Lezersrecensie
Ambachtelijk.
“’Wat ik doe, beste mensen? Nou ik ben bezig oud te worden… Dat lijkt niets om het lijf te hebben, maar dat neemt al mijn tijd in beslag!’” Uit La Gonfle (Boerenklucht uit 1928).
Hulde aan Anneke Alderlieste voor het vertalen en het maken van de selectie van dagboekfragmenten, brieven en memoires van Roger Martin du Gard (RMG). Haar naam zou ook op de cover moeten staan! Het is een wat fragmentarisch geheel. RMG gaat uitvoerig in op zijn manier van schrijven. Kort gezegd, eerst het idee en constructie dan pas de vorm. Hij schrijft ergens dat hij zichzelf meer ziet als ambachtsman en zijn vriend André Gide als kunstenaar. Vaak gaat het over zijn 2000 pagina’s tellende meesterwerk De Thibaults waaraan hij van 1920 tot 1939 werkte en over zijn nooit voltooide Luitenant-kolonel de Maumort. Maar ook over dan actuele zaken.
Citaat uit een brief aan Marcel de Coppet van 16 maart 1936:
“Niemand wil erkennen dat Duitsland, alvorens zover te komen, jarenlang geduld heeft gehad en groot onrecht heeft doorstaan. Zelfs na Locarno heeft men niets gedaan om de krenkingen van het Ruhrgebied uit te wissen, men is het in Geneve blijven behandelen als een verliezer, blijven chicaneren over de gelijkheid van rechten, het blijven wantrouwen. In die tijd erkende Foch zelf dat het aan de verplichtingen van de verdragen had voldaan en de bewapening had afgeschaft. Het was onze beurt om onze beloften na te komen. Toen Duitsland erom vroeg, had men er lak aan. We hebben willens en wetens de ontwapeningsconferentie voor de neus van de goedgelovige Duitsers getorpedeerd. Dat is allemaal vergeten. Wat betreft ontwapening hebben we de Maginotlinie extreem bewapend, met beton versterkt! We hebben alles gedaan om Duitsland te isoleren, het uit te dagen. Briand heeft nooit een royaal gebaar kunnen maken, omdat hij er door het land niet toe gemachtigd was. Dit alles is geen enkel excuus voor het nazisme, of de oprispingen van Hitler. Maar het verklaart ze… “
Dagboekfragment van 31 december 1941, 9 uur ’s avonds (nu weer actueel):
“Weer een jaar dat ik in de meest totale eenzaamheid beëindig. Ik heb wat boodschappen gedaan, ben vroeg teruggekomen in het ijskoude appartement en heb het Eskimopak weer aangedaan, zodat ik de afwezigheid van verwarming en de 7 graden in mijn werkkamer kan verdragen; ik heb de pan soep opgewarmd die het dienstmeisje heeft gemaakt (tot overmorgen vertrokken) en die me in staat stelt tijdens mijn twee ‘Nieuwjaarsmaaltijden’ warm te eten; en nu zit ik weer in mijn leunstoel voor deze laatste avond in 1941.
Ik heb twee paar wollen sokken aan en oude met molton gevoerde sloffen; twee onderbroeken, waarvan een van wol, en een dikke skibroek strak om de enkels; een katoenen hemd, een overhemd, een groene wollen trui, en een grijze zijden foulard; daar overheen een dik jasje, gemaakt uit een mottige deken van onbestemde kleur, iets tussen donkergrijs, roet-zwart en marineblauw in… Ik vergat nog de tot over mijn oren getrokken katoenen muts. Wintertenue 1941…!”
Over zijn nieuwe boek Luitenant-kolonel de Maumort schrijft hij op 15 mei 1942:
“Want het is een werk dat eindeloos zal kunnen groeien en worden bijgeschaafd; een werk dat voor mij nooit af zal zijn en toch op welk moment dan ook onderbroken zal kunnen worden door mijn dood. Enkele gedachtepuntjes en een noot van de uitgever zijn voldoende: ’Hier eindigt het manuscript van kolonel de Maumort, door een beroerte in de nacht van…’”
Dagboekfragment van 25 mei 1947:
“Ik denk, met name, dat de oorsprong van mijn schrijversroeping de angst is voor de kortstondigheid van een mensenleven, een vurig verlangen om zich voort te zetten, enige tijd voor te bestaan.”
18 augustus 1958 overlijdt RMG. Een week voor zijn dood schrijft hij:
“De dood is daar, onontkoombaar staat hij aan het eind van de weg en hij tart ons: onmogelijk om aan hem te denken zonder onmiddellijk de nietigheid van onze pogingen te zien, de grote, vergeefse illusie die het leven is.”
Na lezing van dit boek ga ik zeker het helaas ook na 16 jaar schrijven en schaven nog onvoltooide Luitenant-kolonel de Maumort lezen.
Kritische noot: er staan 259 korte noten achterin dit boek. Het was beter geweest voor de leesbaarheid om ze onderaan de pagina op te nemen.