Lezersrecensie

Herinneringen al improviserend


Bampie Bampie
12 mrt 2023

“U komt bonen kopen? Bij mij? U kunt toch zo in elke winkel bonen krijgen. Maar komt u vooral binnen. U bent toch zeker niet bang voor honden? Weest u maar niet bang voor ze. Ze hoeven alleen maar even aan u te ruiken. Als iemand voor het eerst komt, moeten ze gewoon even aan hem ruiken. Dat zou ik niet weten. Dat hebben ze niet van mij. Dat doen ze uit zichzelf. Een hond is even ondoorgrondelijk als een mens. Hebt u een hond? Zou u moeten doen. Van een hond kun je veel leren.”

Zo opent Over het doppen van bonen. En zo vertelt of liever praat de ik-figuur tot de persoon die binnenkomt. De bezoeker komt het hele boek niet aan het woord! Een bijzondere vorm.

“Het bonen doppen was een manier voor boeren om bij elkaar te komen. Buren en familieleden zaten dan samen om de tafel. Iedereen had wel wat te vertellen. Dat doppen zelf ging heel mechanisch, je hoefde er niet bij na te denken. En omdat er geen narratieve constructies bestonden, vertelde iedereen maar zoals het hem of haar voor de mond kwam. Die verhalen hadden kop noch staart. Het ging over de oorlog, de liefde, verraad, dromen, geesten, spookbeelden, de duivel. Als ik als kind meedeed aan dat doppen, kon ik later niet slapen, zoveel verhalen had ik gehoord. Die vertelgeest van dat doppen van bonen is de bron voor al mijn boeken.”

Dit zegt de schrijver in een interview in NRC. En dat vat het verhaal meteen aardig samen: het zijn allemaal herinneringen al improviserend. Herinneringen van voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Korte verhalen zou je kunnen zeggen die enige samenhang vertonen. Waarbij toeval overigens een grote rol speelt. En humor, ondanks de armoede en dramatische gebeurtenissen. Ik heb even getwijfeld of ik het wilde uitlezen. Uiteindelijk volgehouden! De laatste verhalen waren gelukkig erg goed (in de hoedenwinkel en met de dame in het café). 3,5*

Nog een mooi citaat. Als de dronken muziekleraar de ik-figuur adviseert toch vooral niet de saxofoon te gaan spelen maar de viool lezen we:

“’Je hebt een hart voor de viool. Je hebt een ziel voor de viool. Je bent een goede jongen. Je zult God dankzij de viool liever zijn.’
‘Ik weet het niet of God wel naar mij zou willen luisteren,’ ontviel mij.
‘Je moet zo niet praten.’ Hij hield mij in die totale machteloosheid van zijn dronken lichaam tegen. ‘Je moet zo niet denken. Als Hij ergens naar luistert dan is het alleen nog naar de viool. De viool is een goddelijk instrument. Naar woorden luistert Hij niet meer, Hij zou niet kunnen. Er zijn er te veel van. En dat in alle talen. Aan de eeuwigheid zou Hij niet voldoende hebben om alle talen van de wereld aan te horen. En met de viool doet Hij dat in één keer. In de viool zitten alle klanken van alle talen, van alle werelden, van alles en nog wat, van het leven en de dood.’”

Reacties

Meer recensies van Bampie

Boeken van dezelfde auteur