Lezersrecensie
Joan Didion - The White Album
Leesjaar 30 juli 2021
Joan Didion – The White Album (uit We Tell Ourselves Stories In Order To Live)
Random House (New York) 2006
Joan Didion is zo’n schrijver die via diverse wegen voorbij zoefde. Haar naam kwam steeds wel weer ergens boven drijven, zo bleef ze aan een haakje in mijn achterhoofd hangen. Ik schafte de verzamelbundel We Tell Ourselves Stories In Order To Live aan. Een mooie titel, ontleend aan de eerste zin uit The White Album, het essay waarmee de bundel met dezelfde titel begint. De bundel omvat vijf delen
Didion sleept haar lezers in het eerste deel, The White Album, mee door het Californië van eind jaren zestig tot eind jaren zeventig. Ze gaat er op in het culturele klimaat. Is een vlieg op de muur bij een opnamesessie van the Doors. Krijgt Janis Joplin over de vloer. Ze bezoekt Linda Kasabian, voormalig lid van de kring rond Charles Manson, in de gevangenis, waar ze zit na de brute moord op Sharon Tate en vier anderen. In de zaak van Black Panther Huey Newton, die gewond is geraakt bij een schietpartij met een agent, die het niet overleefde, ziet ze een voorbeeld van botsing van culturen, waarbij de buitenstaander (Newton) het opneemt tegen de bureaucratische oppermacht van de gevestigde orde (de zuster die de neergeschoten Newton vraagt om zijn lidmaatschapskaart en eerst formulieren ingevuld wil zien, voordat er een dokter kan komen). Al blijkt de soep achteraf niet zo heet, Newton was keurig lid.
In het volgende deel, over de California Republic, komt onder andere evangelist James Pike aan bod. Deze charismatische en controversiële bisschop van California met een rommelig privéleven, stierf in de woestijn van Judea, op zoek naar de historische Jezus. Het onbewoonde landhuis van de gouverneur van Californië, gebouwd voor Ronald Reagan, afgewezen door Jerry Brown staat ondertussen werkloos geld te verslinden, met uitzicht op de American River. Het Getty museum vormt de brug tussen mensen met veel te veel geld en de mensen die hen het minst wantrouwen, een heerlijke omschrijving voor een museum dat kunst overgiet met een Disney-sausje. Dan kun je beter een film over bikers bekijken, daar leer je andere dingen van dan van het lezen van The New York Times.
De vrouwen worden in deel drie vertegenwoordigd door Doris Lessing en Georgia O’Keeffe. Zij konden vast een omelet bakken, wisten een ei te breken en werden voldoende onderdrukt om te snappen wat het betekent om vrouw te zijn om daaruit te destilleren welke vrouw zij zouden zijn. Lessing zag zekerheden uit haar leven verdwijnen, eerst ging het communisme, toen Freud, daarna het Afrika waar ze was opgegroeid. Ze zocht naar een stem waarmee ze de verhouding van vrouwen onderling en die tot mannen probeerde te definiëren, tot ook dat verwaterde tot een beweging, haar aandacht niet waard. O’Keeffe zocht en vond haar eigen pad, niet dat van de mensen die haar vertelden wat en hoe ze iets moest schilderen.
Deel vier van de bundel omvat onder andere uitjes naar Hawaii, Hollywood, Bogota, de Hoover Dam. In Honolulu wordt een in Vietnam gesneuvelde soldaat begraven. Hollywood draait op Monopoly geld in een valse realiteit waar goede deals zover gebracht worden als mogelijk, zolang het leuk blijft, dan blijf je achter met een lege ballon. In Bogota loopt alles jaren achter, schoonheid ligt er verstopt achter bergen en er is een kathedraal gemaakt van zout. Als iedereen is vergaan is de Hoover Dam er nog, energie opwekkend voor een wereld waar niemand meer is.
Het slotstuk On The Morning After The Sixties brengt Didion terug naar haar studententijd in Berkeley in 1953. Ze constateert dat haar generatie veel accepteerde zoals het was. De wereld is per definitie niet perfect, dus waarom zou de universiteit dat wel zijn. Geen reden om op de barricades te springen en te schreeuwen dat alles anders moet. Niet iedereen is die vonk die verandering aanvuurt, de gedachte dat je iets dergelijks voor elkaar zou krijgen is te mooi om waar te zijn. Zo is ze de buitenstaander die de counterculture van de sixties observeert, ze is er nooit zelf onderdeel van geworden.
Tussen de verschillende verhalen door schrijft ze over haar worsteling met migraine, die haar vaak aan bed bindt. Ze neemt ook een psychiatrische evaluatie op, waaruit blijkt dat ze lijdt onder aanvallen van duizeligheid en misselijkheid, daarnaast wordt er multiple sclerose bij haar gediagnosticeerd. Het is een persoonlijk tintje tussen haar observaties.
Terecht of onterecht ongelezen?
Didion schrijft in prachtige zinnen. Haar stem blijft er echter achter verscholen, waardoor het soms leest als een reeks kil aandoende waarnemingen. Er zit weinig gevoel in, de taal ontbeert een kloppend hart. Zelfs in de meest persoonlijke ontboezemingen over haar mentale gezondheidstoestand blijft het relaas feitelijk en afstandelijk.
De onderwerpen lopen uiteen en daardoor zijn niet alle stukken voor mij even interessant. Ze geven wel een aardig tijdsbeeld van Californië in de jaren zestig en zeventig, met op de achtergrond Black Panthers, de moord op Robert Kennedy, de oorlog in Vietnam. Lees je graag, goed geschreven essays over tal van onderwerpen, lees dan The White Album en de andere collecties in We Tell Ourselves Stories In Order To Live. Ben je meer specifiek geïnteresseerd in muziek, kunst of lokale politiek en minder in de Pacific Coast Highway,of Hoover Dam, speur dan naar de essays die daar over gaan. Scan de andere essays wel even, er staan echt pareltjes van zinnen in.
Mooiste zin
I kept wishing that he would talk about himself, hoping to break through the wall of rhetoric, but he seemed to be one of those autodidacts for whom all things specific and personal present themselves as mine fields to be avoided even at the cost of coherence, for whom safety lies in generalization.