Lezersrecensie
Familieverhaal meets wetenschap in deze roman
Een slagersfamilie op het Franse platteland wordt in de jaren tachtig op brute wijze geconfronteerd met een nieuwe ziekte: aids. Désiré, de oudste zoon en trots van de familie, valt tijdens een bezoek aan Amsterdam ten prooi aan heroïne. Hij raakt besmet door het delen van naalden. De familie zwijgt over de ziekte. Schaamte en verdriet overheersen.
In ‘De slapende kinderen’ lees je afwisselend een hoofdstuk over het verhaal van Désiré en zijn familie, en over de wetenschappelijke ontwikkelingen.
Het is verbluffend om te lezen over hoe aids een hele tijd door bijna niemand serieus werd genomen. Aids wordt lang gezien als een ziekte die enkel “homofielen, heroïneverslaafden, hemofiliepatiënten en Haïtianen” treft. Bewijzen van het tegendeel worden aanvankelijk terzijde geschoven. De zoektocht naar de ziekteverwekker duurt lang, ook een test om deze op te sporen en een behandeling voor de ziekte worden niet meteen gevonden. Het is vreselijk om nu, achteraf, te beseffen hoeveel jaren en levens verloren zijn gegaan doordat lange tijd zo weinig mensen zich bezighielden met deze nieuwe ziekte, en hoe hopeloos en machteloos velen zich gevoeld moeten hebben.
Ook het familieverhaal is verbluffend. Van Désiré werd als oudste zoon verwacht dat hij de slagerij zou overnemen. Net als vele leeftijdsgenoten wil hij het anders doen dan zijn ouders en verveelt hij zich in het dorp. Het maakt dat hij samen met zijn vrienden met drugs in aanraking komt, met alle gevolgen vandien. De familieleden praten er niet over: niet met elkaar en zeker niet met de buitenwereld. De ziekte wordt niet bij naam genoemd.
Hoewel de auteur een schrijnend verhaal schetst, bleef het naar mijn gevoel wat op afstand. Misschien kwam dat door de afwisseling tussen het verhaal en de wetenschap, misschien doordat de auteur over een derde persoon schrijft. Ik kan wel zeggen dat de titel prachtig gekozen is.