” (Jan overleed in april 1417 op achttienjarige leeftijd. Zij verloofden zich toen Jan zeven was en Jacoba vier!)
PS. Met betrekking tot de titel. In vroeger woordgebruik was nobel een aanduiding voor iemand van aanzienlijke afkomst. Het is echter tevens een munteenheid in die tijd, en daarmee wordt regelmatig eens afgerekend in dit boek.
Als je meer wil weten over het leven van met name de adel eind 14e begin 15e eeuw dan is dit boek zeker een aanrader. Een reconstructie van het onwaarschijnlijke maar waargebeurde verhaal van Jan van Brederode (ca. 1372 tot 25 oktober 1415). De 7e heer van Brederode. Je moet wel eerst door 40 pagina’s voorgeschiedenis met veel namen voordat Jan ter wereld komt in kasteel Santpoort. Het boek is niet altijd even makkelijk te lezen mede doordat het soms wel erg academisch en feitelijk is. Van Oostrom is zich daarvan bewust:
“[…] wat wij wel het meeste missen, bij alle feitenkennis over onze personages: hun beleving. Hun levensloop laat zich betrouwbaar achterhalen, maar naar hun innerlijke leven blijft het gissen. Wie zoiets onverteerbaar vindt, kan overigens de Middeleeuwen beter mijden. Dit is nu eenmaal de wolk van niet-weten die haar schaduw werpt over vrijwel alle mediëvistiek: de intieme dimensie komt nagenoeg altijd te kort.”
Aan het eind van het boek, in het hoofdstuk Feit en Fictie, geeft hij een in een pagina een voorzet voor een non-fictie roman over Jan van Brederode. Erg aardig gedaan. Per Olov Enquist (of Hella Haase zoals hij zelf in een interview suggereerde) had er wel wat moois van kunnen maken!
Het nawoord is verdeeld over 2 hoofdstukken, Feit en Fictie en Nageschiedenis, en beslaan zo’n 100 pagina’s! Leuk misschien voor vakgenoten en studenten. Maar wat mij betreft had dat wel wat korter gekund. Bijvoorbeeld die 6 pagina’s over de vijfjaarlijkse maskerade in Leiden in 1900 kunnen er zo uit.
Nog een opmerkelijk citaat dat gaat over Willem, de broer van Jan:
“Het huwelijk tussen Willem en Margriet, gesloten in gemeenschap van goederen, betekende voor Brederode dringend gewenste uitbreiding van bezit en allerhande nieuwe inkomsten […]. En natuurlijk zag men van weerskanten uit naar vitaal nakomelingschap. Op perkament zag het huwelijk er met dit alles evenwichtig uit. Met dien verstande dat Margriet in de oorkonde zoals gebruikelijk jonckfrouwe heet, maar dat uit andere bronnen vaststaat dat zij ten tijde van de huwelijkssluiting hoogstens drie jaar oud kan zijn geweest. Haar echtgenoot was omstreeks drieëntwintig: het moest zelfs voor middeleeuwse begrippen een ongemakkelijke ceremonie zijn geweest voor het altaar. Dat dit huwelijk nog vele jaren kinderloos zou blijven, werd blijkbaar ingecalculeerd.”
Vooruit nog een, omdat deze net zo bizar is. Over Walraven, een andere broer van Jan:
“[…] Walraven ontpopte zich tot steunpilaar van zowel Willem VI als Jacoba van Beieren. Hij was eervol getuige toen op 1 augustus 1417 te Biervliet in Zeeuws-Vlaanderen de huwelijkse voorwaarden werden bezegeld tussen Jacoba van Beieren, gravin van Henegouwen, Holland en Zeeland (en nog veel meer), en Jan IV, hertog van Brabant en Limburg (en nog veel meer). Jacoba was zestien, en reeds weduwe van Jan van Touraine, Jan IV was veertien. De dispensatie van de paus stond weliswaar nog uit - de verloofden waren volle neef en nicht - maar die zou stellig komen. Dat was tenslotte ook gelukt bij Jacoba en Jan van Touraine, eveneens haar volle neef.” (Jan overleed in april 1417 op achttienjarige leeftijd. Zij verloofden zich toen Jan zeven was en Jacoba vier!)
PS. Met betrekking tot de titel. In vroeger woordgebruik was nobel een aanduiding voor iemand van aanzienlijke afkomst. Het is echter tevens een munteenheid in die tijd, en daarmee wordt regelmatig eens afgerekend in dit boek.
1
Reageer op deze recensie
