Lezersrecensie
Arthur Schopenhauer - De Vrijheid van de Wil
Leesjaar 26 november 2021
Arthur Schopenhauer – De Vrijheid van de Wil
Wereldbibliotheek (Amsterdam) 2007
Toen de Noorse Academie van Wetenschappen in 1839 een prijsvraag uitschreef om antwoord te krijgen op de vraag of de vrijheid van de menselijke wil uit het zelfbewustzijn kan worden bewezen, dacht de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer dat varkentje wel even te wassen. Terecht, want hij won. Zijn prijswinnend essay stond al enige tijd in mijn kast, tussen Plato en Nietzsche, ik wilde het nu pas lezen.
Schopenhauer begint met het definiëren van vrijheid, die hij onderverdeelt in fysieke, intellectuele en morele vrijheid. Al snel komt hij tot een negatief antwoord op de vraag van de Noorse Academie. Hij stelt dat je vanuit het zelfbewustzijn wel kunt zeggen dat je kunt doen wat je wilt, het conflicteert echter met het bewustzijn van andere dingen (het kenvermogen). De mens wordt bepaalt door zijn onveranderlijke karakter, daaruit groeit de wil, die geketend is aan het karakter en alleen vrijheid kan genieten buiten de verschijning.
Dat er wat schouders zijn die Schopenhauer hebben geholpen om op te klimmen tot zijn conclusie, toont hij in het hoofdstuk over zijn voorgangers. Van Aristoteles via kerkvader Augustinus, Luther, Plato, Spinoza, Kant, Hume naar Voltaire beschrijft hij de ontwikkeling van het denken over de vrijheid van de wil en het fundament onder zijn eigen ideeën. Een vrije wil bood christelijke denkers en theologen een uitweg uit het probleem dat God ook de wandaden van zijn schepsels zou wensen.
Zo concludeert Schopenhauer, nadat hij alle opvattingen heeft gewogen, geroken en geproefd, dat de echte vrijheid zich in hogere regionen bevindt, transcendentaal is. Hij is er wel, maar je kunt hem niet aantoonbaar vinden. De vrijheid, die we onszelf vaak toedichten, om op enig moment in ons leven van alles te willen wat we willen, is niet ruimer dan één ding en niets anders dan dat ene ding.
Terecht of onterecht ongelezen?
Ik heb ook wel eens dagen dat ik denk de vrijheid te hebben om allerlei keuzes te maken, van alles te kunnen. Er komt in de praktijk weinig van. Schopenhauer noemt het voorbeeld van de poort uitlopen en de wijde wereld in trekken. Dat beeld heb ik ook wel eens, gewoon alles achter me laten en gaan waar de wind me brengt. Er staan niet alleen praktische bezwaren in de weg. Er is een arbeidsovereenkomst, omdat er een hypotheek afgelost moet worden. Rekeningen moeten betaald worden, omdat ik me via contracten heb gebonden aan derde partijen. Om nog maar te zwijgen van de relaties met familie, vrienden en kennissen, die er op rekenen dat ik op gezette tijden in hun midden verschijn. Daarnaast ben ik te zeer gehecht aan de plaats waar ik nu vertoef en te weinig praktisch ingesteld om alles zo maar te laten voor wat het is. Ik weet dat ik mezelf met mijn gedachten voor het lapje houd.
Dit essay over de onvrijheid van de wil geeft stof tot nadenken. Dat de vrijheid van de wil er niet is voor de zelfbewuste mens is te bevatten, maar dat de vrijheid zich ergens in een transcendentale schemerwereld heeft ingegraven is lastig te doorgronden. De schrijfstijl is helder, er sluipt hier en daar zelfs wat humor binnen. De conclusie dat de vrije wil niet bestaat wordt al vroeg in het boek getrokken en in de rest van het essay verder uitgewerkt, via zijn voorgangers laat Schopenhauer zien hoe het denken over de vrije wil zich door de eeuwen heeft ontwikkeld. Nuttig om te begrijpen waar hij zich op baseert.
Zeker in tijden als deze, waarin vrijheid op allerlei manieren wordt ingeperkt, is het goed om je eens in dit onderwerp te verdiepen en er verder over na te denken. Dit boek is echter geen pageturner om op je nachtkastje te leggen. Het moet even bezinken.
Mooiste zin:
Aangezien nu eenmaal alles wat gebeurt, het grote zowel als het kleine, strikt noodzakelijk tot stand komt, is het volstrekt vruchteloos erover te peinzen hoe onbeduidend en toevallig de oorzaken waren, die een bepaalde gebeurtenis in het leven hebben geroepen, en hoe gemakkelijk deze oorzaken anders hadden kunnen uitvallen.