Lezersrecensie
Terug naar de oorsprong
Alex Halberstadt werd getriggerd door een onderzoek aan de Emory University in Atlanta waarbij muizen eerst de geur van kersenbloesem kregen te ruiken en vervolgens een elektrische schok kregen toegediend. Het verrassende was dat de jongen van deze muizen ook angstig reageerden als ze dezelfde geur roken terwijl ze nooit waren blootgesteld aan een schok.
“Om een of andere reden bleef ik maar aan dat onderzoek op muizen aan Emory denken. Uiteindelijk besefte ik dat het niet alleen de opzienbarende resultaten waren die me fascineerden, maar ook hun kracht als metafoor. Zouden wij niet ook gaan beven onder invloed van prikkels die we ons niet konden herinneren en die we niet konden thuisbrengen, maar die hun oorsprong hadden in de decennia voor onze geboorte?
Halberstadt (1970) is met zijn moeder eind jaren ‘70 vanuit Rusland geëmigreerd naar de Verenigde Staten. Dit boek is een verslag van zijn onderzoek naar de geschiedenis van zijn familie. Het levert regelmatig boeiende verhalen op.
Qua tijdlijn was het niet altijd even goed te volgen. Soms ook verwarrend doordat hij de ene keer de naam van een grootvader gebruikt, dan weer schrijft ‘zijn vader’ of elders ‘mijn grootvader’ (de vertaler werd het ook wat te veel want op pagina 134 staat ‘nadat mijn vader’ waar het ‘nadat mijn grootvader’ had moeten zijn). Gelukkig bood de stamboom aan het begin van het boek uitkomst! Ook vond ik de stijl niet altijd even fraai. Sommige herinneringen uit zijn vroege jeugd bijvoorbeeld lijken met de ogen van nu geschreven. Als hij einde jaren ’70 met zijn moeder naar de Verenigde Staten vliegt maken ze eerst een tussenstop in Wenen en daarna in Italië. Dan lees ik:
“Na achtenveertig uur in Italië dachten we aan Wenen terug als aan een jachtige, schemerige stad, vergelijkbaar met een laat kwartet van Sjostakovitsj.”
Dat lijkt me niet de gedachte van een 9-jarige. Ook nog een slechte metafoor in mijn optiek (maar misschien ziet een kenner van Sjostakovitsj muziek dat anders…).
Onderhoudend en redelijk openhartig boek maar er had volgens mij meer ingezeten. Zeker van het laatste hoofdstuk als hij met zijn vader gaat vissen had ik meer verwacht. Hij schrijftdaar zelf over:
“Dit waren voor mij onze mooiste uren. Mijn vader en ik samen in de boot, half versuft van de slaap, omringd door het lavendelblauw aan de horizon, zonder veel noodzaak om te praten. Deze manier van samenzijn werkte het best. Doordat we bezig waren – kunstaas knopen, aas aan de haak doen, hannesen met de buitenboordmotor – was onze nabijheid genoeg.”
Maar misschien is het feit dat beide ouders nog leefden ten tijde van publicatie soms een beperking geweest bij het vertellen van deze familiegeschiedenis.