Advertentie

De 20 jarige Ton de Bruijn vertrekt in 1943 samen met een vriend naar Zwitserland om via de Nederlandse ambassade in Bern als verzetsstrijder naar Engeland te vertrekken. Helaas worden ze vlak bij de Zwitserse grens gearresteerd. Ze worden overgebracht naar Stuttgart waar ze veroordeeld worden wegens ‘landverraad’ en in april 1944 zouden ze weer op vrije voeten staan.
De Duitsers hadden alle arbeidskracht mogelijk voor de oorlogsindustrie en na vrijlating werden Ton en zijn vriend opgewacht door de Gestapo en op transport gezet naar Dachau. Vandaar uit wordt Ton overgeplaatst via Buchenwald naar buitenkamp Ohrdruf. Meer dood dan levend overleeft Ton de 2e Wereldoorlog.
Terug in Nederland pakt Ton zijn leven weer op. Over de oorlog en over zijn verblijf in het concentratiekamp wordt mondjesmaat gepraat. Hij trouwt met de moeder van Lilian en krijgt bij haar 2 dochters Marlon en Lilian. Na de scheiding van de moeder van Lilian, sticht hij een ander gezin en krijgt hij een zoon en een dochter, dit huwelijk houdt ook geen stand.
Het bedrijf dat hij overgenomen heeft, gaat failliet en gaandeweg wordt duidelijk dat hij steeds meer moeite krijgt zich staande te houden, doordat hij lijdt aan een concentratiekampsyndroom. Als hij psychische hulp krijgt, gaat het een tijdje beter met hem. Deze hulp kan niet voorkomen dat hij steeds meer gaat drinken. Hij raakt verzeild in de Amsterdamse onderwereld. In Spanje komt hij plotseling te overlijden door een hartaanval op 56 jarige leeftijd.
Lilian de Bruijn gaat in dit non-fictie verhaal op zoek naar haar vader Ton.
Ze begint haar zoektocht doordat men op haar werk op het Centraal Bureau voor Genealogie de persoonskaart van haar vader niet kunnen vinden. De titel van het boek “ik kreeg mijn vader niet dood” is genealogenjargon voor het niet kunnen vinden van een overlijdensdatum.
De hoofdstukken zijn niet chronologisch. Er is afwisseling in tijd en personen. Voor haar onderzoek bezoekt ze de plaatsen die een belangrijke rol in zijn leven hebben gespeeld, zoals Dachau, Buchenwald en Gibraltar. Ze leest het brievendagboekje van haar oma, waarin zij haar bezorgd om Ton uitte. Ze spreekt met familie, vrienden en bekenden. Het onderzoek wordt afgewisseld met dagboekpassages van Lilian welke een tijdsbeeld geven van de jaren 60 en 70.
Uit deze dagboekpassages van Lilian blijkt hoe ze, toen ze jong was, ten opzichte van haar vader stond en hoe ze door middel van deze zoektocht zicht verzoent met het verleden en ook met haar vader. Met name in de epiloog op pagina 201 verwoordt ze dit als volgt: “En zo terugkijkend, terwijl ik naast hem was gaan staan, zag ik ook de moeite die hij voor me heeft gedaan. Dat het geen onverschilligheid was geweest dat hij me die vaderhand niet toestak maar ook letterlijke onhandigheid, verlegenheid, onmacht….”Ze is dan ook beter in staat om haar eigen aandeel in de relatie met haar vader te begrijpen.
Is het begin van het boek wat verslagmatig geschreven, naar het eind toe komen emoties van Lilian meer aan bod. Met als hoogtepunt de epiloog.
Dit is een interessant boek voor mensen die geïnteresseerd zijn in genealogisch onderzoek, familieverhoudingen en de psychische gevolgen van de 2e Wereldoorlog.

Reacties op: Zoektocht naar een afwezige vader.

19
Ik kreeg mijn vader niet dood - Lilian de Bruijn
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker