Lezersrecensie
James Joyce - Dubliners
Leesjaar 1 oktober 2021
James Joyce – Dubliners
Oxford University Press (New York) 2000
James Joyce leurde bijna tien jaar met zijn Dubliners. Hij wilde geen concessies doen wat betreft straatnamen, namen van pubs en koning Edward VII. Dublin en de inwoners zoals ze zijn, dat wilde hij in zijn korte verhalen kwijt. Uiteindelijk werd het in 1914 gepubliceerd. Het boek staat al geruime tijd op mijn iPad, ik heb het steeds overgeslagen. Joyce, daar moet je wel even tijd voor maken is mijn ervaring.
Je stapt bij de Dubliners binnen, zit als een vlieg op de muur en vliegt ze op straat achterna. Joyce laat je dicht op hun huid zitten. De jeugdige Dubliners uit de eerste drie verhalen verliezen een priester, spijbelen een dagje op zoek naar avontuur of willen naar een bazaar. De jongvolwassenen in de volgende vier verhalen willen met hun matroos naar Buenos Aires, racen in hun auto’s door Inchicore, versieren een vrouw om haar te laten stelen van hun werkgever of knopen een affaire aan met een huurder in een pension. In de volgende verhalen heeft de volwassenheid in al zijn facetten toegeslagen. Zo lijkt het leven van een oude vriend onder het genot van een pint een stuk succesvoller, behandelt een vader zijn zoon zoals zijn baas dat op het werk doet, speelt een oudere vrouw bij het gezin van de man die ze vroeger heeft helpen opvoeden een spelletje tijdens een halloweenfeest en trekt weer geen ring en leest een bankbediende dat de vrouw met wie hij jaren geleden een affaire had een aanrijding met een trein niet heeft overleefd. De drie verhalen daarna gaan over het openbare leven, waar het gaat tussen de Britse koning Edward VII en Charles Stewart Parnell, de nationalistische eigenlijke koning van Ierland, de stuwende rol van een moeder bij de pianoconcerten van haar dochter en een interventie, waarbij een alcoholist door zijn vrienden richting een Jezuïetenklooster wordt geduwd. Het laatste verhaal is een stuk langer dan de voorgaande verhalen en past niet binnen de eerdere afbakeningen. Het gaat over relaties, liefde, verlies en de Ierse identiteit, gecentreerd rond een feest en het lied The Lass of Aughrim.
Verweven door de verhalen spelen thema’s als Iers nationalisme, wat het betekent om Iers te zijn en de rol van de Katholieke kerk (in elk verhaal duikt wel ergens een priester op). Het is vaak subtiel gedaan, Joyce laat veel aan de interpretatie van de lezer over.
Terecht of onterecht ongelezen?
De vijftien korte verhalen zijn na ruim een eeuw nog goed leesbaar. Tegenwoordig zou er wel ergens een smartphone, internet date of andere moderne verworvenheid in zulke verhalen rondslingeren. Je mist ze totaal niet. Enige kennis van de Ierse (politieke) geschiedenis is aan te raden, dat is namelijk een belangrijke laag die onder de verhalen speelt. Het broeiende nationalisme en de helden die daarbij horen, die de Britten het liefst met kop en kont het land uit zouden keilen. De uitgebreide introductie van Jeri Johnson helpt bij het begrijpen van deze onderliggende thema’s, die door Joyce bij de lezer als bekend worden veronderstelt en dus niet worden uitgewerkt.
Al lezende, met de introductie in het achterhoofd, bleef ik me wel afvragen welke boodschappen ik allemaal miste. Je kunt deze verhalen dan wel lezen en ervan genieten zonder alle thema’s onder de tekst te doorgronden, want daar zijn ze goed genoeg voor geschreven, maar er knaagt toch iets in het leesgeweten. Wat dat betreft is het een boek waar meer moois uit te mijnen valt. Dat noopt dus tot nogmaals lezen, met de introductie en de verklarende noten bij de hand. Het is geen straf.
Mooiste zin
He picked his way deftly through all that minute vermin-like life under the shadow of the gaunt spectral mansions in which the old nobility of Dublin had roistered.