Lezersrecensie
Billie Holiday and William Dufty – Lady Sings the Blues
Leesjaar 2 juli 2021
Billie Holiday met William Dufty – Lady Sings the Blues
Harlem Moon (New York) 2006
Het fragment uit de CBS special The Sound of Jazz uit 1957, waar Billie Holiday met een ensemble aan grootheden uit de jazz Fine and Mellow zingt, moet mijn kennismaking geweest zijn met Billie Holiday. Ik zag het lang geleden in een uitzending van Zomergasten. Een hard leven is op haar gezicht te lezen, in de glimlach die af en toe doorbreekt zit alle liefde die de muziek haar heeft gegeven en alle liefde die zij de muziek heeft gegeven.
Over dat harde leven heeft ze zelf, met behulp van ghostwriter William Dufty, Lady Sings the Blues geschreven. Geboren als kind van kinderen, haar moeder is pas dertien jaar en haar vader vijftien en opgegroeid bij een tante, die haar met harde hand opvoed en stelselmatig achterstelt bij haar eigen kinderen, het is de opmaat voor een goed blueslied. Veel scholing is er niet bij, er moet geld verdiend worden en leren kan op straat wel. Schoonmaken en het verkopen van haar lichaam levert een karig loon op. Er zat nog geen muziek in.
Haar jeugd sleept zich voort van goedkoop appartement, naar gevangenis en internaat. De littekens worden steeds talrijker. Zeven sloten later zingt ze eens een liedje in een nachtclub en start haar carrière langzaam op. Zoals bij alle verhalen van de zwarte artiesten uit de vroege jaren van de jazz, speelt ook hier Jim Crow een grote rol. Amerika is gesegregeerd tot op het bot. Zwarte artiesten spelen in hun eigen circuit, mogen best voor een blank publiek spelen, maar moeten dan wel via de achterdeur naar binnen. Billie mag er niet eten in het restaurant, maar krijgt wat eten door de deur van de kleedkamer geschoven. Ze moet haar gezicht zelfs een keer wat donkerder schminken, omdat de band waarmee ze speelt zwarter is dan zij. Een hotelkamer is geen vanzelfsprekendheid, meestal worden de zwarte artiesten ergens buiten de stad in een motel weggestopt. Er zijn maar een paar rijke blanke mannen die zich niets van dit alles aantrekken en Billie ongeacht segregatie haar gang laat gaan. Het zijn helaas uitzonderingen, die vaak ook weer tegen grenzen aanlopen.
Aan foute mannen is er in het leven van Billie ook geen gebrek. Managers die haar bestelen of haar hele leven overnemen, echtgenoten die al snel weer de deur uit zijn, ze zijn er vooral om te genieten van het geld dat de zangeres in het laatje brengt. Ze is vrij openhartig over drugsgebruik en de problemen die ze daardoor met justitie heeft. Het achterste van haar tong laat ze niet zien. Wat drugs en drank hebben aangericht hoor en zie je terug in The Sound of Jazz, maar ook op haar laatste platen. Haar stem is danig aangetast als ze zich door I’m A Fool To Want You worstelt.
Ze is enthousiast over de Europese tournee, die haar in 1954 onder andere naar Nederland brengt. Over haar Nederlandse concerten schrijft ze niets en haar enthousiasme gaat vooral over de medische voorzieningen, waarbij je via de artsen makkelijk aan medicijnen kunt komen. In het krantenarchief Delpher zijn een aantal recensies te vinden van de concerten die onder de naam Jazz Club U.S.A. plaatsvonden. Erg lovend zijn ze niet over de negerzangeres, zoals ze steevast wordt beschreven. Het waren andere tijden, ook hier. Ze klaagde tegen journalisten over de tournee en het vele reizen, was duidelijk onder invloed van drugs en kwam wat instabiel over. Marihuana, aldus een van de muzikanten, maar daardoor was de show volgens hem ook goed. Tijdens Strange Fruit, een nummer waarvan het thema geen aanleiding geeft tot lachen, werd in het Amsterdamse Concertgebouw kennelijk door het publiek gelachen, Billie stopte met zingen en liep van het podium af. Haar stem was bijna volledig weg, waardoor ze in sommige kanten al werd afgeschreven. Volgens de overlevering was ze flink te laat voor het concert in De Waakzaamheid in Koog aan de Zaan. Ze had in Amsterdam een taxi naar het Concertgebouw genomen, daar wisten ze uiteraard niets van een jazzconcert. Het duurde even voordat ze op de juiste locatie was. Over deze avonturen is helaas dus niets terug te vinden in Lady Sings the Blues. Het zijn misschien ook niet de beste herinneringen die ze had aan deze tournee.
Terecht of onterecht ongelezen?
Het boek leest alsof je bij Billie Holiday aan de eettafel zit. Daar heeft ze het destijds waarschijnlijk ook aan de ghostwriter verteld. Het zijn haar eigen woorden uit andermans pen. Je krijgt hierdoor het gevoel een authentiek verhaal te lezen. De ghostwriter heeft zijn eigen stem goed naar de achtergrond gedrongen. Natuurlijk is dit niet het complete verhaal of het enige ware verhaal. Het is het verhaal dat Billie wilde vertellen. Uiteraard geeft ze ruiterlijk toe dat ze problemen heeft met drugs, dat werd destijds ook breed uitgemeten in de pers. Ze mocht zelfs lange tijd niet zonder vergunning werken in plaatsen waar alcohol werd geschonken. De ernst van haar verslavingen blijft aan de oppervlakte, ze geeft weg wat ze weg wil geven.
De vrouw achter de muziek wordt zo een stukje zichtbaar. De ellendige jeugd, een verkrachting en de tijd in de gevangenis en het jeugdinternaat, ze hebben er flink ingehakt. Het blijkt de opmaat voor een carrière, waar ze alle ellende van zich af kan zingen. Al pogen haar beste vrienden, drank en drugs, steeds de overhand te krijgen, waardoor er talloze pieken en dalen zijn. Steeds als haar leven weer op de rails is, komt er wel weer een foute kerel voorbij die haar met alle liefde weer het ongeluk in kiepert. Het passeert in rap tempo in de korte hoofdstukken die zijn genoemd naar haar liedjes.
De toegevoegde waarde zit voor mij vooral in de manier van schrijven, die dicht bij Holiday blijft. De schrijver heeft zijn best gedaan haar stem zo authentiek mogelijk te laten klinken. Daarnaast blijft het schokkend om te lezen hoe zwarte artiesten hun weg in de gesegregeerde wereld moesten vinden. Zo lang is dat nog niet geleden en onder de oppervlakte sluimert het natuurlijk nog altijd en steeds luidruchtiger. Lady Sings the Blues is een mooie aanvulling op de muziek. Ik zal er zeker nog eens in bladeren.
Mooiste zin
I’m the girl who went West in 1937 with sixteen white cats, Artie Shaw and his Rolls Royce – and the hills were full of white crackers.